In een notarieel testament duidt een kinderloos koppel hun jonge buren aan als hun erfgenamen. Ze hebben altijd al een goede band gehad, eigenlijk zo goed als een familieband. Maar in een eigenhandig testament, van een latere datum, wordt een andere erfgenaam aangeduid. Dat testament is geldig want het voldoet aan alle geldigheidscriteria. Toch zijn de jonge buren ervan overtuigd dat het eigenhandig testament een foute datum bevat, zodat het lijkt alsof het koppel nog gezond van geest was toen ze het testament opstelde, wat later niet meer het geval was. Hoe kan je aantonen dat iemand op het moment dat hij een testament maakte niet meer gezond van geest was als dit nooit officieel werd vastgesteld? Het is vaak een schemerzone.
...

In een notarieel testament duidt een kinderloos koppel hun jonge buren aan als hun erfgenamen. Ze hebben altijd al een goede band gehad, eigenlijk zo goed als een familieband. Maar in een eigenhandig testament, van een latere datum, wordt een andere erfgenaam aangeduid. Dat testament is geldig want het voldoet aan alle geldigheidscriteria. Toch zijn de jonge buren ervan overtuigd dat het eigenhandig testament een foute datum bevat, zodat het lijkt alsof het koppel nog gezond van geest was toen ze het testament opstelde, wat later niet meer het geval was. Hoe kan je aantonen dat iemand op het moment dat hij een testament maakte niet meer gezond van geest was als dit nooit officieel werd vastgesteld? Het is vaak een schemerzone.Als je een testament wil aanvechten omdat degene die het opmaakte op dat moment niet meer gezond van geest was, zal je dat moeten bewijzen. Dat kan op verschillende manieren, met getuigenissen van familie, kennissen, de notaris, de arts en zelfs op basis van vermoedens. Uiteindelijk is het de rechter die oordeelt en die is streng. Zo moet het tegenbewijs heel precies zijn - lees: toegespitst op het concrete geval - en elke redelijke twijfel uitsluiten. Je kan dus niet in algemene termen stellen dat de persoon aan een bepaalde ziekte leed of heel oud was en daardoor automatisch niet meer gezond van geest was. Bovendien moet je ook nog eens aantonen dat de persoon ongezond van geest was op het tijdstip dat hij het testament maakte.Een testament (en ook een schenking) is maar rechtsgeldig en kan maar uitvoering krijgen als de persoon gezond van geest is op het moment dat hij het opstelt, zo staat in het Burgerlijk Wetboek (art. 901). Dit wetsartikel wordt in de praktijk vaak ingeroepen als iemand een testament nietig wil laten verklaren. De wetgever heeft doelbewust nagelaten het begrip gezond van geest te omschrijven. Het is een feitenkwestie, die hij overlaat aan de beoordeling van de (feiten)rechter.Wie een testament opmaakt, moet wilsgeschikt zijn - over voldoende vrije en bewuste wil beschikken - en helder van geest. Essentieel is dat hij de zin en de draagwijdte van de beschikkingen die hij neemt zelf goed begrijpt én er vrijwillig in toestemt. Een (zelfs gedeeltelijke) aantasting van zijn wil - door een psychische of een fysieke aandoening - is voldoende om tot ongezondheid van geest te kunnen besluiten. Maar zolang degene die het testament maakt niet onder een wettelijk geregeld beschermingsstatuut is geplaatst (zoals het bewind), geldt het juridische vermoeden dat hij gezond van geest is.Neen. De notariële verklaring over de gezondheid van geest heeft geen authentieke bewijskracht, omdat een notaris niet de wettelijke opdracht heeft en evenmin medisch geschoold is om zich over de geestelijke gezondheid van iemand uit te spreken. Wil je dat een notarieel testament nietig wordt verklaard, dan moet je dus geen procedure voor valsheid in geschrifte starten, maar moet je een tegenbewijs proberen te leveren met alle rechtsmiddelen waarover je beschikt.Neen, enkel een arts is bevoegd om vast te stellen of iemand gezond van geest is. Een notaris mag dat niet. Als hij een notarieel (of een internationaal) testament maakt, moet de notaris wel nagaan of de persoon die voor hem verschijnt gezond van geest is. Deontologisch is hij immers verplicht om te weigeren een testament te maken als de persoon volgens hem niet gezond van geest is. Twijfelt hij, dan kan hij eerst om een medisch attest vragen dat de gezondheid van geest bevestigt. De notaris mag zelf oordelen of hij daarom vraagt, hij is hiertoe niet verplicht. Maar als de notaris een medisch attest wil, moet hij wel opletten dat het beroepsgeheim van de arts niet wordt geschonden. De persoon die het testament wil maken, zal daarom