Enkel met de leeftijd rekening houden, meent de voorzitter, "is een redelijk onrechtvaardige manier om het probleem van de vergrijzing en de betaalbaarheid van de pensioenen aan te pakken". De gezonde levensverwachting die Bothuyne en Van Rompuy aanhalen, kan niet als enige criterium worden gebruikt want dat zou "niet correct" zijn en "ongelijkheid creëren".

"Niet iedereen blijft even lang gezond, de gezonde levensverwachting varieert helaas sterk naargelang het soort werk en opleidingsniveau", legt Tobback uit. "Hooggeschoolden leven langer dan laaggeschoolden (die vaak ook fysiek zwaarder werk doen), blijkt uit verschillende onderzoeken."

Bovendien leidt het leeftijdscriterium ertoe dat wie op zijn achttiende begint te werken een loopbaan van meer dan 50 jaar zal nodig hebben voor een volledig pensioen, terwijl iemand die tot 25 studeert nog altijd maar 45 jaar zal moeten werken voor een pensioen dat nog altijd hoger zal liggen wegens waarschijnlijk beter betaald tijdens die loopbaan, aldus de voorzitter.

Tegelijk moet erover gewaakt worden dat er banen beschikbaar blijven voor 55-plussers. "Aangezien het in de huidige arbeidsmarkt al niet meer evident is om nog een job te vinden boven de 55 dreigt een pak langer werken voor heel veel werknemers gewoon een onhaalbare opdracht te worden."

"Ieder beleid dat geen rekening houdt met die realiteit", besluit Tobback, "is bijna per definitie gedoemd om te mislukken."