Momenteel telt ons land meer dan 400.000 langdurig zieke werknemers. Al een tijdje zet de federale regering in op hun re-integratie op het werk. Dat is en blijft een gevoelig thema. Voor sommige zieken creëren de nieuwe maatregelen kansen om - eventueel mits aangepast werk terug in het arbeidscircuit te stappen en weer voldoening, waardering (en een hoger inkomen ) te krijgen. Anderen beschouwen het als een straf en voelen zich slachtoffer.

Hoe verloopt re-integratie?

Meestal is het de adviserend geneesheer van jouw ziekenfonds die de eerste stap zal zetten en jou een vragenlijst laat invullen om jouw eventuele mogelijkheden tot re-integratie in te schatten. Het kan zijn dat hij je doorverwijst naar de arbeidsgeneesheer (de arts van je bedrijf) die eventueel de modaliteiten voor een re-integratie vastlegt (de arbeidsgeneesheer kan ook andere beslissingen nemen). Maar je kan ook zelf een afspraak bij je arbeidsgeneesheer vragen om over een mogelijke re-integratie te praten. En ook je werkgever kan het initiatief nemen en jou naar de arbeidsgeneesheer sturen. Dat kan hij doen als je vier maanden arbeidsongeschikt bent.

Gevaar voor medische overmacht

Als er effectief een re-integratieplan kan worden opgesteld en de werknemer is daar gelukkig mee, dan is het doel van de wetgeving bereikt. Maar helaas loopt het ook vaak anders. Want de werknemer kan ook definitief ongeschikt verklaard worden voor het overeengekomen werk en niet in staat worden geacht om ander werk uit te oefenen bij zijn werkgever. In dat geval kan de werkgever hem ontslaan wegens medische overmacht, zonder opzeggingsvergoeding. De werknemer kan tegen die beslissing in beroep gaan, maar verklaart de arbeidsgeneesheer hem opnieuw arbeidsongeschikt, dan is geen verder beroep meer mogelijk.

Intussen zijn we 2 jaar verder en werd de re-integratieprocedure geëvalueerd. Uit de evaluatie door het ACV bleek dat de procedure voor 70% van de werknemers uitmondde in een ontslag wegens medische overmacht (Bron : Visie, 19 april 2019).Ook andere organisaties, zoals o.m. het IDEWE (een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk) hebben al op dit pijnpunt gewezen.