In 1989, op 12 februari, spoelde potvis 'Valentijn' aan op het strand Sint André in Oostduinkerke. De potvis kreeg twee dagen later, op 14 februari, de officiële naam 'Valentijn van Sint-André', een beslissing die unaniem gestemd werd door de Koksijdse gemeenteraad en werd begraven op het domein van de abdijhoeve Ten Bogaerde.

Nieuwe toeristische attractie

"In 2014 besloten we een opgraving te organiseren als proef. We werken samen met een team van de Universiteit van Gent", zegt burgemeester Marc Vanden Bussche. "Op de gemeenteraad keurden we een budget van 150.000 euro goed voor de opgraving van het gehele skelet begin 2019. In het NAVIGO-museum is ruimte om het skelet van zeventien meter lang tentoon te stellen. Waar het juist zal komen, moeten we nog bepalen want er zit ook nog een uitbreiding van het museum aan te komen. Potvis Valentijn wordt onze nieuwe, toeristische attractie."

Na de opgraving zal het kadaver verwerkt worden door de wetenschappers van de vakgroep Morfologie van de Universiteit Gent. Zij zullen Valentijns skelet museumklaar maken voor de opstelling in het NAVIGO-Nationaal Visserijmuseum.

"Voor het NAVIGO-museum is dit werkelijk fantastisch nieuws!" vertelt schepen van Cultuur Rita Gantois. "We zullen ervoor zorgen dat het publiek het hele proces van opgraven t.e.m. het monteren van het gereinigde skelet zal kunnen volgen."

Eeuwenoude traditie

Met het opgraven, ontleden en tentoonstellen van walvis Valentijn, sluit het NAVIGO-museum aan bij een eeuwenoude traditie. De interesse om deze gigantische zeewezens eens van dichtbij te kunnen bewonderen, is namelijk van alle tijden. Een opvallend verhaal is de onderneming van Herman Kessels.

Begin november 1827 deden enkele Vlaamse vissers een bijzondere ontdekking op zee: het drijvende karkas van een grote blauwe vinvis. Met een lengte van circa 27,5 meter was het één van de grootste walvissen die ooit gezien was in de Nederlanden. Nadat het dier met veel moeite op het droge getrokken was op het strand van Bredene, stroomden de kijklustigen al snel toe. Onder hen ook Herman Kessels, visiteur van de havenrechten in Oostende en een gekend figuur in de havenstad.

Toen de walvis op 10 november te koop aangeboden werd, was het Kessels die, samen met mede-investeerder J. Dubar, 3.000 gulden neertelde voor de gigant. 4 dagen later begon vervolgens de dissectie van het dier onder leiding van François Louis Paret, een taxidermist uit Bredene. Een team van zeker 62 werklieden werd aan het werk gezet om dit gigantische werk zo snel mogelijk tot een goed einde te brengen.

Het skelet van de walvis werd uiteindelijk vanaf eind november 1827 maandenlang tentoon gesteld in een speciaal daarvoor ontworpen paviljoen aan de Oostendse Keizerskaai. Vanaf april 1828 begon de vinvis vervolgens aan een reis rond de wereld, die onder andere langs Gent, Brussel, 's Gravenhage, Rotterdam, Antwerpen, Parijs, Londen, Frankfurt, Berlijn, Dresden, Wenen, Leipzig en de Verenigde Staten liep. Uiteindelijk vond het skelet een definitieve plaats in het Zoölogisch Instituut van de Academie voor Wetenschappen in Sint-Petersburg, waar het vandaag nog steeds te bewonderen valt.

Om de komst van Valentijn naar het NAVIGO-museum optimaal voor te bereiden, laat het team zich inspireren door het recente succes van vinvis Leo in de Gentste Sint-Baafskathedraal (2017-2018) en van blauwe vinvis Hope in het Natural History Museum in Londen.