Voor de wet van 27 april 2007 in werking trad (dat gebeurde op 1 september 2007), waren er drie manieren om te scheiden:

  • in onderlinge toestemming (EOT): na een akkoord over werkelijk alle punten (inclusief de regeling voor de kinderen)en 2 verschijningen voor de rechter
  • na een feitelijke scheiding: wie 2 jaar gescheiden leefde kon de echtscheiding aanvragen. Het probleem was dat de aanvrager dan meteen als schuldige voor de scheiding werd aangeduid, al kon hij dit vermoeden wel weerleggen. Dit was de enige manier om te scheiden als de partner niet akkoord ging. Twee jaar was natuurlijk wel een relatief lange termijn.
  • wegens een fout: wie het bewijs van de fout van de andere kon leveren (bewijs van overspel, echtelijk geweld,...), kon de scheiding aanvragen.

In 2007 werd de echtscheidingswet grondig hervormd. Maar gaat scheiden nu echt vlugger? Hoe verloopt de vereffening/verdeling van de goederen? En wat op het vlak van de alimentatie met beperkte duur? Advocaat en familiaal bemiddelaar Benoît Malevé weet precies hoe deze nieuwe echtscheidingswet beleefd wordt op het terrein.

Wat de wet van 2007 veranderd heeft

Een nieuwe echtscheidingsvorm. Van de vroegere procedures werd enkel de echtscheiding door onderlinge toe-stemming behouden. Daarnaast bestaat nu nog één andere vorm: deze wegens duurzame ontwrichting.

Geen fout. De partner die de echtscheiding aanvraagt, moet niet meer de fout van de andere bewijzen. Wie kan aantonen dat zijn/haar partner een zware fout heeft begaan, kan dit feit wel 'gebruiken' om geen onderhoudsgeld te hoeven betalen.

Minder strikte voorwaarden. Als het koppel al 6 maanden feitelijk gescheiden leefde, is één enkele verschijning voor de rechter voldoende. De partners kunnen zich in sommige gevallen gemakkelijker door een advocaat laten vertegenwoordigen op de zitting.

Beperkt onderhoudsgeld. De duur van het onderhoudsgeld is beperkt tot de duur van het huwelijk.

Plus Magazine: Wat is de grootste verandering die de wet van 2007 meegebracht heeft?

Benoît Malevé: "Van de vroegere manieren om te scheiden blijft er slechts één over: de scheiding door onderlinge toestemming. Ze is zelfs een beetje vereenvoudigd. Wie al 6 maanden op een ander adres woont op het moment van de neerlegging van het akkoord, hoeft maar één keer meer voor de rechter te verschijnen. Vroeger waren er twee persoonlijke verschijningen nodig. Wie niet aanwezig kon zijn (omdat hij of zij in het buitenland was bijvoorbeeld) moest aan de voorzitter van de rechtbank de toestemming vragen om zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of notaris. Dat is vandaag niet meer nodig. De partners kunnen zich op de eventuele tweede verschijning laten vertegenwoordigen.

De andere echtscheidingsvorm die we vandaag kennen, is de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting. Dat is meteen de grootste verandering van de nieuwe wet: het schuldbegrip is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor het schuldloze begrip van de duurzame ontwrichting. Anders gezegd: het is mogelijk dat twee partners gewoon niet meer kunnen samenleven, zonder dat een van hen daarvoor schuldig is. Vroeger werd een echtscheidingsprocedure ingeleid door de ene partner die de andere beschuldigde van bepaalde fouten. Die kaatste de bal vaak terug en probeerde minstens een gedeelde schuld uit de wacht te slepen. De nieuwe wet wou hiermee komaf maken. De schuldvraag wordt nu pas in tweede instantie gesteld, als er sprake is van een onderhoudsgeld. Dan kan degene aan wie een onderhoudsgeld wordt gevraagd nog een fout van de andere inroepen om het niet te moeten betalen."

Er is ook heel wat veranderd op het vlak van de alimentatie?

