De uitspraak volgde op een Nederlandse zaak, waarbij drie reizigers hun pakketreis in het water zagen vallen omdat de vluchten waren geannuleerd. Ze trokken daarop naar de rechter, die daarop besliste het Hof in Luxemburg bijkomende vragen te stellen.

Dat besliste dat passagiers van wie de vluchten deel uitmaken van een pakketreis, recht hebben op terugbetaling door de reisorganisator, maar die terugbetaling niet eveneens kunnen vorderen van de luchtvaartmaatschappij. Dat zou immers leiden tot een "ongerechtvaardigde overmatige bescherming" van de betrokken passagier ten koste van de luchtvaartmaatschappij, omdat die het risico loopt een deel van de aansprakelijkheid van de reisorganisator op zich te moeten nemen.

Dat geldt ook wanneer de reisorganisator financieel niet in staat is het ticket terug te betalen en onvoldoende maatregelen heeft genomen om die terugbetaling te garanderen. Indien de nationale regels geen garantie bevatten over de terugbetaling indien de reisorganisator daarvoor het geld niet meer heeft, dan kan de reiziger de lidstaat aansprakelijk stellen.