Nog veel sneller dan mijn grootmoeder en haar zusje zaten in Harderwijk Belgische geïnterneerde soldaten op de schoolbanken. Ondanks het feit dat het moeilijk samenwerken was tussen Belgische en Nederlandse overheden en comités werden in het interneringskamp al heel snel scholen opgericht. Vooral na de dodelijke opstand in Zeist beseften alle partijen maar al te goed dat zoveel op elkaar gepakte, zich vervelende jongemannen een tijdbom vormden en dat ze niet eeuwig konden worden bezig gehouden met ingenieuze knutselwerkjes uit been, hout en blikjes.

Alfabetiseringscampagne

Al in maart 1915 wordt de eerste school officieel geopend en begin september telt ze al 6.750 leerlingen. Het leeuwendeel van de soldaten volgt de algemene leergangen en dat is geen toeval: heel veel van de soldaten zijn analfabeet. In totaal leren 5.968 mensen leren en schrijven in de kampscholen, daarnaast zijn er ook nog beroepsopleidingen. In "Gehalveerde mensen" lezen we dat er relatief weinig gespijbeld werd. Als het heel erg heet was in de zomer, bleven nogal wat scholieren weg uit de snikhete klaslokalen en ook als de soldij uitgekeerd werd, bleef zo'n 65% afwezig.

De nooduniversiteit

Zelfs universitaire studies blijken niet onmogelijk, al blijven ze enkel weggelegd voor een heel kleine minderheid van de soldaten. Op 18 januari 1915 richt de Leuvense professor Collard met hulp van zijn Utrechtse collega Schrijnen een Belgische nooduniversiteit op in Amersfoort. De - naargelang de bron 91 of 137 - studenten die er de colleges volgen, worden wel bewaakt. Nederland blijft immers angstvallig de internationale voorschriften volgen om toch maar niet de status van neutrale staat te verliezen. Pas in november 1915 versoepelt hun houding en kunnen de geïnterneerden terecht in de bestaande Nederlandse onderwijsinstellingen. De Belgische universiteit van Amersfoort verdwijnt even snel als ze ontstond.
Lees volgende aflevering: De herinneringen van peter (9)

Nog veel sneller dan mijn grootmoeder en haar zusje zaten in Harderwijk Belgische geïnterneerde soldaten op de schoolbanken. Ondanks het feit dat het moeilijk samenwerken was tussen Belgische en Nederlandse overheden en comités werden in het interneringskamp al heel snel scholen opgericht. Vooral na de dodelijke opstand in Zeist beseften alle partijen maar al te goed dat zoveel op elkaar gepakte, zich vervelende jongemannen een tijdbom vormden en dat ze niet eeuwig konden worden bezig gehouden met ingenieuze knutselwerkjes uit been, hout en blikjes. Al in maart 1915 wordt de eerste school officieel geopend en begin september telt ze al 6.750 leerlingen. Het leeuwendeel van de soldaten volgt de algemene leergangen en dat is geen toeval: heel veel van de soldaten zijn analfabeet. In totaal leren 5.968 mensen leren en schrijven in de kampscholen, daarnaast zijn er ook nog beroepsopleidingen. In "Gehalveerde mensen" lezen we dat er relatief weinig gespijbeld werd. Als het heel erg heet was in de zomer, bleven nogal wat scholieren weg uit de snikhete klaslokalen en ook als de soldij uitgekeerd werd, bleef zo'n 65% afwezig. Zelfs universitaire studies blijken niet onmogelijk, al blijven ze enkel weggelegd voor een heel kleine minderheid van de soldaten. Op 18 januari 1915 richt de Leuvense professor Collard met hulp van zijn Utrechtse collega Schrijnen een Belgische nooduniversiteit op in Amersfoort. De - naargelang de bron 91 of 137 - studenten die er de colleges volgen, worden wel bewaakt. Nederland blijft immers angstvallig de internationale voorschriften volgen om toch maar niet de status van neutrale staat te verliezen. Pas in november 1915 versoepelt hun houding en kunnen de geïnterneerden terecht in de bestaande Nederlandse onderwijsinstellingen. De Belgische universiteit van Amersfoort verdwijnt even snel als ze ontstond.Lees volgende aflevering: De herinneringen van peter (9)