Vroeger had het onderhoudsgeld een dubbel doel: enerzijds in het levensonderhoud voorzien, maar anderzijds was het ook een vorm van vergoeding. Toen was het perfect mogelijk dat de economisch sterkste partner toch een - zij het symbolisch - onderhoudsgeld van de andere ontving, omdat die andere echtgenoot verantwoordelijk of zelfs schuldig was aan de echtscheiding. We zouden kunnen zeggen dat er toen een schuldscheiding gold.

Vandaag heeft het onderhoudsgeld nog slechts één doel: in het levensonderhoud van de partner voorzien. De nieuwe wet spreekt van behoefte. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de partner die zijn carrière op een laag pitje gezet heeft of helemaal thuis gebleven is om voor de kinderen te zorgen. Hier zal de rechter een onderhoudsgeld bepalen, rekening houdend met de levensstandaard van het koppel. Maar let op, de wet van 2007 had ook een andere nieuwigheid in petto: de duur van het onderhoudsgeld is nu beperkt tot de duur van het huwelijk. De bedoeling van de wetgever was hier duidelijk: het gaat niet op levenslang een onderhoudsgeld te moeten betalen als je bijvoorbeeld maar één of twee jaar getrouwd bent geweest. Maar deze medaille heeft uiteraard zijn keerzijde... Denken we maar aan de dame van 45 jaar, wiens echtgenoot de scheiding aanvraagt na 20 jaar huwelijk. Op haar 65ste stopt het onderhoudsgeld en zal zij zelf in haar levensonderhoud moeten voorzien. Dan zal zij moeten leven van haar eigen pensioen of zelfs van de inkomensgarantie...

Door de duur van het onderhoudsgeld te beperken tot de duur van het huwelijk, zijn er dan weer minder gevallen waarin onderhoudsplichtigen, eenmaal zelf met pensioen, in moeilijkheden raken om het onderhoudsgeld te betalen. Zo heeft elk nadeel zijn voordeel, en vice versa.

Meer zekerheid qua onderhoudsgeld

Eén van de pijnpunten van de echtscheidingswetgeving is de bepaling van het bedrag van het onderhoudsgeld. Tot voor kort was er een duidelijk gebrek aan algemene regel en hing het af van de rechter. Er be-stond wel een aantal berekeningsmodellen (bijv. de onderhoudsgeldcalculator van de Gezinsbond) maar de rechter was niet verplicht zich erop te baseren. De bepaling van het bedrag was één zaak, het onderhoudsgeld effectief betaald krijgen een andere...

Deze twee pijnpunten werden aangepakt in het wetsvoorstel van kamerlid Sabien Lahaye-Battheu dat intussen door de Senaatscommissie Justitie werd goedgekeurd.

De grootte van het bedrag van de alimentatie moet nu door de rechter gemotiveerd worden. Er liggen een aantal criteria vast, waaronder het inkomen van de ouders en de verblijfsregeling. Als de ouder die alimentatie moet betalen twee keer niet betaald heeft, moet de rechter toe- stemming geven voor ontvangstmachtiging. Zo kan het bedrag afgehouden worden van het loon van de onderhoudsplichtige ex-partner.

Vandaag kunnen koppels alleen of samen een echtscheidingsaanvraag indienen. Hoe gebeurt dat het vaakst in de praktijk?

Twee vaststellingen op dit vlak: ten eerste zijn er veel meer gezamenlijke aanvragen tot echtscheiding, ten tweede zijn er minder echtscheidingen met onderlinge toestemming. Vroeger was de EOT de snelste en goedkoopste manier om uit elkaar te gaan. Er gold (en geldt) wel één voorwaarde: de partners moesten (moeten) het over alles eens zijn. Vandaag bestaat er naast de EOT nog een andere snelle manier om uit het huwelijksbootje te stappen: als de partners het eens zijn over de noodzaak van een scheiding, dan kunnen zij een gemeenschappelijk verzoekschrift indienen bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit is handig omdat de partners in het verzoekschrift ook al een (gedeeltelijk) akkoord kunnen opnemen over de vereffening en verdeling van de goederen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld hun akkoord toevoegen dat ze het huis zullen verkopen en de opbrengst delen. Dit komt eigenlijk neer op een vorm van (gedeeltelijke) EOT. Als er een overdracht van onroerende goederen aan te pas komt, is er ook een notariële akte nodig.

