Schenken met een 'vervreemdingsverbod' (u verbiedt de begunstigde het geschonken goed te verkopen) is niet onmogelijk, maar wordt door de rechters argwanend bekeken. Er wordt immers geraakt aan één van de belangrijke principes van ons recht, nl. het eigendomsrecht. Uw dochter zal niet meer vrij kunnen beschikken over het huis dat na uw overlijden haar eigendom wordt. Dit kan enkel als het vervreemdingsverbod beperkt is in de tijd en het een rechtmatig belang dient. Een schenking met behoud van vruchtgebruik wordt aanvaard omdat het vruchtgebruik beperkt is in de tijd (zolang de vruchtgebruiker leeft) en de schenker een 'rechtmatig belang' heeft (hij mag in het huis blijven wonen).

Een vervreemdingsverbod is dus enkel mogelijk als de schenker nog leeft. U wilt echter voorkomen dat uw dochter na uw overlijden het huis zou verkopen. Via een schenking met vervreemdingsverbod is dat niet mogelijk.

Ook een testament waarbij u uw dochter enkel het vruchtgebruik van het huis zou nalaten, vormt geen oplossing. Niets belet de persoon aan wie u de naakte eigendom zou nalaten om na uw overlijden de naakte eigendom aan uw dochter te verkopen. Bovendien moet uw dochter minstens 1/2de van uw nalatenschap krijgen(wettelijke reserve). Hoe later u overlijdt, hoe ouder zij zal zijn als erfgenaam en hoe minder haar vruchtgebruik zal bedragen. Bijvoorbeeld: het vruchtgebruik van een vrouwelijke erfgenaam van 55 jaar bedraagt 53,15% van de nalatenschap (tabel Ledoux).

Schenken met een 'vervreemdingsverbod' (u verbiedt de begunstigde het geschonken goed te verkopen) is niet onmogelijk, maar wordt door de rechters argwanend bekeken. Er wordt immers geraakt aan één van de belangrijke principes van ons recht, nl. het eigendomsrecht. Uw dochter zal niet meer vrij kunnen beschikken over het huis dat na uw overlijden haar eigendom wordt. Dit kan enkel als het vervreemdingsverbod beperkt is in de tijd en het een rechtmatig belang dient. Een schenking met behoud van vruchtgebruik wordt aanvaard omdat het vruchtgebruik beperkt is in de tijd (zolang de vruchtgebruiker leeft) en de schenker een 'rechtmatig belang' heeft (hij mag in het huis blijven wonen). Een vervreemdingsverbod is dus enkel mogelijk als de schenker nog leeft. U wilt echter voorkomen dat uw dochter na uw overlijden het huis zou verkopen. Via een schenking met vervreemdingsverbod is dat niet mogelijk. Ook een testament waarbij u uw dochter enkel het vruchtgebruik van het huis zou nalaten, vormt geen oplossing. Niets belet de persoon aan wie u de naakte eigendom zou nalaten om na uw overlijden de naakte eigendom aan uw dochter te verkopen. Bovendien moet uw dochter minstens 1/2de van uw nalatenschap krijgen(wettelijke reserve). Hoe later u overlijdt, hoe ouder zij zal zijn als erfgenaam en hoe minder haar vruchtgebruik zal bedragen. Bijvoorbeeld: het vruchtgebruik van een vrouwelijke erfgenaam van 55 jaar bedraagt 53,15% van de nalatenschap (tabel Ledoux).