Als u een stiefkind of -kleinkind wilt laten erven, moet u inderdaad een testament maken. Ook al was u gehuwd met hun vader/grootvader, zij zijn niet uw wettelijke erfgenamen.

Als een wettelijke erfgenaam (bijv. een zoon) overleden is, erven zijn kind (-eren) in zijn plaats. Dat is niet zo bij stiefkinderen die als begunstigde worden aangeduid in een testament. Bij een erfenis via testament bestaat er immers geen plaatsvervulling. U moet dus zowel uw stiefzoon als uw twee stiefkleindochters in uw testament opnemen.

Wat de te betalen successierechten betreft, bestaat er een verschil tussen stiefkinderen en stiefkleinkinderen!

In de drie gewesten zijn stiefkinderen gelijkgeschakeld met eigen kinderen. In het Vlaams gewest wordt de nalatenschap gesplitst in een onroerend en een roerend deel en wordt er telkens 3% successierechten geheven op de eerste schijf van 50.000 euro, 9% op de schijf tussen 50.000 en 250.000 euro en 27% op het deel boven de 250.000 euro.

Stiefkleinkinderen worden echter niet gelijkgeschakeld met eigen kinderen voor de successierechten. Zij betalen de tarieven van vreemden en die liggen heel wat hoger: 45% tot 75.000 euro, 55% tussen 75.000 en 125.000 euro en 65% boven de 125.000 euro! Voor hen geldt de splitsing tussen het roerend en onroerend deel van de nalatenschap niet.

Nog een ander verschil is de manier waarop de successierechten berekend worden. In de rechte lijn (stiefkinderen worden met de rechte lijn gelijkgeschakeld) en de zijlijn wordt eerst het nettoactief van de nalatenschap gedeeld door het aantal erfgenamen. Elk betaalt het tarief op zijn nettodeel. Voor de andere erfgenamen, dus ook voor de stiefkleinkinderen, worden eerst de tarieven toegepast op de volledige nalatenschap en daarna gedeeld door het aantal erfgenamen.