De nieuwe wet laat echter ook toe dat het verzoekschrift slechts door één van beide partners wordt ingediend. De partner die eigenlijk niet wil scheiden, zal nu sneller voor een voldongen feit kunnen geplaatst worden. Dat is een minpunt.

De nieuwe echtscheiding wordt wel eens de 'Kleenex-echtscheiding' genoemd, wegens de snelheid en het gemak waarmee alles verloopt. Hoe lang duurt zo'n procedure nu gemiddeld?

Sinds de nieuwe wet zijn de meeste echtscheidingen op 6 maanden rond maar hier is toch enige nuance op zijn plaats. De rechter spreekt de echtscheiding uit wanneer er sprake is van duurzame ontwrichting tussen de echtgenoten. Met andere woorden: wanneer ze niet verder of niet opnieuw kunnen samenleven. Maar er zijn in dit geval twee mogelijkheden.

Ofwel dienen beide echtgenoten de echtscheidingsaanvraag in en dan geldt een termijn van 6 maanden. Leven de partners al 6 maanden op een ander adres, dan is dit voldoende om van een duurzame ontwrichting te spreken. Leven ze nog geen 6 maanden apart wanneer ze voor de eerste keer voor de rechter verschijnen, dan zal de rechter het dossier uitstellen tot een latere datum. De nieuwe verschijning zal dan plaatsvinden vlak nadat de termijn van 6 maanden verstreken is, of 3 maanden na de eerste verschijning. Het is de rechter die de exacte periode bepaalt. Hij heeft de keuze: ofwel 6 maanden, ofwel twee verschijningen met 3 maanden tussen. Maar dit betekent dus dat een koppel dat bij de eerste verschijning maar 1 maand feitelijk gescheiden leeft, al na 4 maanden officieel gescheiden kan zijn.

Dient slechts één van de partners een verzoek tot echtscheiding in en is de andere het daar niet mee eens, dan wordt de duurzame ontwrichting vastgesteld na 1 jaar feitelijke scheiding. Is er nog geen feitelijke scheiding van 1 jaar op het ogenblik van de eerste verschijning, dan zal de rechter een nieuwe datum van verschijning vastleggen op een datum die onmiddellijk volgt na de termijn van 1 jaar of 1 jaar na de eerste verschijning. Als een koppel dus al 4 maanden feitelijk gescheiden leeft, dan zal de rechtbank het dossier 8 maanden uitstellen opdat de termijn van 1 jaar bereikt zou zijn. Op dat moment zal de rechtbank dan de duurzame ontwrichting vaststellen en de echtscheiding uitspreken. Er moet dus een zekere termijn verstreken zijn, want dit is belangrijk om van een duurzame ontwrichting te kunnen spreken.

Betekent dit dat het begrip 'fout' geen rol meer speelt?

Toch wel. Ook al is er nu een schuldloze echtscheiding mogelijk wegens duurzame ontwrichting, toch kan de fout van de andere partner nog altijd worden ingeroepen. Zo kan de ene echtgenoot nog steeds het overspel van de andere laten vaststellen en de echtscheiding vragen op grond van artikel 229 van het Burgerlijk Wetboek. Hier komt geen termijn bij kijken. De overspelige echtgenoot wordt gedagvaard en vanaf de eerste zitting wordt het overspel vastgesteld en kan de echtscheiding onmiddellijk worden uitgesproken. Dat geldt ook wanneer er bijvoorbeeld echtelijk geweld in het spel is.

Leidt de snelheid van de procedure niet tot veel onuitgesproken zaken en frustraties tussen (ex-) echtgenoten?

