De zandbodem is er ondankbaar. Vroeger ge- dijden enkel heideplanten en brem tussen de turfputten en vennen. Op ou- de landkaarten lijkt het gebied een no man's land, dat elke lokale boer met gezond verstand links laat liggen. Nergens een boerderij, akker of zelfs een weg. Een aaneenschakeling van kale heide in de buurt van de dorpen Wortel en Merksplas, niet ver van wat vandaag de Belgisch-Nederlandse grens is.
...

De zandbodem is er ondankbaar. Vroeger ge- dijden enkel heideplanten en brem tussen de turfputten en vennen. Op ou- de landkaarten lijkt het gebied een no man's land, dat elke lokale boer met gezond verstand links laat liggen. Nergens een boerderij, akker of zelfs een weg. Een aaneenschakeling van kale heide in de buurt van de dorpen Wortel en Merksplas, niet ver van wat vandaag de Belgisch-Nederlandse grens is. Toch is het hier dat de Maatschappij van Weldadigheid, een Nederlandse filantropische vereniging, in 1818 beslist twee van haar zeven landbouwkolonies te stichten. Sinds Waterloo maakt het huidige België deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Nederland kampt op dat moment met een economische crisis en een voedseltekort zonder voorgaande. De oorlogen tegen Napoleon hebben de handel doen instorten en in 1816 zorgt een vulkaanuitbarsting bovendien voor een jaar zonder zomer in het noordelijk halfrond. Overal blijven oogsten ondermaats en in het Nederlandse straatbeeld is het miserie troef. Met zijn 'landbouwkolonies' wil de Maatschappij van Weldadigheid drie vliegen in een klap slaan: de behoeftigen uit de steden weghalen, hen leren het land te bewerken en een redelijke opbrengst garanderen aan de filantropische investeerders en de Staat, door de landbouwproducten te verkopen die de Kolonies produceren. "Een voor die periode utopisch-revolutionair project", zegt Geertje Bernaerts, zelfstandig medewerker van de Stichting Kempens Landschap en nauw betrokken bij het nominatiedossier voor de erkenning door de Unesco. "Men wil werkgeschikte mensen uit de armoede halen". Een positief doel, als je weet dat er nog geen sociale zekerheid was. De manier waarop oogt minder rooskleurig: het project wil vooral discipline inhameren bij arme mensen. Men dacht toen - en sommigen denken dat nog steeds - dat werklozen niet willen werken. Door hen sterk te stimuleren, wil men hen zin voor inspanningen bijbrengen. De Koloniebewoners - aanvankelijk mannen en vrouwen - staan onder strak toezicht, worden aan het werk gezet en moeten zich aan strikte regels houden. De Kolonie van Wortel is zogenaamd 'vrij' en gereserveerd voor gezinnen. Zij krijgen de zorg over identieke, kleine boerderijen, volgens een vast patroon en strak ritme ingeplant in het landschap. De Kolonie van Merksplas is strenger en bedoeld voor individuele landlopers (vooral mannen). Geertje Bernaerts: "Let wel: de gebruikte methodes waren voor die tijd erg vooruitstrevend en gebaseerd op de nieuwste inzichten inzake hygiëne." Niettemin schiet het initiatief zijn doel voorbij. Ondanks stevige organische bemesting - chemische mest bestond nog niet - blijft de Kempense bodem weinig vruchtbaar. Nogal wat bewoners blijken totaal ongeschikt voor het landbouwwerk: ze hebben onvoldoende kennis, kampen met een alcoholverslaving, ziekten of psychiatrische aandoeningen. In 1843 wordt de Maatschappij van Weldadigheid in België dan ook failliet verklaard. De met zoveel moeite bebouwde akkers komen weer braak te liggen en de gebouwen raken in verval. Wanneer de jonge Belgische staat in 1860 weer een economische crisis beleeft, herinnert men zich het bestaan van de Kolonies. De overheid verwerft de verlaten terreinen van Merksplas en Wortel en sticht er in 1870 de 'Ko- loniën van Weldadigheid van den Staat'. Geertje Bernaerts: "In de