Tot nu toe kon iedereen die een aanvullend pensioen opbouwde of had opgebouwd als zelfstandige of als werknemer, hetzij individueel, hetzij via een vennootschap, werkgever of sector, op 'mijn aanvullend pensioen' terecht om na te gaan:

- Hoeveel er al is opgebouwd

- En wat hier mee gebeurt als hij zou sterven vóór pensionering

Voor meer dan 3,7 miljoen mensen is dat al het geval en al 1,7 miljoen daarvan hebben ook al effectief mypension.be/mijn aanvullend pensioen geconsulteerd.

De opbouw van het aanvullend pensioen in de zogenaamde tweede pijler gebeurde tot voor kort enkel op initiatief van de werkgever of de sector, als aanvulling op het wettelijk pensioen - de eerste pensioenpijler.

Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers

Sinds dit jaar kunnen werknemers op eigen initiatief een tweede pijler aangaan, via het Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers (VAPW). In de praktijk zal dat vooral gelden voor wie nog geen of wie een laag aanvullend pensioen via zijn werkgever opbouwt.

Er gelden wel een aantal voorwaarden en grenzen in functie van onder andere de loopbaan en van het aanvullend pensioen dat in het verleden eventueel al werd opgebouwd. Om de mensen te helpen bij die complexe berekening, stelt Sigedis nu via mypension.be/mijn aanvullend pensioen een eenvoudige toepassing ter beschikking. Met enkele klikken kan men nu nagaan of men in aanmerking komt voor het VAPW en hoeveel daarin mag worden gestort.

Daarna kan de werknemer zelf kiezen bij welke verzekeraar hij een VAPW afsluit en aan zijn werkgever meedelen hoeveel hij wil bijdragen. Dat kan in eenmalige of gespreide stortingen, maar nooit meer dan het aangegeven plafond. De werkgever houdt het bedrag af van het nettoloon. Een jaar later komt de werknemer in aanmerking voor een belastingvermindering van 30 procent op de stortingen.

Minister Bacquelaine benadrukt nog eens het belang van de veralgemening van de aanvullende pensioenen. "Ons doel is elke werknemer of zelfstandige een belangrijke aanvulling op het wettelijke pensioen aan te bieden zodat op het moment van pensionering een levensstandaard kan gegarandeerd worden die meer overeenstemt met het beroepsleven", luidt het.