We zien inderdaad dat de frustratie van de scheidende partners zich verplaatst heeft. Daar waar er vroeger veel discussies werden gevoerd over wie wel of niet in de fout was gegaan, wordt er nu veel meer gebekvecht over de vereffening en verdeling van de goederen. Vroeger staken echtgenoten veel (negatieve) energie in de procedure en toen ze dan eindelijk toe waren aan de vereffening en verdeling, hadden ze meestal begrepen dat wederzijdse beschuldigingen de zaak niet vooruit hielpen. Dat ze vooral goed waren om de honoraria van hun advocaten te verhogen... De verdeling van de goederen verliep dan vaak vrij rustig. Iedereen wou de pagina eindelijk kunnen omdraaien.

Vandaag zijn echtgenoten soms nog niet klaar om die pagina om te draaien. Plots zijn ze gescheiden en moeten ze die scheiding concreet maken door hun goederen te verdelen. Dan loopt de spanning soms hoog op. We zien nu dus verdelingen die heel lang aanslepen. Dat kan zijn omdat één van de echtgenoten niet akkoord gaat met de waardebepaling van het huis door de door de rechter aangestelde notaris. In dat geval moet de notaris het dossier terugsturen naar de rechter die dan zelf moet beslissen, of eventueel een nieuwe expert aanduiden. We zien nu ook vaak dat koppels lang kibbelen over de verblijfsregeling voor de kinderen. Dat is soms schrijnend. Niet zelden vraagt een ouder co-ouderschap aan, enkel en alleen omdat hij/zij weet dat dit moeilijk te regelen is voor de andere ex-partner.

Om uit deze impasse te raken, doen almaar meer koppels een beroep op een bemiddelaar. Sommige rechters moedigen dit ook aan. De bemiddelaar is een neutraal persoon die niet oordeelt, maar luistert en samen naar een oplossing zoekt.

Scheiden is hoe dan ook een rouwproces waar beide ex-partners doorheen moeten.

Hoe verloopt de vereffening/verdeling van de goederen precies? Gebeurt ze apart van de echtscheidingsprocedure zelf?

Dat kan, maar het hoeft niet. Als de partijen bij een scheiding op basis van duurzame ontwrichting vragen om te scheiden zonder dat er over de vereffening-verdeling van de goederen wordt gesproken, moet de rechter later een notaris aanstellen voor de vereffening. Maar dat is een beetje jammer omdat er dan twee procedures moeten gevoerd worden, daar waar men de procedure via een eenvoudig verzoekschrift kan starten en terzelfdertijd vragen om een notaris aan te stellen voor de verdeling. Ook al zou de vereffening pas later gebeuren, dan is de aanvraag gedaan en zijn er geen twee procedures nodig.

Het kan dus eenvoudig, en snel?

Absoluut. De ex-echtgenoten kunnen gewoon een akkoord over de verdeling toevoegen aan hun verzoekschrift, waarvan de rechter akte zal nemen en klaar is Kees.

Even eenvoudig is het, wanneer weinig of niets verdeeld moet worden omdat het koppel nog niet veel gespaard heeft en samen geen onroerend goed bezit. Onroerende goederen die één van beiden heeft verkregen via schenking of erfenis, zijn eigen goederen. Ze komen niet in de vereffening-verdeling. De vereffening gebeurt hier gewoon op basis van een akkoord over de roerende goederen, zonder notaris. Ieder raapt bij manier van spreken zijn persoonlijke spullen bij elkaar, en de zaak is verdeeld.

Maar vaak komt er toch een notaris aan te pas?

Eén, twee of zelfs drie notarissen! Meestal worden er twee notarissen aangeduid: één die zich met de vereffening-verdeling bezighoudt en één die de echtgenoten vervangt die niet zouden verschijnen. Maar het kunnen er ook drie zijn. Soms kiezen de ex-partners immers elk een eigen notaris voor de vereffening-verdeling, zodat er drie in het spel zijn.

