De opdeling in naakte eigendom en vruchtgebruik is lang niet ideaal. De vruchtgebruiker kan niet beslissen wat hij met de goederen doet (hij heeft enkel het genot ervan en de opbrengst) en de naakte eigenaar wordt ook al beperkt in zijn rechten (hij kan de goederen niet gebruiken en heeft er geen opbrengst van). Vandaar dat in de wet de mogelijkheid is voorzien, dat vruchtgebruik om te zetten in eigendom (om het m.a.w. af te kopen).

Na uw overlijden kunnen zowel uw kinderen uit uw eerste huwelijk als uw echtgenote de omzetting van het vruchtgebruik in volle eigendom vragen. Het vruchtgebruik kan omgezet worden in een som geld, maar ook in een gewaarborgde en geïn-dexeerde rente.

Hoeveel is het vruchtgebruik waard? Hier spelen twee factoren een rol. Om te beginnen is er de te verwachten levensduur van de vrucht- gebruiker. Hoe jonger de vruchtgebruiker is, hoe meer het vruchtgebruik waard zal zijn. In uw geval (waarin u kinderen hebt uit een vorig huwelijk) geldt bovendien een specifieke regel. Uw echtgenote wordt voor de berekening van de afkoopwaarde van het vruchtgebruik geacht minstens 20 jaar ouder te zijn dan uw oudste kind uit uw vorige huwelijk. Bedoeling van die regel is, de kinderen te beschermen tegen een jonge stiefouder die anders met het grootste deel van de nalatenschap zou gaan lopen. De leeftijd van de vruchtgebruiker is nu eenmaal een belangrijk criterium om de waarde van het vruchtgebruik te bepalen... Ten tweede wordt ook gekeken naar de opbrengst van de goederen waarover men het vruchtgebruik heeft. In de praktijk werden diverse tabellen ontwikkeld waarop men zich baseert om de waarde van het vruchtgebruik te bepalen (let wel: dit zijn niet dezelfde tabellen als deze die worden gebruikt voor de berekening van de successierechten!). Er kan ook worden gewerkt met een gemiddelde van verschillende tabellen. Een notaris (al dan niet aangesteld in het kader van een gerechtelijke procedure) kan deze berekening exact maken.