Mensen die recht hebben op een IGO (Inkomensgarantie voor ouderen) moeten wel vooraf melden als ze meer dan 21 opeenvolgende dagen binnen België op een ander tijdelijk adres verblijven, en moeten elk verblijf in het buitenland op voorhand melden. Deze regels gelden niet voor mensen met een 'gewoon pensioen' (rust-of overlevingspensioen).

Wat is een IGO (Inkomensgarantie voor ouderen)?

De IGO (Inkomensgarantie voor ouderen) is een vorm van bijstand. 65-plussers die niet over voldoende financiële middelen beschikken, kunnen er aanspraak op maken. U kunt de IGO dus vergelijken met een leefloon.

De IGO is dus géén pensioen. Een rustpensioen bouwt u op door te werken en bijdragen te betalen, wat niet het geval is voor de IGO. In België zijn er momenteel 2,3 miljoen gepensioneerden en 105.000 IGO-trekkers.

Aan welke voorwaarden moet een IGO-trekker voldoen?

Een 65-plusser heeft recht op een IGO als hij voldoet aan onderstaande voorwaarden:

Zijn financiële middelen zijn beperkt. De Pensioendienst onderzoekt die bestaansmiddelen uitgebreid.

Hij is minstens 65 jaar (vanaf 2025 minstens 66 jaar en vanaf 2030 minstens 67 jaar).

Hij is Belg (of bevindt zich in een gelijkgestelde situatie).

Hij heeft zijn hoofdverblijfplaats is in België. Omdat de IGO dus een vorm van bijstand is, moeten IGO-trekkers in België verblijven om de IGO te ontvangen (net zoals het geval is voor een leefloon). Om sociale fraude tegen te gaan, voert de Pensioendienst daar controles op uit.

U vindt alle informatie over de voorwaarden om een IGO te ontvangen op de nieuwe FPD-website.

Wat verandert er vanaf 01/07/2019 voor de IGO-trekkers?

- Administratieve vereenvoudiging van de controleprocedure: vroeger moest betrokkene met zijn ontvangen verblijfsbewijs zich persoonlijk melden bij het gemeentehuis (wat uiteraard niet evident was voor mensen die buiten het centrum wonen, die slecht te been zijn, afhankelijk zijn van derden of het openbaar vervoer, ...). Voortaan zal de postbode in opdracht van de Pensioendienst aan huis komen.

De postbode van bpost zal minstens 1 keer per jaar bij de IGO-gerechtigde thuis aanbellen, op een willekeurige datum.

Is betrokkene thuis?

Dan toont die eenvoudigweg zijn identiteitskaart aan de postbode. Alles is in orde: hij hoeft verder niets te doen. De Pensioendienst zal de IGO verder uitbetalen.

Betrokkene is niet thuis?

De postbode zal binnen 21 dagen nog op 2 andere datums langskomen. Is betrokkene thuis tijdens 1 van deze passages? Dan hoeft hij verder niets te doen. De Pensioendienst zal zijn IGO verder uitbetalen.

Betrokkene was niet thuis tijdens de 3 bezoeken van de postbode? In dat geval zal de postbode na die 3 pogingen een verblijfsbewijs met een begeleidende brief in zijn brievenbus steken. Vanaf dat moment heeft hij 5 werkdagen om dat verblijfsbewijs door het gemeentehuis te laten invullen en terug te sturen. Enkel in dit geval moet hij naar het gemeentehuis.

- IGO-trekkers moeten altijd op voorhand tijdelijke verblijven melden als ze meer dan 21 opeenvolgende dagen van huis zijn, maar ze wel binnen België blijven. We vragen dit om te vermijden dat er op dat ogenblik een controle gebeurt op het domicilie-adres en we zo onterecht de betaling schorsen. De controle kan uitgevoerd worden op de daadwerkelijke tijdelijke verblijfplaats.

- IGO-trekkers moeten altijd op voorhand tijdelijke verblijven melden als ze naar het buitenland gaan. Ze moeten elk verblijf vooraf melden, wat de duur ervan ook is. Deze verplichting is niet nieuw en was al van toepassing. Wat wel nieuw is, is de schorsing van de IGO door de Pensioendienst voor een maand, als deze voorafgaandelijk melding niet wordt nageleefd.

- De controleprocedure is niet van toepassing op de IGO-trekkers die zijn opgenomen in een rust- en verzorgingstehuis of in een psychiatrische verzorgingsinstelling.

- Voortaan zijn ook de IGO-trekkers van 80 jaar en ouder onderhevig aan de bovenvermelde aangepaste controleprocedure.

Wat verandert er niet voor de IGO-trekkers?

IGO-trekkers moeten altijd op voorhand tijdelijke verblijven melden als ze naar het buitenland gaan. Ze moeten elk verblijf vooraf melden, wat de duur ervan ook is.

Een verblijf van meer dan 29 kalenderdagen al dan niet opeenvolgend per kalenderjaar in het buitenland zal leiden tot een schorsing van de uitbetaling van de IGO, en dit voor elke kalendermaand waarin de IGO-trekker niet ononderbroken in België verblijft en vanaf de maand waarin de periode van 29 kalenderdagen wordt overschreden.

De IGO vervalt zodra de IGO-trekker voor een ononderbroken periode van meer dan 6 maanden in het buitenland verblijft of niet meer ingeschreven is in een Belgische gemeente.