Nee, het water van de Sauvenièrebron is niet lekker: het smaakt bitter, metaalachtig, zelfs wat zwavelig. Toch kwam hier tussen de 18de eeuw en WOI heel wat schoon volk op af uit de vier windstreken van Europa: gekroonde hoofden, brutale courtisanes, dichters en ministers. Allemaal hebben ze hier hun beker onder de fijne waterstraal van de bron gehouden.
...

Nee, het water van de Sauvenièrebron is niet lekker: het smaakt bitter, metaalachtig, zelfs wat zwavelig. Toch kwam hier tussen de 18de eeuw en WOI heel wat schoon volk op af uit de vier windstreken van Europa: gekroonde hoofden, brutale courtisanes, dichters en ministers. Allemaal hebben ze hier hun beker onder de fijne waterstraal van de bron gehouden. In die tijd was Spa wat Gstaad en Saint-Tropez vandaag zijn: de place to be voor de Europese elite. Ze kwamen hier voor een waterkuur: met tussenpozen grote slokken lokaal bronwater drinken, dat van nature koolzuurgas en ijzer bevatte en geprezen werd voor zijn therapeutische eigenschappen. Reizen was in die tijd niet altijd simpel. Even een weekendje Spa was er niet bij. De kuurgasten verbleven hier weken, soms zelfs maanden. "Hier komen kuren was vooral een alibi voor de fine fleur om recepties af te schuimen, gezien te worden en zich uit te leven op de bals, in de Waux-Hall of in het kursaal, zoals het casino toen heette", lacht stadsgids en verteller Gaëtan Plein. Uiteraard moest de schijn worden opgehouden. Dus bezochten de kuurgasten tijdens hun verblijf de bronnen - pouhons - in de omliggende bossen en heuvels. De minder gefortuneerden stapten deze ronde te voet af. Wie welstellender was verplaatste zich in een open of gesloten koets. De 'Guide des Amusements des Eaux de Spa' van 1734 raadde aan de tocht naar de Sauvenièrebron vooral niet te voet te doen: 'De helling is te steil om te voet te beklimmen. Dat zou voor veel transpiratie zorgen en voor een gevaarlijke reactie met het koude bronwater, zoals dodelijke ervaringen al hebben aangetoond'. Ook aan de bronnen ontstaat al vrij snel veel mondaine activiteit. De drukst - bezochte, zoals die van Géronstère, groeiden uit tot toeristische hotspots. Ze werden overkapt met een stenen koepel, een ijskelder zorgde voor de nodige verfrissing bij grote hitte, onder de zuilengalerij konden kuurgasten in goed gezelschap schuilen tegen de regen en wachten op hun beker bronwater. Gaëtan Plein: "De toeloop was groot en dus de ideale plek voor wie op zoek was naar een liefdesavontuurtje." In de 19de eeuw kwam daar verandering in. De belangstelling voor het mooie landschap groeide en in Duitsland raakten wandeltochten stilaan in de mode. Ook in Spa ontdekten de kuurgasten de wandelpaden die de verschillende bronnen met elkaar verbonden en genoten ze steeds vaker van hun tochtjes te voet. De mooie uitzichten langs deze soms steile paden pasten bovendien perfect bij de Romantiek die in de 19de eeuw ingang vond. Langzaam maar zeker ontstond er in Spa een wandelnetwerk, het oudste van België. Nieuwe wandelpaden kregen vaak de naam van beroemde bezoekers mee die hun stempel op de streek hadden gedrukt. Zoals de hertogin van Orléans, moeder van de Franse koning Louis-Philippe. Of prinses Clementine, de dochter van Leopold II. Of nog de Duitse componist Meyerbeer. De nieuwe paden gaven de kuurgasten toegang tot schilderachtige landschappen, die ideaal bleken voor (zondags)schilders. Ze vormden vaak niet de kortste verbinding, maar kronkelden bewust rond vijvers, langs rotspartijen en over watervalletjes, om zo de sfeer van Engelse parken op te roepen. Het mooiste voorbeeld van zo'n schilderachtig pad is de Promenade des artistes (de kunstenaarswandeling) die in 1849 werd geopend en het kloofdalletje van de Picherotte volgt. Het pad steekt verschillende keren de bergbeek over via kleine, houten bruggetjes. "Elk bruggetje draagt de naam van een schilder die hier ooit is komen borstelen", vertelt onze gids. "En ook vandaag zie je hier nog geregeld een schilder zijn ezel opstellen". Sinds 1849 hebben zowel kuuroord Spa als het wandelnetwerk eromheen zich verder ontwikkeld. De website van de toeristische dienst vermeldt nog maar enkele van de oude wandelroutes - met name de trajecten die we hier hebben opgesomd. Ze zijn nog altijd meer dan de moeite waard en werden zelfs nog verder uitgewerkt. Maar intussen zijn ook nieuwe routes ontstaan, die beter aansluiten bij waar wandelaars vandaag naar op zoek zijn. Gaëtan Plein: "Je kan een van vele wandelingen die starten aan de Géronstèrebron of Sol Cress doen, maar voor mij is de tocht door de Fagne de Malchamps nog altijd de mooiste. De wandeling start even buiten de stad, in de richting van Stavelot, en is bijzonder populair. Je gaat dus best al vroeg in de ochtend op pad. Dan is het licht sowieso het mooist." De Fagne de Malchamps is 482 ha groot en doet met zijn knuppelpaden en veengebieden aan de vlakbij gelegen Hoge Venen denken. Aan de start kan je de uitkijktoren beklimmen die je een 360° uitzicht op het landschap biedt. Een landschap dat de Franse dichter Guillaume Apollinaire ooit tot poëtische beschrijvingen inspireerde, zoals 'heidebloemen die naar honing ruiken' en 'het tedere huwelijk tussen bos- en veenbessen'. Eigenlijk is hier sinds die tijd niets veranderd. Nog altijd roept de groene omgeving rond Spa de sfeer van de belle époque op.