Ons pensioen bestaat tegenwoordig veelal uit meerdere pijlers. De eerste is het wettelijk pensioen dat vandaag op 65 jaar ligt. De tweede pijler is het aanvullend pensioen dat je opbouwt bij je werkgever. De derde is het pensioensparen bij de bank of je verzekeraar. Het bedrag van je pensioensparen mag je laten uitbetalen als je met pensioen gaat, maar het hoeft niet. Je kan het ook laten staan. Hoe zit dat met het kapitaal van je groepsverzekering?

Wanneer moet het?

Ga je met pensioen, dan moet ook je aanvullend pensioen worden uitgekeerd. Er is daarbij geen verschil tussen het wettelijk pensioen (vandaag 65 jaar) en vervroegd pensioen. In 2019 zijn de voorwaarden voor een vervroegd pensioen: 63 jaar zijn en 42 loopbaanjaren tellen. Het kan nog op 61 jaar, maar dan moet je wel 43 jaar gewerkt hebben of op 60 jaar mits 44 loopbaanjaren op de teller.

Ook al staat op je pensioenplan de einddatum van 65 jaar, toch moet jouw werkgever het kapitaal van je groepsverzekering uitkeren als je met vervroegd pensioen gaat. En vroeger uitbetaald, dat betekent: minder gespaard en ook meer belastingen betalen. Want wordt jouw groepsverzekering uitgekeerd op 65 jaar, dan betaal je 10% op het deel dat werd opgebouwd met werkgeversbijdragen. Stop je voor 65 jaar, dan betaal je 16,5% belastingen op het deel opgebouwd met werkgeversbijdragen. Voor het deel van je kapitaal dat werd opgebouwd met je eigen werknemersbijdragen maakt de leeftijd waarop je stopt geen verschil: daar bedraagt de belasting sowieso 16,5% op het deel opgebouwd voor 1993 en 10% op het deel erna.

Maar eens gestopt met werken, moet jouw aanvullend pensioen worden uitbetaald. Je kan het dus niet laten staan, zoals het bedrag van pensioensparen.

Wanneer mag het?

Je mag je aanvullend pensioen niet meer opnemen voor je wettelijk pensioen. Vroeger kon dat, maar betaalde je daar wel veel belastingen op. Je kan het vandaag enkel nog in deze gevallen: als je de wettelijke pensioenleeftijd hebt bereikt maar nog blijft verder werken en wanneer je voldoet aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen, maar toch verder blijft werken. Voor mensen die in 2016 55 jaar of ouder waren is er een overgangsmaatregel voorzien (dus geboren voor 1962). Ben je geboren in 1961, dan kan het nog op 63 jaar. Ben je geboren in 1960, dan kan het op 62 jaar. Ben je geboren in 1959, dan kan het nog op 61 jaar. Ben je geboren in 1958 of vroeger, dan kan het nog op 60 jaar.