Grensarbeiders die voornamelijk in het buitenland werkten en op latere leeftijd in de werkloosheid belandden, dreigden tot vandaag zonder inkomen te vallen eenmaal ze 65 jaar werden. Een en ander is een gevolg van de verhoging van de pensioenleeftijd. Vooral voor grensarbeiders die in Nederland hebben gewerkt, is dat een probleem. De pensioenleeftijd schuift in dat land sinds 2013 geleidelijk op naar 67 jaar in 2021. Dat betekent dat men zijn pensioen later int, terwijl in België de werkloosheidsvergoeding vanaf 65 jaar wegvalt.

Nu is er een definitieve oplossing om het pensioenvacuüm op te vangen, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. "Zo moet de werknemer in een aangrenzend land van België hebben gewerkt", legt Poukens uit. "Terwijl men zijn hoofdverblijfplaats in België heeft behouden en er in principe iedere dag naar is teruggekeerd. Bovendien moet de werknemer kunnen bewijzen dat hij minstens vijftien jaar als grensarbeider heeft gewerkt."

De wet, die werd gepubliceerd op 31 december 2018, gaat in met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018. Grensarbeiders die al een beperkt Belgisch pensioen ontvangen hebben, kunnen alsnog aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering als ze afzien van hun pensioen en de ontvangen bedragen terugstorten.

"Wij hopen nu ook nog de overbrugging bij ziekte en arbeidsongeschiktheid te regelen", aldus Kamerlid Stefaan Vercamer.