Maar dat een notaris ingeschakeld wordt, hoeft niet per se te betekenen dat de vereffening lang zal aanslepen. Wel mogen de respectievelijke advocaten dan ook hun zegje doen en de belangen van hun cliënten verdedigen. Ze maken nota's over de manier waarop zij de verdeling zien. Bijvoorbeeld: advocaat X meent dat zijn cliënt recht heeft op de helft van de waarde van het onroerend goed, verminderd met het saldo van de hypothecaire lening. Hij bewijst dat zijn cliënt op die bepaalde datum met zijn eigen geld bepaalde zaken heeft betaald en daarom recht heeft op een vergoeding uit het gemeenschappelijke vermogen.

In het algemeen gebeurt de vereffening-verdeling echter vrij snel na de echtscheiding, met als mogelijk nadeel dat dit al eens in een klimaat van vijandschap gebeurt omdat de echtgenoten de scheiding nog niet hebben verwerkt. Anderzijds heeft deze snelheid voordelen. Onder de oude wet kon de procedure lang aanslepen, waardoor één van de echtgenoten lang in de gezinswoning kon blijven wonen. Zolang de echtscheiding niet was uitgesproken, was het immers onmogelijk om uit onverdeeldheid te treden en de gezinswoning te verkopen. De echtgenoot die op basis van voorlopige maatregelen in de woning mocht blijven (zonder huur te betalen!) had er toen alle belang bij om de procedure zo lang mogelijk te rekken.

Familiezaken achter gesloten deuren

De meeste rechtszaken verlopen in openbare zitting maar de Senaatscommissie Justitie keurde recent een wetsvoorstel goed om een uitzondering op dit principe te maken voor familiegeschillen. Ze hebben weinig gevolgen voor derden en het gaat vaak over pijnlijke privéconflicten. Betwistingen over het ouderlijke gezag, de omgang met de kinderen, de alimentatie, enz. zullen achter gesloten deuren plaatsvinden. De rechter moet nog wel zijn beslissing in het openbaar uitspreken.

