Ingeduffeld in dikke jassen profiteren enkele dapperen van het lauw winterzonnetje om op een terras op de Grote Markt te nippen aan een glaasje. Ze kijken uit op het standbeeld van de gebroeders Van Eyck, dat tussen een krans van bladerloze bomen de lage zonnestran opvangt. De twee Vlaamse primitieven - zeer waarschijnlijk van hier afkomstig - lijken het over koetjes en kalfjes te hebben, terwijl in de verte een onzichtbare winkelluidspreker ondefinieerbare muziek uitspuwt.
...

Ingeduffeld in dikke jassen profiteren enkele dapperen van het lauw winterzonnetje om op een terras op de Grote Markt te nippen aan een glaasje. Ze kijken uit op het standbeeld van de gebroeders Van Eyck, dat tussen een krans van bladerloze bomen de lage zonnestran opvangt. De twee Vlaamse primitieven - zeer waarschijnlijk van hier afkomstig - lijken het over koetjes en kalfjes te hebben, terwijl in de verte een onzichtbare winkelluidspreker ondefinieerbare muziek uitspuwt.Rust en een zoete traagheid lijken hier vandaag het leven te bepalen, maar één enkele blik volstaat om te beseffen dat Maaseik een rijk verleden heeft gekend. Een bordes op de Grote Markt herinnert eraan dat het Limburgse stadje ooit deel uitmaakte van het prinsbisdom Luik. Gevels in Maaslandse renaissancestijl omgorden het plein. Sommige met stenen opschriften van vroegere kroegen en herbergen. Zij vormden een noodzakelijke stop voor wie tijdens het Ancien Régime stroomopwaarts over de Maas naar Luik wilde varen. "De Maaseikenaren hebben de citytrip uitgevonden voor die bestond", lacht stadsgids Lieve Weetjens. "Liever dan gewoon tol te heffen op de stroom, verplichtten de inwoners de schippers drie dagen in Maaseik te blijven eer ze verder mochten varen. En dat deed de lokale handel uiteraard bloeien!"Eén van die handelszaken was een zelfstandige apotheek, de oudste van België. De eerbiedwaardige zaak was zonder onderbreking open van 1704 tot 1959. Binnenin geen maagdelijk witte toonbank, maar antiek houten wandrekken in roomkleuren met daarbovenop een borstbeeld van Hippocrates. Tussen de aardewerken en houten potten en de flesjes gif, die zorgvuldig achter slot en grendel werden bewaard, kan je je moeiteloos de geur van zoethout en alsem voorstellen die hier overheerste in de tijd dat apothekers nog zelf medicijnen, poedertjes en zalfjes maakten.Behalve met deze apotheek uit lang vervlogen tijden, pakt Maaseik ook uit met tal van geklasseerde gevels en oude abdijen die getuigen van de vroegere voorspoed. De stadskern is ontsnapt aan een al te vernietigende industrialisering. Al is die binnenstad piepklein: in nauwelijks enkele minuten ben je erdoorheen gewandeld.En verder nog iets noemenswaardig? Dat mag je wel zeggen! De stad bewaart in haar kelders nog een echte, geklasseerde schat - onbekend maar aangrijpend. Daarvoor moeten we in de Sint-Catharinakerk op enkele stappen van de Grote Markt zijn. Het gebouw zelf is, volgens de woorden van mijn gids, een architectonische mish mash zoals je die vrijwel overal in België vindt. Voor de echte schat moeten we enkele discrete traptreden lager zijn, in de crypte, die bewust in het halfduister baadt. Ze is ook uitgerust met een temperatuur- en luchtvochtigheidsregelaar, al zijn er op het eerste gezicht slechts wat sjofele en schijnbaar opgelapte liturgische gewaden te zien. Maar naarmate je ogen aan het halfduister wennen, groeit het historisch besef. De tentoongestelde weefsels blijken uit de 8ste en de 9de eeuw te dateren, sommige zelfs ouder. En om ze te maken hebben middeleeuwse kleermakers stoffen gebruikt uit Byzantium, Engeland - het gaat om de oudste Angelsaksische borduursels wereldwijd - en zelfs Oezbekistan. Meteen denk je dan aan de lange reis die deze stoffen hebben gemaakt over de zijderoute en verder door het Byzantijnse en Karolingische rijk..."Deze gewaden zijn nauwelijks bekend bij het publiek, maar voor onderzoekers uit de hele wereld zijn ze het neusje van de zalm", verduidelijkt Lieve Weetjens toch een tikje ontgoocheld. "Ooit waren deze gewaden bedekt met gouddraad en parels. Maar ook al hebben ze nu niet meer de uitstraling van toen, de finesse van het werk en de zorg voor detail blijven goed zichtbaar." De afbeelding van de bijbelse koning David - die erg geliefd was door de Karolingische keizers - is nog goed te herkennen.Behalve opmerkelijke reliekstukken uit de Frankische tijd, herbergt de crypte ook het oudste handschrift van België, tegelijk het oudste evangelieboek uit de hele Benelux: de Codex Eyckensis. Het werd waarschijnlijk in de 8ste eeuw vervaardigd in de abdij van Echternach, nu het Groothertogdom Luxemburg. Maar het manuscript bevindt zich al meer dan 1.200 jaar op het grondgebied van Maaseik. Of liever, bevond. Want dit Vlaams topstuk wordt sinds 2016 bestudeerd en gerestaureerd door de KUL en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. Binnenkort keert het naar Maaseik terug, maar voorlopig moet de bezoeker zich in de Sint-Catharinakerk tevreden stellen met een facsimile. Maar dan wel een gemaakt van hogedefinitiescans van het origineel, zodat je het unieke handschrift in alle rust kan doorbladeren op een digitale pupiter die in de crypte staat opgesteld. Of gewoon thuis op je computer.De bakermat van al deze kerkschatten moet je in het gehucht Aldeneik zoeken, op nauwelijks twee kilometer van het stadscentrum. Daar hebben twee zussen, Harlindis en Relindis, rond 730 - toen onze streken weer moesten worden bekeerd - een bloeiende abdij gesticht. Vandaag blijft enkel de Sint-Anna abdijkerk overeind, die in haar huidige vorm teruggaat tot de 12de eeuw. Door haar ligging tussen de Maasplassen en de wijngaarden is ze zeker een omweg waard. Ondanks een verregaande restauratie heeft ze nog steeds de bijzondere uitstraling van een romaanse kerk. Binnenin zijn middeleeuwse fresco's te zien die - alweer! - tot de oudste van België behoren.In het voorportaal bewijzen twee stenen sarcofagen dat de herinnering aan de inmiddels heilig verklaarde Harlindis en Relindis nog altijd leeft in de streek. Dat verklaart trouwens ook waarom de codexen en de liturgische gewaden al die eeuwen hier gebleven zijn. De mensen dachten ten onrechte dat ze waren vervaardigd door de twee zusters en dus werden ze lange tijd vereerd als relikwieën. Tijdens de godsdienstoorlogen in 1571 wisten burgers ze te verstoppen. Gelukkig maar, want het zijn dan wel geen relikwieën, meesterwerken zijn het zeker!