3.759.000 Belgen hebben een aanvullend pensioen, zo staat te lezen in Het Belang van Limburg. De cijfers komen van de FSMA, de autoriteit voor financiële diensten. Die staat in voor het toezicht op de aanvullende pensioenen. De FSMA controleert onder meer of de pensioeninstellingen de sociale wetgeving naleven. De tweede pensioenpijler is daarmee toch al behoorlijk verspreid, maar er zijn wel grote verschillen tussen de contracten.

1. Mag je je aanvullend pensioen opnemen voordat je wettelijk met pensioen gaat?

Sinds 1 januari 2016 is de uitbetaling van het aanvullend pensioen gekoppeld aan het wettelijk rustpensioen: wanneer je met (vervroegd) pensioen gaat, wordt jouw aanvullend pensioen automatisch uitbetaald. Ook al vermeldt jouw aanvullend pensioenplan een andere pensioenleeftijd. Je kan je aanvullend pensioen dus niet opnemen voor je wettelijk pensioen ingaat? En omgekeerd kan je het bedrag van je aanvullend pensioen ook niet 'laten staan' als je je wettelijk pensioen hebt opgenomen.

Maar wat als in jouw pensioenplan een pensioenleeftijd van 60 jaar staat? Ook in dat geval is het normaal gezien niet meer mogelijk om het aanvullend pensioen uitbetaald te krijgen als je niet met pensioen gaat. Het pensioenplan zal gewoon doorlopen zolang je in dienst bent, ook al is dit bijvoorbeeld tot 65 of 67 jaar.

Dit principe geldt ook voor de aanvullende pensioenrechten die u in het kader van een vorige tewerkstelling heeft opgebouwd.

Uitzonderingen: enkel in volgende gevallen mag je toch het bedrag van je aanvullend pensioen opnemen, ook al ben je nog niet met pensioen:

  • als je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebt (vandaag 65 jaar), maar je besluit om nog te blijven werken. Je pensioenreglement moet de vervroegde opname wel toelaten.
  • als je voldoet aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen (vandaag 63 jaar/42 loopbaanjaren of 61 jaar/43 loopbaanjaren of 60 jaar/44 loopbaanjaren) maar je blijft verder doorwerken.
  • als je in 2016 55 jaar of ouder werd:

Werd je in 2016 58 jaar of ouder, dan mag het aanvullend pensioen uitbetaald worden op je 60ste, als je pensioenreglement dat toestaat.

Werd je 57 jaar in 2016, dan mag het op je 61ste; werd je 56 jaar in 2016, dan mag het op je 62ste; werd je 55 jaar in 2016, dan mag het op je 63ste.

  • Ben je ontslagen en heb je het statuut van SWT (het vroegere brugpensioen): dan mag je je aanvullend pensioen opnemen voordat je met wettelijk pensioen bent als je 55 jaar was op het moment van je ontslag.

2. Moet je de uitbetaling van je aanvullend pensioen zelf vragen aan de verzekeraar?

Je hoeft niet zelf jouw verzekeraar te contacteren. Als je wettelijk op pensioen gaat zal de Federale Pensioendienst (de vroegere rijksdienst voor pensioenen) jouw pensioeninstelling (verzekeringsonderneming of pensioenfonds) op de hoogte brengen via SIGEDIS, de overheidsinstelling die de pensioengegevens centraliseert. Jouw verzekeraar of fonds neemt contact met jou en zal jou een aantal gegevens vragen (bv. je bankrekeningnummer) en jou vragen om te kiezen tussen een uitbetaling in rente of kapitaal. Nadat je de pensioeninstelling de gevraagde gegevens hebt bezorgd (bv. je bankrekeningnummer), zal jouw aanvullend pensioen binnen de 30 dagen worden uitbetaald.

3. Hoe vind je oude contracten terug?

In principe zouden al jouw contracten ivm aanvullende pensioenen moeten opgenomen zijn in MyPension. Sindsdien moet de verzekeraar geen jaarlijkse fiche meer sturen. Op MyPension krijg je informatie over de totale reserves die je via je contract voor een aanvullend pensioen hebt opgebouwd. Meestal krijg je ook informatie over het bedrag waarop je recht zal hebben als de huidige reserve tot de einddatum behouden blijft. Voor lopende contracten zie je ook de verwachte prestatie, het bedrag dat je krijgt als niet alleen de huidige reserve behouden blijft, maar als de bijdragen die nog gestort zullen worden even hoog zullen zijn als vandaag.