Zon, water, rust en - dat staat op al de tevreden kaartjes naar huis - lekker en redelijk geprijsd eten en drinken. Daar staat het Tiszameer voor. De goulash is incontournable maar ook wie van stoofpotjes, soep en verse vis houdt komt aan zijn trekken. Of u kunt kiezen voor een spies met verschillende soorten vlees. Een aanrader is ook de met vleespasta gevulde hartige pannenkoek (palacsinta). De menukaart of etlap is vaak voorzien van een Duitse en/of Engelse vertaling en dat is geen overbodige luxe want het Hongaars is een Fins-Oegrische taal en heeft dus weinig gemeen met de talen die wij gewend zijn.

Spektakel op de poesta

Al kunt u in Abádszalók op een banaan achter een boot hangen, zwemmen, jetskiën en dies meer, het grootste deel van het Tiszameer is door de Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed en dat biedt niet enkel garantie voor de rust van de vogels. Wie rond het meer fietst, een van de prachtige wandelingen in het natuurreservaat onderneemt of met een bootje het meer optuft, kan ongebreideld genieten van de stilte en de rijke flora en fauna. En in het voorjaar en het najaar, wanneer tienduizenden kraanvogels hier op doorreis zijn, is het uitzicht ronduit verbluffend.

Naast het Tiszameer maakt ook een riant stuk poesta deel uit van het Hortobágy Nemzeti Park, zoals dit natuurgebied officieel heet. Wie het gevoel van uitgestrektheid nog intenser wil beleven, kan een huifkartocht boeken. Met buffels, mangalica-varkens en schapen met lange gekrulde horens als toeschouwers, gaat het dan langs typische waterputten en in het landschap verdrinkende boerderijtjes naar de plek waar waag-halzen in klederdracht verbluffende demonstraties geven van wat zij en hun paarden kunnen. De Hongaarse Post is de climax: een ruiter die staand op twee paarden nog eens drie paarden extra ment, in een razende vaart en... zonder zijn nek te breken.

Een aanrader is ook het vogelziekenhuis in Hortobágy zelf. Het gebouw dat begin jaren 50 deel uitmaakte van een werkkamp voor tegenstanders van het regime, biedt nu onderdak aan een operatiekamer en ziekenhuiskamers voor gewonde en/of zieke vogels.

Bier en 'stierenbloed'

Rond het Tiszameer vindt u veel pittoreske dorpjes vol ooievaarsnesten, maar als u iets verder rijdt ook twee gezellige steden. Debrecen, na Boedapest de grootste stad van Hongarije, heeft een universiteit maar ook tal van leuke winkeltjes en restaurants. Voor reizigers met heimwee is er zelfs eentje met Belgische roots én bier: Bohém Belgian Beer Café (Piac utca 29).

Voor wijnliefhebbers is Eger een betere keuze, de bakermat van het wereldberoemde Egri Bikavér (Stierenbloed). Dat dankt zijn naam aan de Turken, die de stad maar niet konden innemen en dan maar veronderstelden dat de soldaten er stierenbloed onder hun wijn gemengd kregen en daarom zo koppig weerwerk boden. In Szépasszonyvölgy (De vallei van de mooie vrouwen) kunt u deze en andere wijn - een tip: Olaszrizling is een lekkere droge witte - naar hartenlust proeven... maar mét een bob in de buurt want hier heerst een nultolerantie voor alcohol achter het stuur!

De omgeving van het Tiszameer heeft een aangenaam klimaat. De temperaturen nodigen u uit om actief te zijn, van april tot oktober. Zo kunt u kuren in een van de talrijke thermale baden. Hele families strijken hier neer voor een dagje uit. En toch ligt alles er altijd proper bij, net zoals de hele regio. Hopelijk doet de groeiende belangstelling van buitenlandse toeristen dat niet teniet...

