Het is in artikel 894 van ons Burgerlijk Wetboek dat het begrip schenking juridisch wordt gedefinieerd: "de schenking is een akte waarbij de schenker zich dadelijk en onherroepelijk van een zaak ontdoet ten voordele van de begiftigde die ze aanneemt". Veel wijzer maakt ons deze bepaling niet. Grasduinend in de rechtspraak en de rechtsleer wordt het gelukkig al iets duidelijker.

Traditioneel worden volgende kenmerken als essentieel beschouwd om over een schenking te kunnen spreken:

  • een intentioneel element: er moet de wil zijn om te schenken, een vrijgevig-heidsgedachte. Juristen noemen dit de animus donandi.
  • een materieel element: er moet een verarming zijn in hoofde van de schenker en een verrijking voor de begiftigde. Een vermogensverschuiving dus zonder gelijkwaardige tegenprestatie.

Wie deze definitie toepast op het cadeautje in de gewone betekenis van het woord kan besluiten dat dit perfect past binnen de juridische definitie van een schenking. Verder in deze tekst zal blijken dat dit niet noodzakelijk zo is.

In de regel wordt een cadeau binnen de Belgische rechtspraak en doctrine juridisch niet gelijkgesteld met een echte schenking. Er worden echter wel enkele voorwaarden gesteld.

  • Het cadeau moet in verhouding staan tot het fortuin en de toestand van de weldoener. Doet uw neefje u met zijn zuur verdiende spaarcentjes een dure auto cadeau, dan staat dit cadeau duidelijk in wanverhouding tot zijn inkomen.
  • Bovendien moet het cadeau gegeven worden naar aanleiding van een evenement waarbij de samenleving het gebruikelijk vindt dat er cadeautjes worden uitgedeeld. Zo wordt aanvaard dat er volgens het gebruik cadeaus worden gegeven n.a.v. de geboorte van een kind, het doopsel, de communie, een trouwfeest en zo meer.

De discussie of een gift een gewoon cadeautje is of een juridische schenking, heeft wel degelijk zijn belang: op het vlak van het erfrecht, tussen echtgenoten én op fiscaal vlak.

Standsverschaffing en opvoeding

Mag u uw kinderen geld toestoppen om hun professionele leven op te bouwen? Ons Burgerlijk Wetboek maakt een onderscheid tussen zogenaamde kosten van standsverschaffing en kosten van opvoeding (art. 851 en 852). De eerste worden als schenkingen beschouwd, de tweede niet.

Een voorbeeld: Jos en Mia zijn de ouders van Karen en Frederik. Ze stoppen Karen ? 50.000 toe om een zaak over te nemen en zijn ervan overtuigd dat ze hun kinderen perfect gelijk hebben behandeld. Frederik heeft immers op hun kosten en voor een gelijkaardig bedrag een dure pilootopleiding in de Verenigde Staten gevolgd. Zonder het te beseffen hebben ze nochtans een ongelijkheid gecreëerd. Karen zal de ontvangen som immers als schenking moeten inbrengen in de fictieve erfmassa (het zijn kosten van standsverschaffing). Frederik zal dit niet moeten doen (kosten van opvoeding).

Voor het erfrecht

Het is een basisprincipe van ons Belgisch erfrecht dat elke erfgenaam recht heeft op een gelijk erfdeel en dit in beginsel in natura. Daarom is elke erfgenaam verplicht om al hetgeen hij als gift van een overledene heeft ontvangen in te brengen in de erfmassa. De nalaten-schap van een overledene bevat immers niet enkel de goederen die hij bezit op het moment van zijn overlijden, maar ook de schenkingen die hij voordien heeft gedaan. Die worden fictief bij de nalatenschap gevoegd en daarna wordt gekeken hoeveel de nalatenschap bedraagt en wie welk deel daarvan al heeft gekregen. De wettelijke inbrengplicht waarborgt dus de gelijkheid onder de erfgenamen, een gelijkheid die door de gift wordt verbroken.

WEETJE Een schenker kan kiezen hoe hij schenkt. Ofwel op voorschot van erfenis. Dan schenkt hij op voorhand dat deel van de erfenis dat de begiftigde later toch zal krijgen. Deze begiftigde hoeft dus in de ogen van de schenker niet meer te krijgen dan zijn andere erfgenamen. Dergelijke schenkingen moeten sowieso bij het overlijden van de schenker ingebracht worden.

De schenker kan ook schenken buiten erfdeel. In dat geval wil hij de begiftigde meer geven dan de andere erfgenamen.Dergelijke schenking is niet onderworpen aan inbrengplicht. Er moet wel getoetst worden of deze schenking buiten erfdeel de reserve (dit is het wettelijk beschermde erfdeel) van de andere reservataire erfgenamen niet aantast (de kinderen, de kleinkinderen, de ouders). Is dat het geval dan zal de schenking buiten deel ingekort - lees: gekortwiekt - worden.

Is iets een cadeautje maar geen juridische schenking, dan is er nooit sprake van enige inbreng of inkorting in de latere erfenis. Gewone cadeautjes hebben dus geen enkele impact op het erfrecht.

Tussen echtgenoten

Of een cadeau al dan niet als een schenking wordt beschouwd, is ook van belang tussen echtgenoten. Schenkingen tussen echtgenoten zijn namelijk - tenzij ze in het huwelijkscontract plaatsvinden - ten allen tijde herroepbaar (wat een uitzondering is op het algemene principe dat een schenking per definitie onherroepelijk is - zie hierboven). Is een cadeau tussen echtgenoten geen schenking, dan is het dus definitief verworven door de verkrijger.

VOORBEELD Een nog steeds befaamd geval in de rechtspraak is dat van Sacha Guitry. Deze man had in 1940 aan zijn echtgenote een dure armband gegeven, met een briefje waarin hij meldde dat hij haar erkentelijk was voor "dit jaar van groot geluk". Toen ze later uit de echt scheidden, wou Guitry deze schenking herroepen. Hij ving echter bot omdat de rechter het als een cadeau beschouwde, niet als een schenking tussen echtgenoten.

De kosten van een bruiloft

Stel dat uw dochter trouwt en u haar een feest cadeau doet dat u euro 20.000 kost. Dan vindt u het normaal dat u uw zoon, die niet trouwt, eenzelfde som geld toestopt op de dag dat hij het huis verlaat? Probleem!!!

Artikel 852 van ons Burgerlijk Wetboek stelt dat de kosten van een bruiloft niet aan inbreng onderworpen zijn. Het geld voor uw zoon moet wél toegevoegd worden aan de erfmassa.

Op fiscaal vlak

Het onderscheid tussen een cadeau en een schenking is ook belangrijk vanuit fiscaal oogpunt. Als een cadeau een schenking is, dan rijst immers de vraag of hierop schenkingsrechten moeten betaald worden. Allicht is dit niet het geval, want de meeste cadeaus worden via handgift of bankgift gegeven en dit zijn perfect toelaatbare belastingvrije schenkingstechnieken. Toch kan het belangrijk zijn want als zo'n belastingvrije schenking plaatsvindt binnen de drie jaar voor het overlijden van de schenker dan moet de begiftigde hierop toch nog successierechten betalen.