Klassieke gloeilampen van 60 watt en méér zijn niet meer in de handel te vinden. Maar wat kunt u doen als uw laatste reservelamp het heeft begeven?

Eigenlijk is dit het ideale moment om eens na te denken over de verlichting in uw huis. Waarvoor diende uw laatste gloeilamp van 60 watt vóór ze het begaf? Moest ze vooral functioneel een plaats in huis goed verlichten of diende ze eerder als sfeerverlichting? En waaraan hecht u het meest belang: aan besparing op uw elektriciteitsverbruik of aan sfeer?

Al die vragen laten zich samenvatten in drie keuzes:

1. De verlichting moet vooral functioneel zijn
*** In dat geval kunt u uw standaardgloeilamp van 60 watt vervangen door een klassieke gloeilamp van 25 of 40 watt. Die zijn immers nog steeds in de handel te vinden. Al doet u er goed aan een voorraadje in te slaan. Vanaf 1 september 2012 worden immers ook de heldere gloeilampen met energielabel D en E uit de handel genomen.

*** U kunt de 60 wattgloeilamp ook vervangen door een halogeenlamp van 25 watt met een klassieke lampvoet. Ook hier moet u snel zijn want halogeenlampen van 25 watt met het energielabel D of E verdwijnen eveneens op 1 september aanstaande uit de handel. Halogeenlampjes met een voet die uit twee pinnetjes bestaat (de zogenaamde G9-voet of de R7-voet), blijven verkrijgbaar.

*** Voor al deze oplossingen gelden dezelfde voor- en nadelen: deze lampen zijn voordelig in de aankoop, maar hebben een eerder korte levensduur en hun verbruik ligt aan de hoge kant.

2. De verlichting moet sfeerlicht geven en toch ook wat besparen
Een goed alternatief voor de 60 wattgloeilamp zijn de zogenaamde ecogloeilampen of ecohalogeenlampen. Die vindt u vandaag in meerdere merken (bijvoorbeeld Eco Haloline van Osram, Eco Classic 30 van Philips, Halogeen Eco 27 of Eco Gloeilampvorm 43W van Conrad Electronics...). Deze lampen zijn al duurder dan de puur functionele, maar ze geven een warm licht en zullen u tot 30 % doen besparen op uw verlichtingsfactuur.

3. De verlichting moet vooral besparen
Het verdwijnen van de gloeilampen kunnen we ook zien als een opportuniteit om een flink te besparen op onze elektriciteitsrekening. Daarvoor kunnen we twee kanten uit:

*** De klassieke spaarlampen (fluorescentielampen): die kennen we intussen goed. Het zijn de lampen die wat tijd nodig hebben om vol licht te geven (al duurt die tussentijd tegenwoordig veel korter dan in het begin van de spaarlampen. Belangrijk: er bestaan nu ook dimbare versies (bijvoorbeeld DorS Dimming van Megaman of Dulux EL Dim 20W van Osram). Of versies met warm licht (bijvoorbeeld Softone van Philips, 5W Warm Wit Licht van Lightfesh of Warm Comfort Light van Osram).

De betere spaarlampen halen tegenwoordig een levensduur van 8.000 tot 10.000 branduren. Als u zou beslissen om vrijwel alle lampen in huis te vervangen door spaarlampen, dan kunt u tot 80 % minder betalen op uw verlichtingsfactuur.

*** Ledlampen: de verlichtingsrevolutie van vandaag! Er bestaan nu al ledlampen die er net zo uit zien als en dezelfde lichthoeveelheid bieden als een gloeilamp van 60 W. Twee voorbeelden: het model E27 van Centriled en de dimbare Econic E27 van Philips. Ze halen gemakkelijk 25 000 tot 30 000 branduren op volle sterkte (nadien blijven ze branden, maar vermindert hun lichtsterkte). En ze leveren een energiebesparing van 80 tot 90 %. Nadeel: ze zijn nog heel duur. De prijs van de lampen die we als voorbeeld gaven, ligt rond de ? 35. Zulke lampen moeten we dus zien als een investering: hun prijs wordt terugbetaald door wat we aan elektriciteitsverbruik besparen.

En de toekomst?

De specialisten voorspellen dat klassieke spaarlampen langzaam zullen verdwijnen. Daarentegen mogen we verwachten dat ledlampen steeds voordeliger worden en dat hun lichtkwaliteit warmer wordt.

Meer info?

In Plus Magazine van februari 2012 ziet u mogelijkheden met hedendaagse ledverlichting.

