Weinig dingen spreken zo tot de verbeelding als de heilige graal, thema van middeleeuwse Arthurlegendes tot hedendaagse Hollywoodfilms. Het is de beker waaruit Jezus zou hebben gedronken tijdens het laatste avondmaal. De graal is wellicht meer fictie dan feit, maar Valencia claimt wel degelijk dit symbolische relikwie in haar bezit te hebben. Onze queeste brengt ons naar de kathedraal van Valencia, meer bepaald naar de zijkapel van Santo Cáliz. Hier staan we oog in oog met een mysterieuze kelk in oosters agaat (achter beschermend glas). "Valencia beschikt over archeologische documenten die staven dat dit dé heilige graal is", zegt onze gids. "Bovendien heeft het Vaticaan Valencia onlangs uitgeroepen tot zetel van de heilige graal, de enige ter wereld". Nu zijn er wel meer steden die de heilige graal claimen, maar research leert dat zelfs de grootste critici moeten toegeven dat Valencia het sterkste dossier heeft. Wat zeker is: de kelk in de kapel werd gemaakt in het Midden-Oosten tussen 300 en 100 voor Christus. Alleen al dat maakt haar bijzonder waardevol.
...

Weinig dingen spreken zo tot de verbeelding als de heilige graal, thema van middeleeuwse Arthurlegendes tot hedendaagse Hollywoodfilms. Het is de beker waaruit Jezus zou hebben gedronken tijdens het laatste avondmaal. De graal is wellicht meer fictie dan feit, maar Valencia claimt wel degelijk dit symbolische relikwie in haar bezit te hebben. Onze queeste brengt ons naar de kathedraal van Valencia, meer bepaald naar de zijkapel van Santo Cáliz. Hier staan we oog in oog met een mysterieuze kelk in oosters agaat (achter beschermend glas). "Valencia beschikt over archeologische documenten die staven dat dit dé heilige graal is", zegt onze gids. "Bovendien heeft het Vaticaan Valencia onlangs uitgeroepen tot zetel van de heilige graal, de enige ter wereld". Nu zijn er wel meer steden die de heilige graal claimen, maar research leert dat zelfs de grootste critici moeten toegeven dat Valencia het sterkste dossier heeft. Wat zeker is: de kelk in de kapel werd gemaakt in het Midden-Oosten tussen 300 en 100 voor Christus. Alleen al dat maakt haar bijzonder waardevol.Loop in de kathedraal ook langs de twee schilderijen van Francisco Goya, die vaak in Valencia verbleef voor het zeeklimaat. Ze beelden twee taferelen uit het leven van Francesco Borgia (Francisco de Borja y Aragón) uit, een naam die je wellicht bekend in de oren klinkt. De beroemde familie Borgia was afkomstig uit Valencia. Hun voormalige paleis is nu het regionale parlement. De Borgia's vestigden zich later in Italië en waren zo corrupt en gewelddadig dat ze ook wel bekend staan als de allereerste maffiafamilie. Wanneer we de kathedraal verlaten, staan we in het hart van Valencia, op de levendige Plaza de la Virgen, met zijn vele sinaasappelbomen. Die zie je in de hele stad, want samen met rijst, zijde en paella vormden ze decennialang de economische motor. Pluk er geen uit de bomen, de meeste zijn enkel decoratief.Al even mythisch is de zijderoute, waarlangs eeuwenlang handel gedreven werd met het Oosten en het Middellandse Zeegebied. Er lagen 33 steden op de route, waaronder Valencia. Het waren de Arabieren die omstreeks de achtste eeuw zijderupsen binnensmokkelden, waardoor China niet langer het monopolie bezat, maar de luxueuze stof ook in het Middellandse Zeegebied kon worden geproduceerd. Valencia maakte haar eigen zijde. Aan het begin van de 15de eeuw was de zijdehandel er op zijn hoogtepunt. Wat is er nog overgebleven van die gouden eeuw? La Lonja de la Seda, de beurs waar tot begin 19de eeuw alle zijde werd verhandeld. Het middeleeuwse gebouw vormt nu samen met de Arabische tuin Unesco Werelderfgoed. We combineren ons bezoek met de vlakbij gelegen mercado (markt) waar het elke zaterdagochtend een drukte van jewelste is en traditionele dansers kijklustigen lokken.De stad is echt trots op zijn zijdetraditie. Voor de vele festivals dragen de inwoners nog traditionele zijden kostuums. Vooral bij de beroemde Fallas halen de Valencianen letterlijk alles uit de kast. Dames investeren