Ik voel me weer 18 wanneer ik 's avonds in het Roemeense Brasov op de nachttrein naar Boedapest stap. Samen met andere jongeren van mijn leeftijd vertrok ik destijds met een nachttrein naar het Zwitserse Maloja. Sindsdien heb ik nooit meer met een trein door de nacht gedenderd. Deze rit is dan ook pure nostalgie. De slaapwagon van de Roemeense spoorwegen oogt nog even spartaans als de trein toen. Ik heb het compartiment helemaal voor mij alleen, want er zijn weinig reizigers deze avond. De wasbak heeft zijn beste tijd gehad, maar verder is alles aanwezig wat een mens nodig kan hebben: een toiletkastje met verlichting en stopcontact, opbergvakjes, een setje met zeep en tandpasta, kleerhangers en schoon badlinnen. Wanneer ik door het raam de duisternis inkijk, valt het me op hoe gezapig deze trein rijdt. Over een afstand van 830 km doet onze nachttrein 11:30 uur. Slow travel op zijn best.
...

Ik voel me weer 18 wanneer ik 's avonds in het Roemeense Brasov op de nachttrein naar Boedapest stap. Samen met andere jongeren van mijn leeftijd vertrok ik destijds met een nachttrein naar het Zwitserse Maloja. Sindsdien heb ik nooit meer met een trein door de nacht gedenderd. Deze rit is dan ook pure nostalgie. De slaapwagon van de Roemeense spoorwegen oogt nog even spartaans als de trein toen. Ik heb het compartiment helemaal voor mij alleen, want er zijn weinig reizigers deze avond. De wasbak heeft zijn beste tijd gehad, maar verder is alles aanwezig wat een mens nodig kan hebben: een toiletkastje met verlichting en stopcontact, opbergvakjes, een setje met zeep en tandpasta, kleerhangers en schoon badlinnen. Wanneer ik door het raam de duisternis inkijk, valt het me op hoe gezapig deze trein rijdt. Over een afstand van 830 km doet onze nachttrein 11:30 uur. Slow travel op zijn best.Ik wil met de trein in één week drie Oost-Europese hoofdsteden bezoeken. Twee dagen geleden ben ik gestart in de Roemeense hoofdstad Boekarest. Ik gebruik een Interrailpas. Die richtte zich vroeger tot jonge rugzakreizigers (-26), nu wil hij ook volwassenen aanspreken die het comfort van een 'trage' trein verkiezen boven de files en het gedoe met vluchten. We zijn het niet meer gewoon met de trein op vakantie te gaan en dat maakt het avontuurlijk.Boekarest is een stad waar je de recente geschiedenis nog tastbaar voelt. Bijvoorbeeld wanneer je voor het paleis staat waar Ceaucescu in 1989 zijn laatste toespraak hield en de menigte hem tot zijn verbijstering uitjouwde. Of wanneer je hoofdschuddend kijkt naar het megalomane paleis dat hij liet bouwen. Het is nog altijd Europa's meest omvangrijke gebouw met negen verdiepingen boven en evenveel onder de grond. Zonder scrupules liet Ceaucescu een mooie, oude stadswijk met de grond gelijk maken voor zijn wereldwonder. De inwoners van Boekarest zijn er nog altijd boos om en boycotten daarom de al even megalomane Laan van de Nationale Eenheid die naar het paleis leidt. Ze telt fraaie fonteinen, zes rijstroken en wandelpaden, maar het is zoeken naar wandelaars.Mijn eerste treinrit voert me in een goeie 2:30 uur van Boekarest naar Brasov. In de trein valt meteen op dat de tweedeklasrijtuigen comfortabeler ogen dan de eersteklaswagons uit de tijd van Ceaucescu. Verkopers lopen door de wagons met magazines en wellicht is dat geen luxe, want de Roemeense spoorwegen houden niet van snel rijden. Des te beter, want zo merk je goed hoe de vlakte langzaam plaats maakt voor de bergen en de bossen van de Karpaten.De stad Brasov in Transsylvanië is een ideale uitvalsbasis om de woeste natuur van de Karpaten te verkennen. In de omgeving reiken de bergtoppen tot 2.500 meter. Tussen mei en oktober is bear spotting een must. Ik ga mee op beertrip. Binnen de Europese Unie is Roemenië het land met de grootste populatie beren, lynxen en wolven. In een woud aan de rand van Piatra Craiului Natural Park wachten een natuurgids en een boswachter met geweer (je weet maar nooit) ons op. Na de instructies (laat snoeprepen in de auto), wandelen we met ons groepje naar de kijkhut. Nog geen kwartier nadat de boswachter op rotsen en boomstammen maïs en koekjes heeft gestrooid, verschijnt in ons gezichtsveld een zichtbaar zwangere berin die het eten komt verkennen. Zo'n 20 minuten later: een jonge mannetjesbeer. Wanneer die zich opricht zien we pas hoe vervaarlijk zo'n dier wel is. Een kwartier later: weer een mannetje. Is dit nog wel Europa?Nog vanuit Brasov