Een paramedicus is iemand die medische handelingen uitvoert maar geen arts of tandarts is. Het gaat onder meer om psychologen, verpleegkundigen, verloskundigen, therapeuten en kinesisten. "Dat we ons er al langer van bewust zijn dat we beter genderneutrale - en niet zonder nadenken mannelijke - termen gebruiken, komt doordat het dikwijls over vrouwen gaat", zegt Katrien Jonckheer van Acerta.

In 2018 telde het RSVZ 23.884 vrouwelijke en 9.812 mannelijke paramedici, een verhouding van 70,88 pct tegenover 29,12 pct. "Dat die verhouding fel doorweegt naar de vrouwelijke kant zal niet snel veranderen. De groei van 2014 naar 2018 in de vrouwelijke populatie paramedici ging immers plus 23,44 pct, voor de mannen was dat plus 11,65 pct. Deze vrouwelijke beroepscategorie wordt dus alleen maar nog vrouwelijker", benadrukt Jonckheer.

Ook al vraagt elk paramedisch beroep een specifieke opleiding en permanente vorming, de drempel om de stap naar zelfstandigheid te zetten, blijft voldoende laag. "De zorgsector is een groeiende sector met meer werk dan mensen. En zelfstandigheid biedt meer vrijheid. Dat de zelfstandige paramedici in de lift zitten, is dus niet zo vreemd", legt Jonckheer uit.

Dat meer mensen kiezen voor het statuut van zelfstandige wordt volgens Acerta ook gestimuleerd door een gunstiger wetgevend kader voor de vrije beroepen. Sinds 2018 kunnen ook vrije beroepers in geval van faillissement een beroep doen op beschermingsprocedures.

Toch zeggen de cijfers over paramedici in vrij beroep niet alles. Niet elke verpleeg- of verloskundige, niet elke psycholoog of therapeut is een zelfstandige. "Paramedici kunnen ook in loondienst aan de slag zijn en die groep zien we uiteraard niet in deze cijfers van het RSVZ. Een van de factoren om wel of niet te kiezen voor zelfstandigheid is het evenwicht werk-privé, een factor die traditioneel vooral de instap van vrouwen gunstig beïnvloedt, wat inderdaad blijkt uit de cijfers van zelfstandige paramedici", aldus Jonckheer.