dan in een espolín, een rijkelijk versierde, handgemaakte jurk. De Fallas luiden halfweg maart het begin van de lente in. Reuzensculpturen in papier-maché nemen dan de hele stad in. Ze drijven de spot met personages of toestanden uit de actualiteit. Enkele dagen later worden ze verbrand.We maken een wandeling door de voormalige zijdeweverswijk, de barrio de velluters. Zo komen we terecht in de typische klederdrachtwinkel La Casa de los Falleros. Eigenares Aranxta toont ons de meest luxueuze stoffen, jurken en schoenen. Een espolín kost gemiddeld 20.000 euro. "Ik hoef je dan ook niet te vertellen dat enkel de rijkste families hier nog in investeren", zegt ze. Toch zijn er nog een paar traditionele winkels in de wijk, en een tiental ateliers waar espolines met de hand genaaid worden. Recht tegenover de winkel van Aranxta bevindt zich het gloednieuwe Museo de la Seda. Het voormalige gildenhuis van de zijdeproducenten is nu een museum en biedt een overzicht van de hele geschiedenis, van naaldje tot (zijde)draadje.Maar Valencia is meer dan traditie. Door de Turia-tuinen, de 9 km lange groene long van de stad waar vroeger de Turia stroomde, fietsen we naar de Ciutat de les Arts i les Ciències (stad van kunst en wetenschap). Dit is wat het Atomium is voor Brussel, maar dan moderner: een iconisch beeld van voor zijn tijd vooruitstrevende architectuur. Komt het futuristische bouwwerk je enigszins bekend voor? Wellicht is dat omdat het ontworpen werd door architect Santiago Calatrava, die ook het treinstation van Luik-Guillemins op zijn naam heeft staan. Calatrava werd geboren in Valencia en precies 20 jaar geleden, in 1998, huldigde zijn thuisstad deze blikvanger in. Er staan dit jaar dan ook feesten en evenementen op stapel. De Ciutat huisvest een filmzaal, theater, 's werelds grootse aquarium, het wetenschapsmuseum en het avantgarde operahuis Palau de les Arts Reina Sofia. Dat de bouwwerken niet al te stevig zouden zijn en Calatrava er te veel geld voor ontvangen zou hebben, vergeten we even, want het geheel oogt buitengewoon indrukwekkend. Vooral wanneer we onder de brandende zon uitkijken op de impressionante hangbrug Assut de l'Or met op de achtergrond L'Agora.Een grote troef van Valencia is dat je een stadsbezoek kan combineren met uitwaaien aan zee. Je moet wel het openbaar vervoer nemen of 8 km fietsen voor je bij de kustlijn bent. Die inspanning loont de moeite want Valencia heeft prachtige, witte brede zandstranden. Vooral als je de stad in de hete en bij wijlen klamme zomer bezoekt, biedt een dagje aan zee aangename verkoeling.Valencia is een stad waar je lekker kan eten. Niet alleen heeft sterrenchef Ricard Camarena er twee restaurants. Het is ook de bakermat van de paella en we hebben de restaurants waar we ze kunnen proeven dan ook voor het uitkiezen. Al sinds de Moren in 1200 rijst introduceerden, is Valencia een van de belangrijkste rijstproducerende regio's in Spanje. Paella was oorspronkelijk een eenvoudige boerenmaaltijd met rijst en wat er op dat moment voor handen was op het land: tomaten, uien of bonen. Soms ook konijn of eend en bij speciale gelegenheden kip met saffraan. Paella wordt altijd rechtstreeks uit de pan gegeten, waaraan het gerecht ziin naam ontleent. Met het exporteren van de Valenciaanse rijst raakte ook de paella verspreid. Intussen zijn er evenveel varianten als er koks zijn, waardoor je onmogelijk kan zeggen wat er precies in moet. De naam staat voor zowat 200 verschillende rijstmaaltijden. Maar een echte paella valenciana bevat vandaag kip, konijn, witte en groenen bonen en soms slakken. Bij het bestellen vragen we toch om de slakken in de keuken te laten.Valencia kent nog niet de toeristische overrompeling die vele andere Zuid-Europese steden te beurt valt. We kunnen er nog rustig de kathedraal en musea binnenwandelen zonder uren aan te schuiven. We vinden er ook vrij makkelijk een plek op de aangename terrasjes in de schaduw van de appelsienbomen. Maar dat heeft dan weer te maken met het feit dat de Spanjaarden zelf liefst van al binnen eten: weer of geen weer.