Inhoud:

Het Belgische burgerlijk recht kent twee soorten samenwoners. Wettelijke samenwoners hebben bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van hun woonplaats een schriftelijke verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd. Daardoor worden ze onderworpen aan een beperkte set van wettelijke spelregels. Feitelijke samenwoners hebben niet zo'n verklaring afgelegd en zijn in geen enkel opzicht onderworpen aan enig wettelijk kader.

Vroeger genoot geen van beide categorieën samenwoners van enig wettelijk erfrecht. Wie zijn partner na zijn dood iets wou nalaten, moest dit zelf organiseren. In de praktijk kon dit o.a. gebeuren d.m.v. een testament, een clausule van aanwas (tontine) bij de aankoop van vastgoed of een levensverzekering. Voor de wettelijke samenwoners is dit veranderd op 18 mei 2007.

Belangrijke beperkingen

De wet voert een wettelijk erfrecht in tussen wettelijke samenwoners. Er hoeft dus geen testament meer aan te pas te komen maar het erfrecht is wél beperkt!

Enkel vruchtgebruik gezinswoning en huisraad. Het erfrecht heeft enkel betrekking op het vruchtgebruik van de gezinswoning en op de aanwezige huisraad. De wetgever wou zo de langstlevende wettelijke samenwoner een dak boven zijn hoofd verzekeren.

Niet voor feitelijk samenwonenden. Net zoals vroeger kunnen feitelijk samenwonenden elkaar enkel iets nalaten als ze dat in een testament zetten of via aanwas, tontine of levensverzekering.

Geen reservatair deel. In tegenstelling tot de langstlevende echtgenoot, krijgt de langstlevende samenwoner geen reservatair erfrecht (er is dus geen wettelijk beschermd erfdeel dat hem niet ontnomen kan worden). De wettelijk samenwonende partners kunnen elkaar het wettelijk erfrecht ontnemen door ervan af te wijken in een testament of met een schenking. Het vruchtgebruik is wel omzetbaar (in een kapitaal bijv.) zoals dit ook voor de langstlevende echtgenoot het geval is.

Niet voor afstammelingen. Wettelijke samenwoning is ook mogelijk tussen familieleden. Twee broers bijv. kunnen wettelijk samenwonen, of een (groot)ouder met zijn/haar (klein)- kind. Noteer echter dat de nieuwe erfwet niet van toepassing is als de langstlevende wettelijk samenwonende een afstammeling is van de overleden wettelijk samenwonende. De wetgever vreesde praktische en juridische moeilijkheden bij het cumuleren van de dubbele hoedanigheid van enerzijds reservatair erfgenaam en anderzijds van langstlevende partner.

Omgekeerd kan hieruit worden afgeleid dat de nieuwe erfwet wél toepasselijk is als de wettelijk samenwonende een andere erfgenaam is (bijv. een broer of oom).

Terug naar begin

Als de gezinswoning wordt gehuurd

Wat als de overledene geen (mede)eigenaar is van de gezinswoning, maar louter een huurder? Ook dan staat de langstlevende wettelijke samenwoner niet in de kou. De wet voorziet dat in dat geval de wettelijk samenwonende als enige, met uitsluiting van alle andere erfgenamen, het recht verkrijgt op de huur van de gezinswoning.

Terug naar begin

Gevolgen voor de successierechten

De nieuwe wet regelt een burgerrechtelijke zaak, namelijk het erfrecht. Wat de fiscale kant van de zaak betreft, de successierechten, blijven de spelregels (voorlopig) ongewijzigd. Toch zal men ze opnieuw moeten beoordelen in het licht van de nieuwe erfwet.

In Vlaanderen worden zowel feitelijke als wettelijke samenwoners onder bepaalde voorwaarden voor het successietarief gelijkgesteld met echtgenoten. Voor wettelijke samenwoners geldt de gelijkschakeling vanaf de dag dat ze een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd. Feitelijke samenwoners daarentegen moeten één jaar feitelijke samenwoning kunnen aantonen.

In Brussel genieten enkel de wettelijke samenwoners, vanaf de eerste dag van hun verklaring van wettelijke samenwoning, van de (lagere) successie-tarieven die tussen echtgenoten gelden. Feitelijke samenwoners worden aan het tarief voor vreemden onderworpen.

In Wallonië worden feitelijke samenwoners tegen het tarief voor vreemden belast. Wettelijke samenwoners genieten van hetzelfde (lagere) tarief als echtgenoten, maar de wettelijke samenwoning moet op de overlijdensdatum al minstens één jaar bestaan. Broers, zussen, ooms en tantes zullen het tarief van vreemden betalen, ook als zij wettelijk samenwonen.

LET OP! In Wallonië loopt het nieuwe wettelijke erfrecht voor de wettelijke samenwoner dus niet in lijn met de fiscale regeling! Op fiscaal vlak dient men er minstens een jaar wettelijk samen te wonen om van het gunstige tarief inzake successierechten te kunnen genieten. Voor het erfrecht daarentegen, kan de langstlevende wettelijk samenwonende van het recht op vruchtgebruik op de gezinswoning en huisraad genieten zodra de verklaring van wettelijke samenwoning is afgelegd. Als het overlijden bijvoorbeeld plaatsvindt de dag nadat deze verklaring werd afgelegd, zal de langstlevende wettelijk samenwonende het vruchtgebruik erven, maar op die erfenis wel het hoge tarief van... vreemden moeten betalen!

Terug naar begin

Is een testament nog nuttig?

