Handelaars die lijden onder de hinder van openbare werken, kunnen al ruim tien jaar aanspraak maken op een federale inkomenscompensatievergoeding. Die bedraagt 76 euro per dag dat ze moeten sluiten. De Vlaamse overheid compenseert nog eens de rentes die handelaars betalen op overbruggingskredieten die ze aaangaan om hun omzetverlies op te vangen.

Zowel de federale vergoeding als de Vlaamse toelage brengen echter administratieve rompslomp met zich mee. De sluitingsverplichting weerhoudt bovendien nogal wat zelfstandigen om de inkomenscompensatie aan te vragen.

Door de zesde staatshervorming werd de compensatie voor hinder bij openbare werken een Vlaamse bevoegdheid. In het huidige Vlaamse regeerakkoord is opgenomen dat beide uitkeringen tot één toelage moeten worden herleid en dat de sluitingsverplichting zal worden geschrapt. Het voorstel van decreet dat Axel Ronse (N-VA), Koen Van Den Heuvel (CD&V) en Mathias De Clercq (Open Vld) nu indienden, geeft uitvoering aan deze passage uit het regeerakkoord.

De nieuwe regeling zal van toepassing zijn op ondernemingen die minstens een maand ernstige hinder ondervinden van de openbare werken, die een activiteit uitoefenen die een rechtstreeks contact met de klant vereist en die minder dan 10 werknemers in dienst hebben. De nieuwe hinderpremie van 2.000 euro wordt automatisch en zonder sluitingsverplichting uitgekeerd voor de eerste 20 kalenderdagen waarin de onderneming hinder van werken ondervindt. Wie toch de deuren moet sluiten, krijgt vanaf dag 21 hier bovenop 80 euro per kalenderdag sluiting.

De Vlaamse regering heeft voor de nieuwe premie een jaarlijks budget van 6 miljoen euro ingeschreven.