Roemenië is meer dan Dracula en folklore. Het land was in de eerste helft van 2019 voorzitter van de Europese Unie en precies 30 jaar geleden viel het communistische regime van dictator Ceaucescu. Reden genoeg dus om Roemenië wat beter te leren kennen. Met 200 evenementen, op 50 verschillende plekken moet dat lukken. Rode draad: de kruisbestuiving tussen oost en west.

Centraal staat de expo over de Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi (1876-1957) in Bozar, Brussel. Dankzij zijn fascinerende sculpturen wordt hij beschouwd als een van de meest invloedrijke beeldhouwers van de 20ste eeuw en een pionier van het modernisme. Het is de eerste keer dat in ons land een solo-tentoonstelling aan Brancusi wordt gewijd en Bozar haalde daarvoor topstukken van over de hele wereld naar Brussel. Onder meer Slapende Muze, De Kus en Leda. Ook werk van zijn leermeester Auguste Rodin en tijdgenoten Modigliani en Man Ray zijn te zien.

De tentoonstelling besteedt ook aandacht aan het leven van Brancusi, die geboren werd op het Roemeense platteland kunst ging studeren in Boekarest. Tijdens een rondreis door Europa werkte hij korte tijd in het atelier van Rodin.

Sculpturen in reeksen vormen zijn handelsmerk. Die reeksen evolueren voortdurend. Een realistisch uitgebeeld kinderhoofd transformeert in een ovaal, bijna abstract werk. Een magische vogel, ontleend aan volksverhalen, wordt zodanig uitgerokken dat hij alleen het begrip 'wegvliegen' uitdrukt. Een kus wordt uiteindelijk een grafisch motief. Ook zijn atelier en fascinatie voor dans en beweging worden in de kijker gezet. Tenslotte focust de expo op Brancusi als fotograaf.