Als je een zachte landingsbaan neemt, wordt dan ook jouw pensioen gelijkgesteld zoals bij de 'klassieke' landingsbaan in het kader van tijdskrediet? We vroegen het aan Geert Vermeir, manager juridisch kenniscentrum bij SD Worx.

Een zachte landingsbaan is geen tijdskrediet!

"De naam 'zachte landingsbaan' is een beetje misleidend, in die zin dat het hier niet om een tijdskrediet gaat", verduidelijkt Geert Vermeir. "De landingsbaan (of tijdskrediet voor 55-plussers) zoals we die kennen - een vermindering van je arbeidsprestaties naar 4/5 of oe, - blijft uiteraard bestaan. Vanaf 55 jaar kan je zo'n landingsbaan nemen, maar pas vanaf 60 jaar heb je recht op een RVA-uitkering. In sommige situaties gaat daar telkens nog 5 jaar af: vanaf 50 een landingsbaan nemen, vanaf 55 jaar recht op een uitkering.

De zachte landingsbaan is iets anders. Je krijgt immers geen vergoeding van de RVA, maar wel van je werkgever of een sectorfonds. En het is ook niet per se de bedoeling dat je minder uren gaat werken, maar vooral dat jouw werklast verlicht wordt.

Wat zijn de mogelijkheden? Vanaf 58 jaar kan jouw werkgever jou een RSZ-vrije vergoeding betalen als jij een lichtere job gaat doen en daardoor loonverlies lijdt. Overstappen naar een 4/5 regeling wordt in dit kader niet gezien als 'lichter werk verrichten' en zal jou geen RSZ-vrije vergoeding door je werkgever opleveren. Vanaf 60 jaar kan dat wel. Dan kan je voor je overstap naar een 4/5 regeling wel zo'n RSZ-vrije vergoeding met je werkgever overeenkomen."

Wat met je pensioen?

"Vermits de vergoeding die je van je werkgever kan krijgen om jouw loonverlies te compenseren RSZ-vrij is, zal ze geen sociale rechten meebrengen" legt Geert Vermeir uit. "Dus: geen recht op pensioen, werkloosheid, ziekte-uitkeringen.

Blijf je voltijds werken (wat tussen 58 en 60 jaar verplicht is om de RSZ-vrije vergoeding overeen te komen), dan zal je enkel pensioen verliezen als jouw loon onder een loongrens ligt. Want voor de berekening van de pensioenen wordt niet heel ons loon meegerekend, maar enkel tot een bepaalde grens. Voor 2018 bedroeg die grens bijvoorbeeld 57.602,62 euro. Dus enkel mensen met een lager loon zullen een beetje pensioen inleveren als zij een minder zware job aanvaarden en het loonverlies (deels) door hun werkgever gecompenseerd wordt met een RSZ-vrije vergoeding.

Iets anders is het als je vanaf 60 jaar naar een 4/5 regeling zou gaan. In het kader van de zachte landingsbaan krijg je weliswaar een vergoeding van je werkgever omdat je minder verdient, maar je niet gewerkte dag zal geen pensioenrechten opleveren. Dat is wel het geval als je een klassieke landingsbaan zou nemen. De zachte landingsbaan zou in dit geval wel een uitkomst kunnen bieden voor wie niet aan de voorwaarden van de klassieke landingsbaan voldoet, bijvoorbeeld omdat hij geen 25 jaar in loondienst heeft gewerkt. Ieder moet voor zichzelf bekijken wat mogelijk is en wat het interessantst is?"

Een maximumbedrag?

"Er geldt inderdaad een maximum voor de vergoeding" beaamt Geert Vermeir. "Maar daar staat geen vast cijfer op. Het is niet de bedoeling dat een werknemer via de vergoeding voor de zachte landing meer nettoloon zou overhouden dan tevoren. Daar zit dus de maximumgrens."

Nu ook mits individueel akkoord?

"Dat klopt" zegt Geert Vermeir. "Tot eind 2018 moest je een sectorakkoord of een ondernemings-CAO hebben of een aanpassing doen van je arbeidsreglement. Nu kan, indien er geen sectorakkoord is, een onderling akkoord tussen een werkgever en een werknemer volstaan om 'zacht te landen'."