Praktisch

Hoe geraakt u er? Het Tiszameer ligt 1500 km van Brussel en 150 km ten oosten van Boedapest. Brussels Airlines, Malév en Wizzair (Charleroi) verzorgen rechtstreekse vluchten. Info: www.brusselsairlines.com of tel. 02 723 23 45, www.malev.com, www.wizzair.com

Waar vindt u info? Toeristische Dienst Hongarije: tel. 02 346 86 30, www.visithongarije.be

Waar verblijft u? Waarom niet bij Belgen? Tisza Lodge bed & breakfast: tel. 00 36 59 35 55 07 en www.tiszalodge.com

Zon, water, rust en - dat staat op al de tevreden kaartjes naar huis - lekker en redelijk geprijsd eten en drinken. Daar staat het Tiszameer voor. De goulash is incontournable maar ook wie van stoofpotjes, soep en verse vis houdt komt aan zijn trekken. Of u kunt kiezen voor een spies met verschillende soorten vlees. Een aanrader is ook de met vleespasta gevulde hartige pannenkoek (palacsinta). De menukaart of etlap is vaak voorzien van een Duitse en/of Engelse vertaling en dat is geen overbodige luxe want het Hongaars is een Fins-Oegrische taal en heeft dus weinig gemeen met de talen die wij gewend zijn. Al kunt u in Abádszalók op een banaan achter een boot hangen, zwemmen, jetskiën en dies meer, het grootste deel van het Tiszameer is door de Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed en dat biedt niet enkel garantie voor de rust van de vogels. Wie rond het meer fietst, een van de prachtige wandelingen in het natuurreservaat onderneemt of met een bootje het meer optuft, kan ongebreideld genieten van de stilte en de rijke flora en fauna. En in het voorjaar en het najaar, wanneer tienduizenden kraanvogels hier op doorreis zijn, is het uitzicht ronduit verbluffend. Naast het Tiszameer maakt ook een riant stuk poesta deel uit van het Hortobágy Nemzeti Park, zoals dit natuurgebied officieel heet. Wie het gevoel van uitgestrektheid nog intenser wil beleven, kan een huifkartocht boeken. Met buffels, mangalica-varkens en schapen met lange gekrulde horens als toeschouwers, gaat het dan langs typische waterputten en in het landschap verdrinkende boerderijtjes naar de plek waar waag-halzen in klederdracht verbluffende demonstraties geven van wat zij en hun paarden kunnen. De Hongaarse Post is de climax: een ruiter die staand op twee paarden nog eens drie paarden extra ment, in een razende vaart en... zonder zijn nek te breken. Een aanrader is ook het vogelziekenhuis in Hortobágy zelf. Het gebouw dat begin jaren 50 deel uitmaakte van een werkkamp voor tegenstanders van het regime, biedt nu onderdak aan een operatiekamer en ziekenhuiskamers voor gewonde en/of zieke vogels. Rond het Tiszameer vindt u veel pittoreske dorpjes vol ooievaarsnesten, maar als u iets verder rijdt ook twee gezellige steden. Debrecen, na Boedapest de grootste stad van Hongarije, heeft een universiteit maar ook tal van leuke winkeltjes en restaurants. Voor reizigers met heimwee is er zelfs eentje met Belgische roots én bier: Bohém Belgian Beer Café (Piac utca 29). Voor wijnliefhebbers is Eger een betere keuze, de bakermat van het wereldberoemde Egri Bikavér (Stierenbloed). Dat dankt zijn naam aan de Turken, die de stad maar niet konden innemen en dan maar veronderstelden dat de soldaten er stierenbloed onder hun wijn gemengd kregen en daarom zo koppig weerwerk boden. In Szépasszonyvölgy (De vallei van de mooie vrouwen) kunt u deze en andere wijn - een tip: Olaszrizling is een lekkere droge witte - naar hartenlust proeven... maar mét een bob in de buurt want hier heerst een nultolerantie voor alcohol achter het stuur! De omgeving van het Tiszameer heeft een aangenaam klimaat. De temperaturen nodigen u uit om actief te zijn, van april tot oktober. Zo kunt u kuren in een van de talrijke thermale baden. Hele families strijken hier neer voor een dagje uit. En toch ligt alles er altijd proper bij, net zoals de hele regio. Hopelijk doet de groeiende belangstelling van buitenlandse toeristen dat niet teniet...