vertrekt een lijnbus naar Bran, de meest bezochte toeristische trekpleister van Roemenië omwille van één enkele bezienswaardigheid: het zogenaamde kasteel van Dracula. Het sprookjesslot stond in 1897 model voor de roman Dracula van de Britse schrijver Bram Stoker, die in zijn volledig verzonnen verhaal de historische figuur van de Roemeense graaf Vlad 'Dracula' Tepes combineerde met lokale vampierlegenden. Het is niet eens zeker dat Vlad hier ooit heeft verbleven. In het kasteel zelf wordt hij maar één keer genoemd, de rest van het bezoek draait om de Roemeense koninklijke familie die het kasteel gebruikte als buitenverblijf. Vampieren en andere griezels vind je in het souvenirdorp aan de voet van het kasteel.Terug naar de nachttrein. Ik moet na lang doezelen in slaap zijn gevallen wanneer er plots hard op de deur wordt geklopt. Pasport! De trein staat rond half vijf 's morgens stil in het laatste Roemeense station voor de Hongaarse grens. Roemenië behoort niet tot de Schengenzone en dus wordt iedereen uit zijn slaap gehaald voor een paspoortcontrole. Snel weer inslapen is geen optie, in het eerste station van Hongarije komt de Hongaarse grenspolitie aan boord. Wanneer de zon opkomt, glijdt het Hongaarse platteland voorbij.Stationsgebouwen vertellen veel over een stad en de grandeur van het station van Boedapest zet meteen de toon. De Hongaarse hoofdstad lijkt een kruising tussen Parijs en Wenen. Daarvan krijg je een goed beeld wanneer je een stadscruise over de Donau maakt. Aan weerszijden van de stroom, in het vlakke Pest en het heuvelachtige Boeda, schuiven het parlement, de Stefansdom, het kasteel van Boeda, de Kettingbrug... voorbij. Maar ook als je gewoon door de straten wandelt, lijkt het alsof simpele huizen hier taboe zijn.Aarzel niet een deur of poort binnen te gaan. Boedapest staat, net als Wenen, bekend om zijn geheime tuintjes en daarmee bedoelen we de vele binnenplaatsen met gaanderijen en prachtige trappenhuizen. Stop in één van de vele koffiehuizen, die evenmin moeten onderdoen voor hun Weense collega's.Laat je door buslijn 16 naar de top van de Boedaheuvel rijden. Tussen de vele historische gebouwen wacht een schitterend uitzicht op de stad, maar ook de ondergrond biedt verrassingen. In de vorige eeuw werden holen in de rotsen onderling met gangen verbonden om er een veilig ziekenhuis in onder te brengen. Het deed dienst tijdens de strijd tussen de Wehrmacht en het Rode Leger in de winter van 1944-1945 en tijdens de Hongaarse opstand van 1956. Later moest het dienen als atoomschuilkelder voor communistische partijbonzen. Vandaag is het hospitaal in de rotsen weer open voor het publiek: tableaux vivants met ziekenhuismeubilair en -apparatuur van toen, bijna levensechte poppen en bijna echt bloed evoceren het ziekenhuis in zijn hoogdagen.Mijn volgende stop is Bratislava, de hoofdstad van Slowakije. Hiervoor neem ik in Boedapest de trein naar Praag en meteen ben ik terug in de 21ste eeuw. De eigentijdse trein is uitgerust met geluidloze vering, dito airco en een elektronisch infobord boven de deur dat ook de snelheid aangeeft. De spoorlijn loopt lange tijd langs de Donau en dus kan ik rustig genieten van het fraaie landschap.Na een rit van 2:40 uur (zonder grenscontroles: Schengen!) sta ik in mijn derde land. Bratislava is een uit de kluiten gewassen provinciestad die haar gouden tijd beleefde onder de Oostenrijke keizerin Maria-Theresia. Enkele paleizen, herenhuizen en het kasteel op de heuvel herinneren daar nog aan. Het is aangenaam wandelen in de verkeersvrije oude binnenstad (nergens ketenwinkels!). Het communistische verleden is dan weer te merken aan de oevers van de Donau: de joodse wijk moest plaats maken voor een stadssnelweg en elders staat een lelijke betontoren.Een busrit brengt me naar een stuk werelderfgoed: het kasteel van Devin. Deze burchtruïne, indrukwekkend gelegen op een hoge rots, kijkt uit op het punt waar de rivier Morava in de Donau vloeit. Aan de overkant ligt Oostenrijk en nog niet zo lang geleden was dit een strategische plek langs het IJzeren Gordijn. Aan de voet van de rots herinnert een gedenkteken aan de mensen die werden neergeschoten toen ze de Donau probeerden over te zwemmen.Normaal had een trein me naar de luchthaven van Wenen moeten brengen, maar het wordt een busrit. Een gebroken bovenleiding is de schuldige. Ik zei het eerder al: met de trein reizen is een beetje avontuur op zich.