Vandaag kan je in de privésector op drie manieren je loopbaan even stopzetten of minder gaan werken: met een gemotiveerd tijdskrediet, met een thematisch verlof of met een landingsbaan. Sinds 2017 kan je er niet meer 'zomaar' een jaartje tussenuit. Je heb een specifieke reden nodig, 'motief' genoemd. Dat kan bijvoorbeeld zijn: je wil een erkende opleiding volgen, je wil medische bijstand geven aan een zwaar ziek gezins- of familielid, enz. Daarnaast kan je ook een thematisch verlof nemen, voor een welbepaalde reden. Dat zijn er drie: ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof. Anders dan voor het gemotiveerd tijdskrediet moet je voor thematisch verlof niet aan anciënniteitsvoorwaarden voldoen. Dan is er ook nog de landingsbaan voor 55-plussers (uitkering vanaf 60 jaar).

Werk je in de publieke sector, dan kan je een loopbaanonderbreking nemen. De reglementering verschilt naargelang je voor de federale of regionale overheid werkt, in het onderwijs, politie, enz. In de publieke sector kan je dezelfde thematische verloven nemen als in de privésector.

HR dienstverlener Acerta deed onderzoek naar het aantal werknemers in de privésector dat zijn loopbaan onderbreekt. Al een paar jaar is er een dalende trend. Maar in 2018 zakte het aantal onder de 10%. Vorig jaar namen 9,6% werknemers 'een pauze', terwijl dat in 2014 nog 11,6% was.

Van de verschillende opties blijkt tijdskrediet het populairst, gevolgd door het thematisch ouderschapsverlof. Maar nagenoeg allemaal - tijdskrediet, de verschillende thematische verloven, vol- of deeltijds - noteren ze voor 2018 een lager percentage dan het jaar ervoor.

Vanwaar die dalende trend?

Er zijn verschillende redenen voor die dalende trend. De regels verstrengen. Zo werd bijvoorbeeld het tijdskrediet zonder motief afgeschaft en kan je in de privésector enkel nog thematisch verlof voor medische bijstand nemen voor aanverwanten tot de eerste graad (schoonouders, stiefouders, stiefkinderen). Voor bloedverwanten kan het tot de tweede graad. De dalende trend bij het ouderschapsverlof zou volgens Acerta te maken kunnen hebben met de afwachtende houding van de werknemers.

"Sinds september 2018 werd aangekondigd dat ouderschapsverlof zal opgenomen kunnen worden onder de vorm van vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende, wat concreet zou betekenen dat een ouder bijvoorbeeld enkel de woensdagnamiddag binnen het stelsel van ouderschapsverlof zou kunnen thuisblijven. Voorlopig kan het enkel voltijds, halftijds of voor 1/5. Er is ook sprake dat de ouderschapsperiodes flexibeler zouden worden, dat het voltijds ouderschapsverlof bijvoorbeeld ook per week zou kunnen worden opgenomen. Dat zijn voor de werknemer interessante pistes. Voor de werkgever zou dat wel impact hebben op planning en administratie." (Bron: persbericht Acerta)

Sinds 1 juni 2019 kunnen werknemers effectief gebruik maken van deze nieuwe mogelijkheden. Ouderschapsverlof kan nu ook opgenomen worden in halve dagen, zodat werknemers bijvoorbeeld op woensdagnamiddag thuis kunnen zijn. Maar in tegenstelling tot de andere vormen van ouderschapsverlof, is het verlof van één tiende geen recht. De werknemer heeft het akkoord van zijn werkgever nodig. En het is enkel mogelijk voor werknemers die voltijds werken.

Alsmaar meer mannen in social profit

Loopbaanonderbreking is niet gelijk gespreid over de sectoren en categorieën. De categorie voor wie het grootste percentage genoteerd werd, zijn vrouwelijke bedienden in de social profit. Het percentage loopbaanonderbreking is bij vrouwen trouwens systematisch hoger dan bij mannen, met het grootste verschil onder de bedienden in de profit: dubbel zoveel vrouwen (11%) als mannen (5,7%) genieten loopbaanonderbreking.

Daarnaast vallen die categorieën op die tegen de trend ingaan, met een stijging in loopbaanonderbreking. Vooral onder mannelijke bedienden in de social profit is de stijging van het percentage opmerkelijk.

Hoe groter het bedrijf, hoe meer tijdskrediet

Loopbaanonderbreking kwam altijd al meer voor in grote dan in kleine ondernemingen en dat is in 2018 niet anders. En ook hier zijn de percentages telkens lager dan in 2017, dus zowel in kleine als in grote ondernemingen loopt loopbaanonderbreking lichtjes terug. Er is één uitzondering: in de grootste ondernemingen van meer dan 500 werknemers is het percentage van werknemers met loopbaanonderbreking van 2017 naar 2018 licht toegenomen.