In Domburg komen badgasten al 200 jaar graag kuren. In 2013 kreeg het de officiële badstatus, die staat voor "heilzame zeebadplaats". Het is een label dat alleen wordt toegekend wanneer wetenschappelijk is vastgesteld dat een verblijf er tot een betere gezondheid bijdraagt. Domburg is bovendien een rustige, schilderachtige plek, die niet toevallig rond 1900 bekend stond als kunstenaarskolonie.

Piet Mondriaan (1872-1944) is ongetwijfeld de beroemdste gast die zich aangetrokken voelde door het bijzondere Zeeuwse licht. De jonge Mondriaan bracht tussen 1908 en 1916 diverse zomers door in Domburg, eerst aan de Herenstraat 2, later aan de Zuidstraat 10. Dat hij hier graag en veel verbleef, blijkt uit zijn werken. Zo schilderde hij Molen Weltevreden verschillende keren. Je komt de molen uit 1817 tegen op de Mondriaan-wandeling en als de wieken draaien, kan je hem bezoeken. Ook de toren van de Nederlands Hervormde Kerk figureert verschillende keren in zijn schilderijen.

Nehalennia op de Hoge Hil

In de zomer van 1909 schildert hij Gezicht vanaf het duin met strand en pier, Domburg -dat nu in het MoMA in New York hangt. De Hoge Hil, het pad over de hoogste duin van Domburg, is ook vandaag nog een populaire plek voor wie artistieke aspiraties heeft. Je hebt er een magnifiek uitzicht op zee en strand én op de stad. Bij helder weer kan je zelfs de Belgische kust zien. Vele kunstenaars poneren er anno 2019 hun schildersezel, net als in de omringende duinen en op het brede zandstrand.

Het wandelpad leidt langs enkele getuigen van de glorieuze 19de eeuw, zoals het eerste badpaviljoen van Domburg, gebouwd in 1837. Het deed oorspronkelijk dienst als koffiehuis. Maar al in 1889 werd het aangepast aan de eisen van het welgestelde cliënteel, met een concertzaal, damessalon, biljartzaal en diverse wintertuinen. Na jaren van verval werd het in zijn oude glorie hersteld en in 2008 opende het opnieuw de deuren. Het huisvest nu een restaurant, feestzaal en luxe-appartementen.

Daar vlakbij staat Villa Maria, het in 1885 gebouwde zomerhuis van de Duitse magnaat Aldenbrück von Brühl. Later werd het omgedoopt tot Villa Carmen Silva, het schrijverspseudoniem van de Roemeense koningin Elisabeth, die er een tijdlang verbleef.

Uitrusten van de klim op de Hoge Hil doen we op de Mondriaanbank. Het is een ontwerp van Guido Metsers in de Mondriaan-kleuren (geel-blauw-rood-zwart). We nemen plaats naast het beeld van Nehalennia, de beschermgodin van vissers en zeelui die uitkijkt over de zee. Ooit stond in Domburg een tempel aan haar gewijd. De bank werd ook de 'klapbank' genoemd, waar de buurtbewoners het nieuws van de dag bespraken.

Badhotel

Op zo'n 400 meter van de hoge duin bevindt zich nog een parel uit de 19de eeuw: het Badhotel. In 1866 opende het de deuren en trok een aristocratisch cliënteel aan. Dat had veel te maken met de Nederlandse arts Johan Mezger (zijn standbeeld prijkt trouwens nog altijd in de stad), die zijn welgestelde patiënten in heel Europa een zeeluchtkuur in Domburg voorschreef. Het hotel beleefde zijn glorieperiode eind 19de, begin 20Ste eeuw. Het werd in de loop der tijd flink uitgebreid. Het buitenaanzicht heeft nog altijd de 19de eeuwse allure. Binnenin is het volledig vernieuwd. Misschien gelukkig maar, want 150 jaar geleden beschikten de eerste gasten over amper één badkamer per etage. Elitair is het ook al lang niet meer. Met zijn vier sterren perfect voor een nachtje comfortabel logeren.