Wie de levenspartner met wie hij wettelijk samenwoont, meer rechten dan louter vruchtgebruik wil gunnen op de gezinswoning en de huisraad (meer bepaald: de volle eigendom), zal nog altijd iets moeten ondernemen. Hij kan een testament opstellen of de woning onder een beding van aanwas plaatsen.

De rest van de erfenis. Het wettelijke erfrecht beperkt zich tot de gezinswoning. Een tweede verblijf (bijv. een appartement aan zee) valt er niet onder. Is het de bedoeling dat de langstlevende ook dit tweede verblijf (al dan niet beperkt tot vruchtgebruik) erft, dan zal men dit zelf moeten regelen. Dit kan via testament, maar ook via de techniek van de gesplitste aankoop waarbij de ene partner het vruchtgebruik koopt en de andere de blote eigendom (of omgekeerd). Ook hier kan een beding van aanwas nuttig zijn.

De wettelijk samenwonende partner is de enige erfgenaam. Volgens de nieuwe wet erft de partner enkel het vruchtgebruik op de gezinswoning (en de huisraad). Is de samenwonende partner de enige erfgenaam - er zijn geen andere familieleden - dan gaat de rest van de erfenis in principe naar de staat, tenzij er een testament is!

TIP Wie wél een testament opmaakte in het voordeel van zijn ongehuwde partner en dat dateert van voor de inwerkingtreding van de wet, doet er goed aan met zijn testament even langs te lopen bij de notaris. Het notariaat voorziet namelijk heel wat interpretatieproblemen rond reeds bestaande testamenten. Een bijsturing van het bestaande testament kan nuttig zijn.

Terug naar begin

Wat bij aanwas en tontine?

Een beding van aanwas (ook bekend onder zijn variant, het tontinebeding) is een clausule die door de notaris wordt ingebouwd in de koopakte op het moment dat de samenwoners de gezinswoning in onverdeeldheid (ieder voor de helft) kopen. In de clausule wordt overeengekomen dat wanneer zich een overlijden voordoet, het aandeel in de woning van de overledene (zijn helft) automatisch naar de andere partner overgaat (hetzij in volle eigendom, hetzij in vruchtgebruik). De langstlevende krijgt de woning niet via erfenis maar op een contractuele basis! Wanneer de overleden samenwoner reservataire erfgenamen nalaat (bijv. kinderen of ouders), dan kunnen deze hun erfrechtelijke reserve niet inroepen tegen de langstlevende partner.

Ter vergelijking, bekijken we hierna de gevolgen van het nieuwe erfrecht voor de wettelijk samenwonende eerst als er geen beding van aanwas of een tontine is, nadien als er wél een beding van aanwas of een tontine is.

Er is GEEN aanwas of tontine. Wie een woning in onverdeeldheid kocht zonder beding van aanwas kan misschien toch maar beter zo'n beding laten opstellen, ook na de nieuwe erfwet! De wettelijk samenwonende langstlevende kan immers onterfd worden door zijn partner want het wettelijke erfrecht in vruchtgebruik is niet reservatair beschermd. Maar er is meer. Een wettelijke samenwoning kan ook steeds op éénzijdig initiatief van één van de partners verbroken worden. Het volstaat dat hij/zij daartoe een eenzijdige verklaring van beëindiging overhandigt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Zodra dat gebeurt, ontstaat een toestand van louter feitelijke samenwoning en geldt het wettelijke erfrecht (vruchtgebruik op de gezinswoning) voor de langstlevende wettelijke samenwoner niet langer. Het beding van aanwas vangt zulke rampscenario's op omdat het in principe enkel kan verbroken worden in wederzijds akkoord.

Er is WEL een aanwas of tontine. Ook wie wel over een beding van aanwas beschikt, zal dit het best laten bekijken door zijn notaris, en dit zowel om burgerrechtelijke als om fiscale redenen.

n Wie nu al wettelijk samenwoont en een aanwasclausule in zijn koopakte heeft waarbij de aanwas beperkt is tot het vruchtgebruik kan zich afvragen of dit nog wel zinvol is nu de wet automatisch zo'n erfrecht in vruchtgebruik op de gezinswoning voorziet. Is de samenwoningsrelatie zeer stabiel, dan heeft de clausule burgerrechtelijk nog weinig zin. De clausule zal bovendien fiscaal duurder uitvallen dan het wettelijke erfrecht, zeker in Vlaanderen omdat in dit gewest sinds 1 januari 2007 de gezinswoning tussen partners vrijgesteld is van successierechten.

n Ook wie nu een clausule van aanwas voor de volle eigendom heeft, kan in sommige gevallen overwegen dit te laten wijzigen. Het is zinvol deze clausule te vervangen door een zogenaamd beding van aanwas met optie. Dit betekent dat na het overlijden de langstlevende partner zelf binnen zekere termijn (meestal 4 à 5 maanden) kan beslissen of hij/zij al dan niet de clausule inroept. De bedoeling is dat er tegelijk bij het uitschrijven van het beding van aanwas met optie een testament wordt gemaakt. Bij het overlijden kiest de langstlevende één van beide.

Kiest hij/zij voor de aanwas dan betaalt hij/zij het kooprecht (10% in Vlaanderen, 12,5% in Brussel en Wallonië). Roept hij/zij daarentegen het testament in, dan gelden de lagere successierechten of kan hij/zij genieten van de Vlaamse vrijstelling van successierechten op de gezinswoning.

Terug naar begin