Niemand is sant in eigen land: toen graaf Jean-Gaspard-Ferdinand de Marchin in 1655 terugkeerde naar zijn geboortestreek nabij Hoei, maakte dat weinig indruk op de lokale bevolking. Toch was hij geen onbekende aan de grootste Europese hoven. Deze ervaren militair ging al op 13 jaar in het leger, was generaal onder de Franse vlag en voerde het bevel over het Spaanse leger. Hij trad toe tot de Orde van de Ridders van de Kousenband - een eer die meestal enkel voor Engelse heren is weggelegd - en werd graaf van het Heilige Roomse Rijk. Een indrukwekkend internationaal palmares, tot hij na een laatste mislukte campagne in ongenade viel. Meteen ook de belangrijkste reden waarom hij naar het prinsbisdom Luik terugkeerde.
...

Niemand is sant in eigen land: toen graaf Jean-Gaspard-Ferdinand de Marchin in 1655 terugkeerde naar zijn geboortestreek nabij Hoei, maakte dat weinig indruk op de lokale bevolking. Toch was hij geen onbekende aan de grootste Europese hoven. Deze ervaren militair ging al op 13 jaar in het leger, was generaal onder de Franse vlag en voerde het bevel over het Spaanse leger. Hij trad toe tot de Orde van de Ridders van de Kousenband - een eer die meestal enkel voor Engelse heren is weggelegd - en werd graaf van het Heilige Roomse Rijk. Een indrukwekkend internationaal palmares, tot hij na een laatste mislukte campagne in ongenade viel. Meteen ook de belangrijkste reden waarom hij naar het prinsbisdom Luik terugkeerde. De veldheer genoot dan wel niet langer een vlekkeloze reputatie bij de machtigen der aarde, hij beschikte toch nog over een behoorlijk fortuin. Genoeg om de hoge kosten voor de renovatie van het kasteel van Modave te dragen, dat zijn vader had verworven. Tussen 1655 en 1673 liet hij het oude middeleeuwse bastion geleidelijk ombouwen tot een plezierverblijf, dat kon wedijveren met de prestigieuze paleizen in Frankrijk. "Omdat de graaf niet bekend was in de streek, pakte hij uit met zijn titels en fortuin, om zo zijn belang te onderstrepen", vertelt Benoît Van Hespen, directeur van de vzw Kasteel van Modave. Alle vertrekken stralen elegantie uit en het kasteel herbergt een van de eerste stenen staatsietrappen van het prinsbisdom. Zoals toen gebruikelijk was, zijn de plafonds verfraaid met stucwerk, maar cherubijntjes en discrete plantenmotieven vind je hier niet, wel overdadige ornamenten die je overweldigen. "Het meest indrukwekkende plafond is dat van de Zaal van de wachten, uniek in Europa" , verduidelijkt Benoît Van Hespen. Op 135 m2 wordt de gedetailleerde stamboom van de graaf weergegeven, met daarrond opvallende ridderafbeeldingen. Verderop, in de Zaal van de wandtapijten, zie je als je omhoog kijkt Hercules aan het werk die Hydra, Cerberus en andere mythologische dieren in de pan hakt, terwijl imposante eenhoorns het op de gewelven tegen elkaar lijken op te nemen. Er ging veel energie naar de renovatie van het interieur, maar een volwaardig kasteel naar Franse traditie had meer nodig. Zoals een Franse tuin met geometrisch ontwerp, verfraaid met waterpartijen en fonteinen. En om die waterbekkens te bevoorraden, heb je water nodig. Aan de rotsachtige uitloper van het kasteeldomein stroomt dan wel een rivier, de Hoyoux, maar die ligt 60 m lager dan het park. Toch blijkt dit geen obstakel. De mijnindustrie in het prinsbisdom draaide op volle toeren. Geregeld liepen mijngangen onder en dus werden er pomptechnieken ontwikkeld om het water af te voeren. Wat de graaf op het idee bracht om deze te gebruiken om de fonteinen van Modave van water te voorzien. Hij schakelde de ingenieuze mijnmecanicien en -timmerman Renkin Sualem in om een installatie te bouwen die het water naar het niveau van de tuinen pompt. Daartoe ontwierp de Luikse uitvinder een vernuftige machine: een waterrad dat acht zuigpompen aandrijft die het water omhoog stuwen naar een watertoren op de top van een heuvel. Missie geslaagd: Modave kreeg zijn fonteinen én kon bogen op een unieke technologie die alle voorname gasten van de graaf met verstomming sloeg. Het nieuws bereikte zelfs Versailles dat toen in aanbouw was: Lodewijk XIV wou er imposante fonteinen installeren, maar ook daar ontbrak stromend water. Van het een kwam het ander. Renkin Sualem werd door het Franse hof ingehuurd, waar hij de beroemde machine van Marly bouwde, een kolossale versie van het model in Modave, met 14 schepraderen en 28 pompen! Het grote Versailles dankt zijn prachtige waterpartijen dus aan een klein kasteel in de Condroz. Maar lang van zijn gerenoveerd kasteel genieten kon Jean-Gaspard-Ferdinand de Marchin niet. Hij stierf in 1673 in onduidelijke omstandigheden tijdens een kuur in Spa. "Men vermoedt dat hij vergiftigd werd omdat zijn dood zo onverwacht was", legt de directeur van het kasteel uit. Misschien was de flamboyante generaal, bekend bij vele groten der aarde, te lastig geworden of wou hij terugkeren naar het leger... Na zijn dood bleef het kasteel niet lang meer in handen van de familie Marchin. Vanaf 1682 veranderde het prestigieuze landgoed geregeld van eigenaar. En dat waren niet van de minsten. Of het nu de illustere families Fürstenberg of Montmorency waren, allen streefden ze ernaar om Modave te verfraaien en aan te passen aan de tijdsgeest. "Een van de grote troeven van Modave is dat het meubilair, ondanks de vele eigenaars, altijd in het kasteel is gebleven" , benadrukt Benoît Van Hespen. "Zo is het slaapkamermeubilair van de hertog van Montmorency nog steeds met geborduurde 18de-eeuwse Chinese zijde bekleed, wat uiterst zeldzaam is." Tijdens de industriële revolutie werd het kasteel opgekocht door Gilles-Antoine Lamarche, een rijke industrieel uit Luik en een concurrent van Cockerill. Water speelt dan voor de laatste keer een belangrijke rol in Modave. Het domein was niet aangetast door vervuiling en het ondergrondse water bleek, in een tijd waarin leidingwater zijn intrede deed, erg zuiver en kostbaar. In 1922 werd hier het grootste stroomgebied van België ingehuldigd. Sindsdien vangt men er dagelijks tussen 53.000 en 80.000 m3 blauw goud op, dat zonder enige verdere behandeling wordt doorgestuurd naar het waternet van Wallonië, Vlaanderen en Brussel. Vandaag is Modave eigendom van de intercommunale Vivaqua, maar het blijft het Belgische waterkasteel bij uitstek!