Dienstencheques een jaar geldig

Dienstencheques die vanaf 1 maart worden uitgegeven, zijn een jaar geldig. Tot nu toe was dat acht maanden.

Vlaams minister van Werk Philippe Muyters, die de verlenging voorstelde, hoopt dat er zo minder dienstencheques vervallen zullen raken.

Vorig jaar vervielen volgens Muyters ongeveer een half miljoen dienstencheques. Goed voor 5 miljoen euro die niet besteed werd. 'Geld dat je hebt uitgegeven en waar je niets voor terugkrijgt, moeten we altijd proberen voorkomen', aldus de minister.

De elektriciteitsfactuur gaat beetje omhoog

Eén onderdeel van de elektriciteitsfactuur, de transmissiekosten, wordt vanaf maart een beetje duurder. Voor een gemiddeld gezin gaat het om 7 euro. Maar omdat in januari andere tarieven gedaald zijn, zou de jaarfactuur dit jaar toch lager moeten uitvallen dan in 2018.

Wat in maart duurder wordt, zijn de toeslagen en openbaredienstverplichtingen die bij de transmissiekosten horen en die door hoogspanningsnetbeheerder Elia worden geïnd.

'Voor een gemiddeld gezin zien we een gemiddelde stijging van de toeslagen en openbaredienstverplichtingen van 7 euro of 26 procent ten opzichte van maart 2018', stelt de Vlaamse energieregulator Vreg. 'Voor een gemiddeld bedrijf stijgen deze gemiddeld met 207 euro of 24 procent.'

Maar de totale jaarfactuur voor elektriciteit zou voor een gemiddeld gezin toch lager uitvallen dit jaar. De Vreg spreekt van 496 euro, tegen 541 in 2018. Dat komt omdat de distributienettarieven bijna 50 euro lager liggen en omdat ook de federale bijdrage enkele euro's is gedaald.

Aanvraag indienen voor sloop- en heropbouwpremie

Vanaf vrijdag kan je op de meeste plaatsen in Vlaanderen een aanvraag indienen voor een premie van 7.500 euro voor het slopen van een gebouw om er een woning of appartementsgebouw op te trekken.

De premie geldt alleen voor particulieren, en alleen als ze hun aanvraag tot omgevingsvergunning indienden tussen 1 oktober vorig jaar en eind oktober dit jaar. Ze is ook niet overal in Vlaanderen geldig: alleen buiten de dertien steden waar er al langer een btw-tarief is van 6 procent voor sloop en heropbouw.

Dat betekent: overal in Vlaanderen, behalve in Aalst, Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare en Sint-Niklaas.

Er werd voor een premie gekozen omdat een veralgemening van de 6 procent btw mogelijk op Europese bezwaren zou stoten. De 7.500 euro van de premie 'komt ongeveer overeen met het verschil tussen 6 en 21 procent btw', zo zei Vlaams minister van Financiën Lydia Peeters eerder deze maand nog op de bouw- en verbouwbeurs Batibouw in Brussel.

De premie wordt uitbetaald binnen de drie maanden nadat de sloopwerken zijn vastgesteld. Er is 15 miljoen euro voor uitgetrokken, wat overeenkomt met 2.000 projecten.

Mobiliteitsbudget kan van start gaan

Het mobiliteitsbudget kan, in theorie, op 1 maart in werking treden. De voltallige Kamer moet de wet die dat budget regelt donderdag nog stemmen, maar daar worden weinig problemen verwacht. In de praktijk zal het waarschijnlijk 1 april zijn vooraleer werknemers van het systeem gebruik kunnen maken. Met het mobiliteitsbudget krijgen werknemers met een bedrijfswagen, of wie daarvoor in aanmerking komt, jaarlijks een budget ter beschikking. Dat budget stemt overeen met de totale kost van de bedrijfswagen.

Parlementslid Jef Van den Bergh, die mee aan de kar trok, wijst erop dat het koninklijk besluit dat de praktische uitvoering regelt nog advies moet krijgen van de Raad van State, vooraleer ook dat goedgekeurd kan worden. Daarnaast moet er nog een website gebouwd worden waarop geïnteresseerden info, modaliteiten en antwoorden op praktische vragen vinden.

'We beschikken dan eindelijk over een wettelijk en fiscaal kader voor een echt alternatief voor de bedrijfswagen', zegt Van den Bergh.

"We moeten multimodaliteit in mobiliteit gaan stimuleren", klinkt het bij Open Vld-Kamerlid Egbert Lachaert, die ook voortrekker was in dit dossier. "Met het mobiliteitsbudget kunnen werknemers er bijvoorbeeld voor kiezen om hun wagen om te ruilen voor een kleiner en milieuvriendelijker model. De rest van het budget kunnen ze dan besteden aan een elektrische fiets, een abonnement op het openbaar vervoer enzovoort. Ze kunnen ook de wagen links laten liggen, wat op termijn positief is voor een een beter leefmilieu."

"Ik vermoed dat de eerste bedrijven er wellicht vanaf het tweede kwartaal, dus vanaf 1 april, mee aan de slag zullen gaan", zegt Van den Bergh.

Intussen bestaat al een goed jaar de "cash for car"-regeling of mobiliteitsvergoeding, waarbij werknemers hun bedrijfswagen kunnen inruilen voor een licht belaste vergoeding. Maar dat systeem kan maar weinig mensen overtuigen. HR-dienstverlener Acerta berekende vorige week dat slechts 0,065 procent van de bedrijfswagens werd ingeleverd in ruil voor de vergoeding. Acerta wees erop dat het mobiliteitsbudget een geavanceerdere maatregel is.