In de hak van de Italiaanse laars ligt Puglia (Apulië), met helemaal in het noorden Foggia, een grote provincie die te ver van de emblematische trulli verwijderd is om massa's toeristen te trekken. De provincie Foggia, met gelijknamige hoofdstad, strekt zich uit rond het bergachtige schiereiland Gargano, een 120.000 ha groot natuurgebied, met amper 92 inwoners per vierkante kilometer. Dit bescheiden deel van de laars bleef lange tijd gespaard van toerisme en bezit een betoverende charme. Zeegrotten, immense kliffen, verscholen stranden, smaragdgroene lagunes, betoverende wouden: eigenlijk schieten woorden te kort om Gargano te beschrijven. En dan hebben we het nog niet over de Saraceense torens, de vele forten en de kathedraal die hoog boven de Adriatische zee uittorent op een van de Tremitische eilanden.
...

In de hak van de Italiaanse laars ligt Puglia (Apulië), met helemaal in het noorden Foggia, een grote provincie die te ver van de emblematische trulli verwijderd is om massa's toeristen te trekken. De provincie Foggia, met gelijknamige hoofdstad, strekt zich uit rond het bergachtige schiereiland Gargano, een 120.000 ha groot natuurgebied, met amper 92 inwoners per vierkante kilometer. Dit bescheiden deel van de laars bleef lange tijd gespaard van toerisme en bezit een betoverende charme. Zeegrotten, immense kliffen, verscholen stranden, smaragdgroene lagunes, betoverende wouden: eigenlijk schieten woorden te kort om Gargano te beschrijven. En dan hebben we het nog niet over de Saraceense torens, de vele forten en de kathedraal die hoog boven de Adriatische zee uittorent op een van de Tremitische eilanden.Daar waar vandaag op de steile kliffen witte steden verrijzen, stonden lang, heel lang geleden enkel hutjes van arme vissers. Toch is in deze streek al sinds het paleolithicum bewoning. Ze telt dan ook heel wat archeologische sites en necropolen. Wat opvalt, zijn de trabucchi hoog op de rotsen. Dankzij deze gigantische houten constructies konden vele generaties vissers hun netten vullen zonder zich bloot te stellen aan de gevaren van de zee. Naar verluidt kwamen timmerlieden en vaklui halverwege de 17de eeuw op het idee om een trabucco te bouwen, een val voor het vangen van vis. De constructie was zo vernuftig dat ze in een mum van tijd de hele kust van Gargano veroverde. Het reusachtige, trapeziumvormige net is een patchwork van mazen die naar het midden toe almaar kleiner worden. Het principe: de vissers laten het net onder water hangen en vangen zo de voorbij zwemmende vissen. In de zomer halen de laatste trabuccolanti, allemaal tachtigers, op het strand ten noorden van Vieste allerlei evenwichtskunsten uit op de houten constructies en wekken zo het verleden tot leven. Prachtig om zien, zoveel vakmanschap. Ooit waren dit rijke en gerespecteerde mannen die telkens opnieuw netten bovenhaalden met ruim een ton vis erin! De trabucchi raakten in onbruik. De houten constructies vervielen tot de ruïnes die op alle ansichtkaarten van de streek prijken. Vandaag zijn er in Gargano minder dan tien trabuccolanti over. De zoon van een van hen is er, na jaren bekvechten met de overheid, in geslaagd deze houten constructies te laten erkennen als erfgoed van onschatbare waarde. Hij geeft nu zijn kunde door aan jonge, gepassioneerde vissers.De adembenemend mooie 140 km lange kustlijn is een aaneenschakeling van stranden en witte kliffen. Tussen Peschici en Mattinata kan je op niet minder dan 65 plekjes pootjebaden en zwemmen, omringd door rotsen en weelderige dennenwouden. De mooiste stranden vind je bijna allemaal rond Vieste. Neem nu Castello o Scialara. Daar verrijst de Scoglio di Pizzomunno tussen zee en strand: een witte, 25 m hoge rots, volgens de legende eigenlijk een jonge visser die door de sirenen in steen werd veranderd omdat ze jaloers waren op zijn liefde voor Cristalda. Sommige stranden zijn makkelijk bereikbaar, op andere geraak je alleen per boot omdat de paden ernaartoe verdwenen zijn. Maar blijf vooral niet rondhangen op het vasteland! Neem, net zoals de piraten van weleer, de boot en ontdek de sublieme kust ook vanop zee. Waag je in de spectaculaire intimiteit van de zeegrotten en bewonder de Arco de San Felice, een sculpturale rots bekroond met een imposante uitkijktoren uit de 16de eeuw. Terug in de haven van Vieste is het zalig kuieren door de stad met haar middeleeuwse steegjes en aanlokkelijke winkeltjes. En om de zonsondergang te bewonderen, installeer je je in een van de bars hoog op de rotsen.Op twaalf zeemijlen ten noorden van Gargano fonkelt een kleine archipel als een handvol diamanten op een fluwelen doek. De eilandjes van deze archipel stonden heel lang enkel bekend als strafkolonie of ballingsoord. In 1938 deporteerde Mussolini nog politieke gevangenen en homoseksuelen naar deze eilandjes. Vandaag maken ze deel uit van het Parco Nazionale del Gargano, en de zee errond van een angstvallig beschermd maritiem reservaat. Van de zes eilandjes zijn er drie bewoond. Ferryboten staan in voor de verbinding met de rest van de provincie. Vakantiegangers die erin slagen op de Tremitische eilanden te overnachten, zijn bofkonten, want de infrastructuur is er zoals de archipel zelf: fraai, maar beperkt. In het laag- en tussenseizoen is alles hier aanlokkelijk en betaalbaar, maar in de maand augustus kunnen de Tremitische eilanden de dagelijkse stroom toeristen nauwelijks aan. San Domino, het grootste eiland, krijgt de meeste vakantiegangers te verwerken.Neem geen afscheid van Gargano zonder je zintuigen de koelte te gunnen van het natuurreservaat Foresta Umbra, een groene long op 832 meter hoogte. In dit ruim 10.000 ha grote woud, dat zich uitstrekt rond een meer, zijn vijftien wandelpaden uitgestippeld. De geur van wilde marjolein en dennenhout is overal. Het eeuwenoude woud, op slechts 15 km van de kust, is rijk aan ongerepte fauna en flora. Of je Foresta Umbra nu al fietsend ontdekt, dan wel met je fototoestel in de aanslag, je keert sowieso huiswaarts met sublieme herinneringen. Een daarvan is beslist het Rifugio Sfilzi, op 7 km van het charmante middeleeuwse stadje Vico del Gargano. Op deze pleisterplek diep in het woud werken Fausta en Francesco zich met plezier uit de naad om je te laten proeven van de vele schatten van de natuur: honing, deegwaren, worst, fruit en groenten. Uitsluitend lokale seizoensproducten, waar ze op meesterlijke wijze mee aan de slag gaan.