Voor de wet van 27 april 2007 in werking trad (dat gebeurde op 1 september 2007), waren er drie manieren om te scheiden: In 2007 werd de echtscheidingswet grondig hervormd. Maar gaat scheiden nu echt vlugger? Hoe verloopt de vereffening/verdeling van de goederen? En wat op het vlak van de alimentatie met beperkte duur? Advocaat en familiaal bemiddelaar Benoît Malevé weet precies hoe deze nieuwe echtscheidingswet beleefd wordt op het terrein. Plus Magazine: Wat is de grootste verandering die de wet van 2007 meegebracht heeft?Benoît Malevé: "Van de vroegere manieren om te scheiden blijft er slechts één over: de scheiding door onderlinge toestemming. Ze is zelfs een beetje vereenvoudigd. Wie al 6 maanden op een ander adres woont op het moment van de neerlegging van het akkoord, hoeft maar één keer meer voor de rechter te verschijnen. Vroeger waren er twee persoonlijke verschijningen nodig. Wie niet aanwezig kon zijn (omdat hij of zij in het buitenland was bijvoorbeeld) moest aan de voorzitter van de rechtbank de toestemming vragen om zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of notaris. Dat is vandaag niet meer nodig. De partners kunnen zich op de eventuele tweede verschijning laten vertegenwoordigen. De andere echtscheidingsvorm die we vandaag kennen, is de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting. Dat is meteen de grootste verandering van de nieuwe wet: het schuldbegrip is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor het schuldloze begrip van de duurzame ontwrichting. Anders gezegd: het is mogelijk dat twee partners gewoon niet meer kunnen samenleven, zonder dat een van hen daarvoor schuldig is. Vroeger werd een echtscheidingsprocedure ingeleid door de ene partner die de andere beschuldigde van bepaalde fouten. Die kaatste de bal vaak terug en probeerde minstens een gedeelde schuld uit de wacht te slepen. De nieuwe wet wou hiermee komaf maken. De schuldvraag wordt nu pas in tweede instantie gesteld, als er sprake is van een onderhoudsgeld. Dan kan degene aan wie een onderhoudsgeld wordt gevraagd nog een fout van de andere inroepen om het niet te moeten betalen." Er is ook heel wat veranderd op het vlak van de alimentatie?Vroeger had het onderhoudsgeld een dubbel doel: enerzijds in het levensonderhoud voorzien, maar anderzijds was het ook een vorm van vergoeding. Toen was het perfect mogelijk dat de economisch sterkste partner toch een - zij het symbolisch - onderhoudsgeld van de andere ontving, omdat die andere echtgenoot verantwoordelijk of zelfs schuldig was aan de echtscheiding. We zouden kunnen zeggen dat er toen een schuldscheiding gold. Vandaag heeft het onderhoudsgeld nog slechts één doel: in het levensonderhoud van de partner voorzien. De nieuwe wet spreekt van behoefte. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de partner die zijn carrière op een laag pitje gezet heeft of helemaal thuis gebleven is om voor de kinderen te zorgen. Hier zal de rechter een onderhoudsgeld bepalen, rekening houdend met de levensstandaard van het koppel. Maar let op, de wet van 2007 had ook een andere nieuwigheid in petto: de duur van het onderhoudsgeld is nu beperkt tot de duur van het huwelijk. De bedoeling van de wetgever was hier duidelijk: het gaat niet op levenslang een onderhoudsgeld te moeten betalen als je bijvoorbeeld maar één of twee jaar getrouwd bent geweest. Maar deze medaille heeft uiteraard zijn keerzijde... Denken we maar aan de dame van 45 jaar, wiens echtgenoot de scheiding aanvraagt na 20 jaar huwelijk. Op haar 65ste stopt het onderhoudsgeld en zal zij zelf in haar levensonderhoud moeten voorzien. Dan zal zij moeten leven van haar eigen pensioen of zelfs van de inkomensgarantie... Door de duur van het onderhoudsgeld te beperken tot de duur van het huwelijk, zijn er dan weer minder gevallen waarin onderhoudsplichtigen, eenmaal zelf met pensioen, in moeilijkheden raken om het onderhoudsgeld te betalen. Zo heeft elk nadeel zijn voordeel, en vice versa. Vandaag kunnen koppels alleen of samen een echtscheidingsaanvraag indienen. Hoe gebeurt dat het vaakst in de praktijk?Twee vaststellingen op dit vlak: ten eerste zijn er veel meer gezamenlijke aanvragen tot echtscheiding, ten tweede zijn er minder echtscheidingen met onderlinge toestemming. Vroeger was de EOT de snelste en goedkoopste manier om uit elkaar te gaan. Er gold (en geldt) wel één voorwaarde: de partners moesten (moeten) het over alles eens zijn. Vandaag bestaat er naast de EOT nog een andere snelle manier om uit het huwelijksbootje te stappen: als de partners het eens zijn over de noodzaak van een scheiding, dan kunnen zij een gemeenschappelijk verzoekschrift indienen bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit is handig omdat de partners in het verzoekschrift ook al een (gedeeltelijk) akkoord kunnen opnemen over de vereffening en verdeling van de goederen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld hun akkoord toevoegen dat ze het huis zullen verkopen en de opbrengst delen. Dit komt eigenlijk neer op een vorm van (gedeeltelijke) EOT. Als er een overdracht van onroerende goederen aan te pas komt, is er ook een notariële akte nodig. De nieuwe wet laat echter ook toe dat het verzoekschrift slechts door één van beide partners wordt ingediend. De partner die eigenlijk niet wil scheiden, zal nu sneller voor een voldongen feit kunnen geplaatst worden. Dat is een minpunt. De nieuwe echtscheiding wordt wel eens de 'Kleenex-echtscheiding' genoemd, wegens de snelheid en het gemak waarmee alles verloopt. Hoe lang duurt zo'n procedure nu gemiddeld?Sinds de nieuwe wet zijn de meeste echtscheidingen op 6 maanden rond maar hier is toch enige nuance op zijn plaats. De rechter spreekt de echtscheiding uit wanneer er sprake is van duurzame ontwrichting tussen de echtgenoten. Met andere woorden: wanneer ze niet verder of niet opnieuw kunnen samenleven. Maar er zijn in dit geval twee mogelijkheden. Ofwel dienen beide echtgenoten de echtscheidingsaanvraag in en dan geldt een termijn van 6 maanden. Leven de partners al 6 maanden op een ander adres, dan is dit voldoende om van een duurzame ontwrichting te spreken. Leven ze nog geen 6 maanden apart wanneer ze voor de eerste keer voor de rechter verschijnen, dan zal de rechter het dossier uitstellen tot een latere datum. De nieuwe verschijning zal dan plaatsvinden vlak nadat de termijn van 6 maanden verstreken is, of 3 maanden na de eerste verschijning. Het is de rechter die de exacte periode bepaalt. Hij heeft de keuze: ofwel 6 maanden, ofwel twee verschijningen met 3 maanden tussen. Maar dit betekent dus dat een koppel dat bij de eerste verschijning maar 1 maand feitelijk gescheiden leeft, al na 4 maanden officieel gescheiden kan zijn. Dient slechts één van de partners een verzoek tot echtscheiding in en is de andere het daar niet mee eens, dan wordt de duurzame ontwrichting vastgesteld na 1 jaar feitelijke scheiding. Is er nog geen feitelijke scheiding van 1 jaar op het ogenblik van de eerste verschijning, dan zal de rechter een nieuwe datum van verschijning vastleggen op een datum die onmiddellijk volgt na de termijn van 1 jaar of 1 jaar na de eerste verschijning. Als een koppel dus al 4 maanden feitelijk gescheiden leeft, dan zal de rechtbank het dossier 8 maanden uitstellen opdat de termijn van 1 jaar bereikt zou zijn. Op dat moment zal de rechtbank dan de duurzame ontwrichting vaststellen en de echtscheiding uitspreken. Er moet dus een zekere termijn verstreken zijn, want dit is belangrijk om van een duurzame ontwrichting te kunnen spreken. Betekent dit dat het begrip 'fout' geen rol meer speelt?Toch wel. Ook al is er nu een schuldloze echtscheiding mogelijk wegens duurzame ontwrichting, toch kan de fout van de andere partner nog altijd worden ingeroepen. Zo kan de ene echtgenoot nog steeds het overspel van de andere laten vaststellen en de echtscheiding vragen op grond van artikel 229 van het Burgerlijk Wetboek. Hier komt geen termijn bij kijken. De overspelige echtgenoot wordt gedagvaard en vanaf de eerste zitting wordt het overspel vastgesteld en kan de echtscheiding onmiddellijk worden uitgesproken. Dat geldt ook wanneer er bijvoorbeeld echtelijk geweld in het spel is. Leidt de snelheid van de procedure niet tot veel onuitgesproken zaken en frustraties tussen (ex-) echtgenoten?We zien inderdaad dat de frustratie van de scheidende partners zich verplaatst heeft. Daar waar er vroeger veel discussies werden gevoerd over wie wel of niet in de fout was gegaan, wordt er nu veel meer gebekvecht over de vereffening en verdeling van de goederen. Vroeger staken echtgenoten veel (negatieve) energie in de procedure en toen ze dan eindelijk toe waren aan de vereffening en verdeling, hadden ze meestal begrepen dat wederzijdse beschuldigingen de zaak niet vooruit hielpen. Dat ze vooral