In 2014 bedroeg de werkzaamheidsgraad in de leeftijdsgroep 55-64 jaar 44,3 procent voor het hele Vlaamse Gewest. Met 49,6 procent haalde Vlaams-Brabant het hoogste percentage, op afstand gevolgd door Oost-Vlaanderen (45,3 procent), West-Vlaanderen (44,4 procent), Antwerpen (41,8 procent) en Limburg (40,8 procent). De verschillen doen zich zowel bij de mannelijke als vrouwelijke 55-plussers voor. Bij de mannen is in Vlaams-Brabant 55,4 procent aan het werk en bij de vrouwen 46,4 procent. In Limburg is dat respectievelijk slechts 46,4 en 35 procent en in Antwerpen 49,5 en 34,1 procent.

De verschillen tussen de provincies situeren zich vooral in de leeftijdsgroep 55-59 jaar. In Vlaams-Brabant is in deze leeftijdscategorie 71,8 procent van de inwoners aan het werk, tegenover 65,4 procent in Oost-Vlaanderen, 64,2 procent in West-Vlaanderen, 59,3 procent in Antwerpen en 57,5 procent in Limburg. Bij de 60-64-jarigen zijn de verschillen veel beperkter. Vlaams-Brabant scoort met 23,8 procent nog steeds het hoogst, op korte afstand evenwel gevolgd door West-Vlaanderen (22,4 procent), Oost-Vlaanderen (22,3 procent), Limburg (21,6 procent) en Antwerpen (21,5 procent).

Deze cijfers blijken uit het antwoord van Vlaams minister van Werk Philippe Muyters op een schriftelijke vraag van Martine Taelman.