Binnenkomen doe je via een eenvoudige houten poort met gebogen dak, typisch voor tal van bouwsels in het Verre Oosten. De Japanners hebben een meer poëtische naam voor dit soort toegangspoorten: torii, wat letterlijk 'daar waar de vogels zijn' betekent. Je vindt deze vreemde poorten het vaakst aan de ingang van shintoïstische heiligdommen, om de heidense van de heilige wereld te scheiden. Staan we hier aan de ingang van een tempel op een Japans eiland? Niet echt. We zijn binnengestapt in de Japanse tuin van Hasselt, in zijn soort de grootste van Europa. Algauw wordt duidelijk dat tijdens onze wandeling religie en spiritueel denken nooit veraf zijn. Dat komt door de manier waarop ze in Japan denken. Japanners zijn boeddhisten, maar geloven tegelijk ook in geesten. Ze zijn ervan overtuigd dat de geesten of kamis overal in de omgeving aanwezig zijn. Elke boom, elke rots kan een speciale kracht of een geest herbergen.
...