goed waren om de honoraria van hun advocaten te verhogen... De verdeling van de goederen verliep dan vaak vrij rustig. Iedereen wou de pagina eindelijk kunnen omdraaien. Vandaag zijn echtgenoten soms nog niet klaar om die pagina om te draaien. Plots zijn ze gescheiden en moeten ze die scheiding concreet maken door hun goederen te verdelen. Dan loopt de spanning soms hoog op. We zien nu dus verdelingen die heel lang aanslepen. Dat kan zijn omdat één van de echtgenoten niet akkoord gaat met de waardebepaling van het huis door de door de rechter aangestelde notaris. In dat geval moet de notaris het dossier terugsturen naar de rechter die dan zelf moet beslissen, of eventueel een nieuwe expert aanduiden. We zien nu ook vaak dat koppels lang kibbelen over de verblijfsregeling voor de kinderen. Dat is soms schrijnend. Niet zelden vraagt een ouder co-ouderschap aan, enkel en alleen omdat hij/zij weet dat dit moeilijk te regelen is voor de andere ex-partner. Om uit deze impasse te raken, doen almaar meer koppels een beroep op een bemiddelaar. Sommige rechters moedigen dit ook aan. De bemiddelaar is een neutraal persoon die niet oordeelt, maar luistert en samen naar een oplossing zoekt. Scheiden is hoe dan ook een rouwproces waar beide ex-partners doorheen moeten. Hoe verloopt de vereffening/verdeling van de goederen precies? Gebeurt ze apart van de echtscheidingsprocedure zelf?Dat kan, maar het hoeft niet. Als de partijen bij een scheiding op basis van duurzame ontwrichting vragen om te scheiden zonder dat er over de vereffening-verdeling van de goederen wordt gesproken, moet de rechter later een notaris aanstellen voor de vereffening. Maar dat is een beetje jammer omdat er dan twee procedures moeten gevoerd worden, daar waar men de procedure via een eenvoudig verzoekschrift kan starten en terzelfdertijd vragen om een notaris aan te stellen voor de verdeling. Ook al zou de vereffening pas later gebeuren, dan is de aanvraag gedaan en zijn er geen twee procedures nodig. Het kan dus eenvoudig, en snel?Absoluut. De ex-echtgenoten kunnen gewoon een akkoord over de verdeling toevoegen aan hun verzoekschrift, waarvan de rechter akte zal nemen en klaar is Kees. Even eenvoudig is het, wanneer weinig of niets verdeeld moet worden omdat het koppel nog niet veel gespaard heeft en samen geen onroerend goed bezit. Onroerende goederen die één van beiden heeft verkregen via schenking of erfenis, zijn eigen goederen. Ze komen niet in de vereffening-verdeling. De vereffening gebeurt hier gewoon op basis van een akkoord over de roerende goederen, zonder notaris. Ieder raapt bij manier van spreken zijn persoonlijke spullen bij elkaar, en de zaak is verdeeld. Maar vaak komt er toch een notaris aan te pas?Eén, twee of zelfs drie notarissen! Meestal worden er twee notarissen aangeduid: één die zich met de vereffening-verdeling bezighoudt en één die de echtgenoten vervangt die niet zouden verschijnen. Maar het kunnen er ook drie zijn. Soms kiezen de ex-partners immers elk een eigen notaris voor de vereffening-verdeling, zodat er drie in het spel zijn. Maar dat een notaris ingeschakeld wordt, hoeft niet per se te betekenen dat de vereffening lang zal aanslepen. Wel mogen de respectievelijke advocaten dan ook hun zegje doen en de belangen van hun cliënten verdedigen. Ze maken nota's over de manier waarop zij de verdeling zien. Bijvoorbeeld: advocaat X meent dat zijn cliënt recht heeft op de helft van de waarde van het onroerend goed, verminderd met het saldo van de hypothecaire lening. Hij bewijst dat zijn cliënt op die bepaalde datum met zijn eigen geld bepaalde zaken heeft betaald en daarom recht heeft op een vergoeding uit het gemeenschappelijke vermogen. In het algemeen gebeurt de vereffening-verdeling echter vrij snel na de echtscheiding, met als mogelijk nadeel dat dit al eens in een klimaat van vijandschap gebeurt omdat de echtgenoten de scheiding nog niet hebben verwerkt. Anderzijds heeft deze snelheid voordelen. Onder de oude wet kon de procedure lang aanslepen, waardoor één van de echtgenoten lang in de gezinswoning kon blijven wonen. Zolang de echtscheiding niet was uitgesproken, was het immers onmogelijk om uit onverdeeldheid te treden en de gezinswoning te verkopen. De echtgenoot die op basis van voorlopige maatregelen in de woning mocht blijven (zonder huur te betalen!) had er toen alle belang bij om de procedure zo lang mogelijk te rekken.