Het kerkje van Jamoigne ligt op een hoogte en kijkt trots uit over het landschap. In de wei onder ons, tussen met rijp bedekt struikgewas, richt een paard traag het hoofd op wanneer we naderen. Verder is hier geen levende ziel te bespeuren. En behalve het gefluit van de snijdende wind - zo'n wind die je wangen doet blozen en je oren doet tintelen - is er verder niets te horen. Voor wie niet van een mensen-zee houdt, is de winter hier het uitgelezen seizoen. Tijd voor een deugddoende wandeling in een landschap dat helemaal tot rust is gekomen. Sla een bocht om, weg van de bospaden of wegeltjes, en er ontvouwt zich een bijna volmaakt vergezicht, dat niet wordt verstoord door een menselijke aanwezigheid.
...