Met provinciestadjes moet je oppassen. Ze durven hun ware troeven wel eens verborgen te houden voor de buitenwereld. Of ze tonen ze enkel aan mensen die echt de tijd nemen om er op ontdekking te gaan. Een straat, een kerk of een museum blijkt dan ineens een atypisch meesterwerk te herbergen. Of de sporen van een vakmanschap dat ooit wereldvermaard was. Oudenaarde is zo'n provinciestadje.
...

Met provinciestadjes moet je oppassen. Ze durven hun ware troeven wel eens verborgen te houden voor de buitenwereld. Of ze tonen ze enkel aan mensen die echt de tijd nemen om er op ontdekking te gaan. Een straat, een kerk of een museum blijkt dan ineens een atypisch meesterwerk te herbergen. Of de sporen van een vakmanschap dat ooit wereldvermaard was. Oudenaarde is zo'n provinciestadje.Eén zondag per jaar staat het in de schijnwerpers, dankzij de Ronde van Vlaanderen die hier nu al enkele jaren aankomt. De rest van het jaar blijft het er relatief stil. En toch koestert dit Vlaamse Ardennenstadje een bijzonder roemrijk verleden. Eeuwenlang genoot Oudenaarde wereldfaam dankzij de wandtapijten die naar alle hoeken van Europa werden uitgevoerd. Dit verhaal van meesterlijk vakmanschap begint tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453). "Tot dan onderhield Oudenaarde, zoals zovele Vlaamse steden, hechte banden met Engeland en voerde het wollen lakens naar dit land uit", vertelt stadsgids Michel Debaets. "Door de oorlog viel deze handel helemaal stil en moesten de ambachtslui in de streek een andere afzetmarkt voor hun wol vinden. Ze zijn toen wollen wandtapijten beginnen maken. Ze leerden de techniek van wevers uit Arras die gevlucht waren nadat hun stad verwoest werd tijdens de gevechten tussen de Bourgondiërs en de Franse koning." Het commerciële succes liet niet lang op zich wachten en bereikte een hoogtepunt in 16de en het begin van de 17de eeuw. In die tijd waren Oudenaardse wandtapijten terug te vinden in de woningen van vele machtigen der aarde, tot in de paleizen en rijke herenhuizen van Firenze en Madrid toe. De tapijten waren vooral vermaard om hun verfijnde verdures, taferelen met weelderige planten waarin allerlei exotische en soms bizarre dieren opdoken. Het verhaal wil dat Keizer Karel bij een oponthoud in Oudenaarde voor de charmes viel van een wulpse dochter van een tapijtwever. Resultaat: een korte idylle en de geboorte van een natuurlijke dochter. Dat meisje werd door haar vader erkend - Karel V nam meestal de verantwoordelijkheid voor de vruchten van zijn buitenechtelijke slippertjes op zich. Ze groeide later op als Margareta van Parma en werd de echtgenote van eerst Alexander de Medicis en daarna Ottavio Farnese, om te eindigen als landvoogdes van de Nederlanden. Of hoe tapijten weven je ver kan brengen. Het gouden tijdperk van de verdures is al lang voorbij, maar in veel gebouwen blijft deze rijkdom goed zichtbaar. Niet in het minst in het gotische stadhuis dat in al zijn schittering over de Grote Markt troont. De buitenkant is indrukwekkend, maar het interieur is niet minder een bezoek waard. De antieke zalen, zoals de Volkszaal en de Schepenkapel, vertonen ongelooflijke versieringen en details, zoals de verrassende tochtdeur, die de warmte moest binnenhouden en voorzien is van rijk beeldhouwwerk. Maar waar zijn de wandtapijten? Geen paniek, die zie je wat verderop. Een deel van het stadhuis en de aangrenzende lakenhalle herbergen immers het Mou, het museum van Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen. Hier hangen een twintigtal historische en lokaal vervaardigde wandtapijten. Neem de tijd om de grote verfijning, de goed bewaarde kleuren en de vele details te bewonderen. Plan je binnenkort een bezoek aan het Mou, dan kan je nog tot 6 november de tijdelijke tentoonstelling over dieren in wandtapijten meepikken. Met ook wandtapijten uit Edingen en Geraardsbergen, twee steden in de omgeving die eveneens productiecentra waren. De tentoonstelling geeft ook toegang tot een wat vreemd rariteitenkabinet. Met wat geluk kan je hier de laatste tapijtrestaurateur van de stad aan het werk zien op haar weefgetouw (normaal op dinsdag- en donderdagnamiddag). "Tot voor enkele jaren telde de stad nog een groot atelier gespecialiseerd in de restauratie van wandtapijten, maar vandaag helaas niet meer", betreurt onze gids. Het stadhuis vormt uiteraard de grootste schat van Oudenaarde, maar lang niet de enige. Als je de bewegwijzerde stadswandeling volgt, kom je vanzelf langs de belangrijkste bezienswaardigheden. Niet alle panden in de oude straten zijn even interessant, maar toch kom je langs flink wat verrassingen. Vaak pretentieloos, maar wel leuk of amusant. Zoals de vroegere stadsbaden, het Bisschopskwartier, de vreemde vleeshal-bibliotheek... Eén voorbeeld uit de vele is het piepkleine begijnhof, een oase van vrede en rust en minstens zo schattig als zijn grote evenknieën van Brugge en Gent. Tijdens je wandeling beland je onvermijdelijk aan de Schelde-oever. Fietsliefhebbers die liever genieten van een vlak parcours dan de hellingen van de Oude Kwaremont of de Paterberg te beklimmen, weten het al lang: langs de Schelde loopt een breed en autovrij fietspad tussen Oudenaarde en Gent, maar ook tussen Oudenaarde en Doornik. Aan diezelfde Schelde-oever wacht ook het mooiste plaatje van de stad: het uitzicht op de wijk Pamele. Michel Debaets: "In de middeleeuwen was deze wijk een zelfstandige stad en een rivaal van Oudenaarde op de andere oever. Pas in de 16de eeuw gingen beide steden samensmelten". Pamele was lange tijd een verwaarloosde buurt, maar is nu heel hip geworden. Steek de Scheldebrug over en je staat al snel oog in oog met het schilderachtige Onze-Lieve-Vrouwekerkje, een parel van Scheldegotiek. Als je de kans krijgt, ga er dan binnen (het kerkje is helaas vaak dicht). In het rijk versierde interieur valt een bijzonderheid op die in onze streken eerder zeldzaam is: een liggend grafmonument met twee niveaus, typisch voor de renaissance. Op het bovenste niveau zien we de geïdealiseerde beelden van de overledenen, eronder zien we hen als zeer realistische stoffelijke resten. Gelukkig hoeven we niet te eindigen op deze macabere noot. Terug naar de Grote Markt voor een verfrissende drank. Oudenaarde is de hoofdstad van het Oud-Vlaams Bruin, een subtiel zurig bier met bruinrode kleur. Ooit telde de stad 17 brouwerijen die dit gerstenat maakten. Daarvan blijven er nog vijf over, waaronder de bekende brouwerij Liefmans. Kies daarom beter voor een van de vier andere, want die zijn elders veel moeilijker te vinden.Meer info: www.oudenaarde.be