In 2006 bedroeg de totale waterfactuur 227,52 euro. Sindsdien kwam er dus bijna 110 euro bij. Daarvan heeft slechts een 15-tal euro te maken met het drinkwaterverbruik; de rest is gelinkt aan de saneringsbijdragen. Die verdubbelden van 88,57 euro in 2006 tot 176,76 euro vorig jaar. De saneringsbijdragen maken nu 56 procent uit van de totale factuur.

De saneringsbijdragen vallen uiteen in een gemeentelijke en een bovengemeentelijke bijdrage. Het geld gaat naar Aquafin (bovengemeentelijk) of de gemeenten, legt men bij de VMM uit. Die gebruiken dat geld om het rioleringsnet te onderhouden en uit te bouwen. Voor de bijdragen geldt het principe "de verbruiker betaalt"; de hoogte ervan hangt dus af van het waterverbruik, aldus nog de VMM.

De saneringsbijdragen zijn sinds 2005 toegevoegd aan de waterfactuur. Ook daarvoor droeg de burger al bij, maar die rekeningen kreeg hij apart in de bus.

Een gemiddeld gezin in Vlaanderen (dat bestaat uit 2,37 personen) verbruikt op een jaar tijd 88 kubieke meter leidingwater, of 101 liter per persoon per dag.