Door een aanpassing van de Schengengrenscode, moeten lidstaten aan de buitengrenzen niet enkel derdelanders, maar ook Europese burgers checken in databanken als het Schengen Informatie Systeem en de databank over verloren en gestolen reisdocumenten. De verplichting geldt zowel bij het binnenkomen als verlaten van EU-grondgebied.

"Dit is een uitermate belangrijke toevoeging in het kader van de screening van terugkerende Syriëstrijders", licht Helga Stevens toe. "Nu zal immers sneller duidelijk worden of reizigers die Europa willen binnenkomen door een politie- of inlichtingendienst gezocht worden, en of hun paspoort vals of gestolen is".

De aanpassing treedt quasi onmiddellijk in werking. De autoriteiten aan land- en zeegrenzen kunnen wel overgaan tot steekproeven indien de maatregel de wachttijden te veel doet oplopen. Voor luchthavens is overgangstijd voorzien. De autoriteiten krijgen tot maximaal twee jaar tijd om hun infrastructuur aan te passen. Maar nadien moeten de controles systematisch zijn, tenzij een lidstaat kan aantonen dat een versoepeling geen risico zal vormen voor de veiligheid.

"Een juiste inschatting van het dreigingsniveau door de lidstaten, moet het ongemak voor de reizigers tot een minimum beperken. Als er toch vijf minuten langer dan gewoonlijk moet aangeschoven worden, is dat in de eerste plaats in het belang van de reizigers en weegt de beperkte hinder niet op tegen de grote veiligheidsvoordelen", meent Ivo Belet, die erop wijst dat de maatregel van belang is om de open binnengrenzen binnen Schengen te garanderen.