Een zeer volledige uitleg en een superhandige lampenkiezer vindt u op de website van de Europese Commissie

Klassieke gloeilampen van 60 watt en méér zijn niet meer in de handel te vinden. Maar wat kunt u doen als uw laatste reservelamp het heeft begeven?Eigenlijk is dit het ideale moment om eens na te denken over de verlichting in uw huis. Waarvoor diende uw laatste gloeilamp van 60 watt vóór ze het begaf? Moest ze vooral functioneel een plaats in huis goed verlichten of diende ze eerder als sfeerverlichting? En waaraan hecht u het meest belang: aan besparing op uw elektriciteitsverbruik of aan sfeer?Al die vragen laten zich samenvatten in drie keuzes:1. De verlichting moet vooral functioneel zijn*** In dat geval kunt u uw standaardgloeilamp van 60 watt vervangen door een klassieke gloeilamp van 25 of 40 watt. Die zijn immers nog steeds in de handel te vinden. Al doet u er goed aan een voorraadje in te slaan. Vanaf 1 september 2012 worden immers ook de heldere gloeilampen met energielabel D en E uit de handel genomen. *** U kunt de 60 wattgloeilamp ook vervangen door een halogeenlamp van 25 watt met een klassieke lampvoet. Ook hier moet u snel zijn want halogeenlampen van 25 watt met het energielabel D of E verdwijnen eveneens op 1 september aanstaande uit de handel. Halogeenlampjes met een voet die uit twee pinnetjes bestaat (de zogenaamde G9-voet of de R7-voet), blijven verkrijgbaar. *** Voor al deze oplossingen gelden dezelfde voor- en nadelen: deze lampen zijn voordelig in de aankoop, maar hebben een eerder korte levensduur en hun verbruik ligt aan de hoge kant.2. De verlichting moet sfeerlicht geven en toch ook wat besparenEen goed alternatief voor de 60 wattgloeilamp zijn de zogenaamde ecogloeilampen of ecohalogeenlampen. Die vindt u vandaag in meerdere merken (bijvoorbeeld Eco Haloline van Osram, Eco Classic 30 van Philips, Halogeen Eco 27 of Eco Gloeilampvorm 43W van Conrad Electronics...). Deze lampen zijn al duurder dan de puur functionele, maar ze geven een warm licht en zullen u tot 30 % doen besparen op uw verlichtingsfactuur.3. De verlichting moet vooral besparenHet verdwijnen van de gloeilampen kunnen we ook zien als een opportuniteit om een flink te besparen op onze elektriciteitsrekening. Daarvoor kunnen we twee kanten uit:*** De klassieke spaarlampen (fluorescentielampen): die kennen we intussen goed. Het zijn de lampen die wat tijd nodig hebben om vol licht te geven (al duurt die tussentijd tegenwoordig veel korter dan in het begin van de spaarlampen. Belangrijk: er bestaan nu ook dimbare versies (bijvoorbeeld DorS Dimming van Megaman of Dulux EL Dim 20W van Osram). Of versies met warm licht (bijvoorbeeld Softone van Philips, 5W Warm Wit Licht van Lightfesh of Warm Comfort Light van Osram).De betere spaarlampen halen tegenwoordig een levensduur van 8.000 tot 10.000 branduren. Als u zou beslissen om vrijwel alle lampen in huis te vervangen door spaarlampen, dan kunt u tot 80 % minder betalen op uw verlichtingsfactuur. *** Ledlampen: de verlichtingsrevolutie van vandaag! Er bestaan nu al ledlampen die er net zo uit zien als en dezelfde lichthoeveelheid bieden als een gloeilamp van 60 W. Twee voorbeelden: het model E27 van Centriled en de dimbare Econic E27 van Philips. Ze halen gemakkelijk 25 000 tot 30 000 branduren op volle sterkte (nadien blijven ze branden, maar vermindert hun lichtsterkte). En ze leveren een energiebesparing van 80 tot 90 %. Nadeel: ze zijn nog heel duur. De prijs van de lampen die we als voorbeeld gaven, ligt rond de ? 35. Zulke lampen moeten we dus zien als een investering: hun prijs wordt terugbetaald door wat we aan elektriciteitsverbruik besparen.De specialisten voorspellen dat klassieke spaarlampen langzaam zullen verdwijnen. Daarentegen mogen we verwachten dat ledlampen steeds voordeliger worden en dat hun lichtkwaliteit warmer wordt.In Plus Magazine van februari 2012 ziet u mogelijkheden met hedendaagse ledverlichting.Een zeer volledige uitleg en een superhandige lampenkiezer vindt u op de website van de Europese Commissie