Kolonies krij- gen de bewoners geen boerderijtjes meer om te bewerken. Alles gebeurt vanaf dan collectief, ook in Wortel-Ko- lonie. De landlopers worden onderge- bracht in slaapzalen en werken niet enkel op het land, er komen ook industriële werkplaatsen. Heel landlopend Bel- gië wordt naar hier verkast. De bewoners komen uit alle hoeken van het land. In de hoogdagen van de twee Kolonies leven hier meer dan 6.000 mannen." Hun leefomstandigheden mogen dan beter zijn dan op straat, ze blijven erg basic en strikt omkaderd. Om voldoende bewakers en personeel (Neder- lands- en Franstaligen) naar deze afgelegen streek te lokken, krijgen kandida- ten mooie werkvoorwaarden voorge-spiegeld: een aantrekkelijk salaris, eigen woning, een school voor de kinderen, ontspanning... Voor hun veiligheid worden de bewakers nog eens bijgestaan door een detachement rijkswachters. Vanaf dan kunnen landlopers die door de rijkswacht worden opgepakt, naar de streng bewaakte Kolonies van Wortel of Merksplas worden gestuurd, na een beslissing van de rechter en afhankelijk van hun profiel. Naargelang hun situatie kunnen ze tot twee tot zeven jaar internering worden veroordeeld. In die periode lossen ze hun schuld aan de samenleving af, die hen kost en inwoon verstrekt. Ze kunnen vroeger vrijkomen wegens goed gedrag, wanneer ze werk vinden buiten de Kolonie of als hun familie de zorg overneemt. Omdat ze al kost en inwoon krijgen, ontvangen de bewoners slechts een karig loon, waarvan ze maar een klein deel zelf in handen krijgen in de vorm van Koloniegeld. Dat kunnen ze spenderen in de kantine en aan dagelijkse benodigdheden. De rest wordt opgepot in een exitspaarpot, die ze meekrijgen bij hun vrijlating. Het Koloniesysteem blijft draaien tot de Eerste Wereldoorlog: een deel van de mannelijke bevolking is gesneuveld en werk vinden wordt veel gemakkelijker eens de vrede getekend. De werkgelegenheid stijgt, het aantal behoeftigen krimpt. Toch blijven er nog voldoende bewoners, zodat ook hier de Spaanse griep wild om zich heen grijpt. Gaandeweg draaien de landloperskolonies nog maar op halve kracht. Toch sluiten ze pas in 1993 de deuren en azen bouwpromotoren op de gebouwen en terreinen. Al in de jaren 90 zijn tal van mensen uit de streek zich bewust van de waarde van deze Kolonies als historisch erfgoed en ijveren ze om de locaties te bewaren. Met succes: de Kolonies worden in 1999 geklasseerd als beschermd landschap. Sinds 2021 is de Kolonie van Wortel, samen met drie Kolonies in Ne- derland, erkend als Unesco Werelderfgoed. Beide plekken worden ook geklas- seerd als Europees erfgoed, omwille van hun belang in de strijd tegen armoede. Inmiddels zijn zowel Wortel als Merksplas uitgegroeid tot oases van rust voor natuurliefhebbers. Met hun lange dreven, bospartijen, heidegrond en akkers ademen de terreinen van de oude Kolonies vandaag een landelijke en bijzondere sfeer. De knooppunten en wandelroutes maken ze aangenaam om te verkennen. Onderweg kruist vast een eekhoorn je pad of kom je een oude begraafplaats van Koloniebewoners tegen, overwoekerd door onkruid. Behalve de vroegere woningen voor het personeel, zijn slechts enkele grotere gebouwen bewaard gebleven. Ze dienen nu als horecazaak of voor culturele activiteiten. De vroegere land-lopersboerderij van Merksplas huisvest vandaag het interactieve bezoekerscentrum Kolonie 5-7. Via een hedendaagse vormgeving wordt het verhaal van deze bijzondere Kolonies, met hun voor velen nog verborgen geschiedenis, verteld. Het laat je achter met tal van vragen: wat doen we vandaag met mensen aan de rand van de samen- leving? Vragen die actueler zijn dan ooit wanneer je beseft dat de andere gebouwen van de vroegere Kolonie vandaag een hoog beveiligde gevangenis en asielzoekerscentrum herbergen.