zelf de arts om een attest moeten vragen en dit nadien ook zelf aan zijn notaris moeten overhandigen.En net omdat een notaris niet bevoegd is om de gezondheid van geest vast te stellen, kunnen de erfgenamen een notarieel testament aanvechten. Het feit dat de notaris van oordeel was dat een persoon gezond van geest was op het moment dat het testament werd opgemaakt, maakt het uiteraard wel moeilijker om de ongezondheid van geest te bewijzen, maar niet noodzakelijk onmogelijk.Als iemand zelf een testament maakt, controleert niemand of hij/zij gezond van geest is. Eigenhandige of onderhandse testamenten worden daarom later ook vaker aangevochten op grond van ongezondheid van geest. Als je dat wil beletten, kan je uiteraard zelf een medisch attest vragen aan je huisarts en dit aan je testament vastmaken. Dat medisch attest draagt bij voorkeur dezelfde datum als de datum van je eigenhandig testament.Om een testament aan te vechten heb je 30 jaar de tijd. De termijn loopt vanaf de dag dat de persoon die het testament opmaakte, overleden is.Erfgenamen kunnen een medisch attest dat al tijdens het leven van de erflater werd opgesteld gebruiken om te bewijzen dat er sprake is van ongezondheid van geest. De rechter zal er wel op toekijken dat het attest op regelmatige wijze is afgeleverd. Een arts kan op geldige wijze een medisch attest overhandigen aan een derde, enkel als de wet dat zo bepaalt. Dit is doorgaans enkel het geval bij een gerechtelijke of administratieve procedure, zoals een procedure bij bewind, onbekwaamverklaring, alimentatie,...Kunnen erfgenamen gebruik maken van een attest dat pas na het overlijden van de erflater is opgesteld? Hierover bestaat discussie in de rechtspraak. Het klassieke standpunt is dat de geheimhoudingsplicht van de arts ook na het overlijden van de erflater doorloopt, waardoor een medisch attest opgesteld na het overlijden niet als een geldig bewijs kan worden gebruikt. Sommige rechters hebben echter geen bezwaar tegen het gebruik ervan.De echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende, de partner en de bloedverwanten tot en met de tweede graad hebben na het overlijden inzagerecht in het medisch dossier van de erflater. Ze kunnen dat niet zelf inkijken, wel via tussenkomst van een professional - zoals een arts - die door hen werd aangewezen. Andere nabestaanden hebben geen recht op inzage van het medisch dossier. Zij kunnen zich enkel beroepen op medische attesten.Een arts kan zowel op verzoek van de rechter als op verzoek van een procespartij worden opgeroepen als getuige in een gerechtelijk proces. Dan geldt zijn beroepsgeheim niet langer absoluut. Hij heeft dan spreekrecht en mag dus gegevens over zijn patiënt bekend maken. Hij behoudt echter wel het recht om te zwijgen als hij dit nodig acht om de belangen van zijn patiënt te waarborgen. Maar verschuilt de arts zich onterecht achter zijn beroepsgeheim, dan kan de rechter hem verplichten te spreken.Een testament is een persoonlijk document. Als gehuwd koppel kan je dus niet in één en hetzelfde document jullie gezamenlijke wil neerpennen en dit samen tekenen. En je kan een testament evenmin laten opstellen door iemand anders bij volmacht. Ook niet als je die persoon hebt aangewezen als volmachtdrager in een zorgvolmacht - officieel: buitengerechtelijke volmacht - voor het geval je niet meer over je geestelijke vermogens beschikt.Enkel een rechter kan een testament nietig verklaren, een notaris kan dat niet. Om een testament te betwisten, moet je dus een vordering tot nietigheid instellen bij de familierechtbank. Erfgenamen hebben 30 jaar vanaf het overlijden van de erflater om dit te doen. Op basis van het voorgelegde bewijs oordeelt de rechter vrij of er sprake is van ongezondheid van geest en het testament dus nietig is. Om zo'n vordering effectief toe te wijzen, hanteert de rechtspraak de stelregel dat het voorgelegde bewijs alle twijfels over de gezondheid van geest moet uitsluiten (zie hoger).Het antwoord op de vraag of iemand die onder een beschermingsstatuut staat nog een testament kan maken, is genuanceerd. Als een vrederechter een bewindvoerder aanstelt - op verzoek van de familie omdat de betrokken persoon onbekwaam wordt geacht of kampt met verlies van zijn geestelijke vermogens -, moet hij in zijn vonnis uitdrukkelijk vermelden of de beschermde persoon al dan niet zelf bekwaam blijft om een testament te maken of te herroepen. De aangestelde bewindvoerder kan geen machtiging krijgen om een testament te maken in naam en voor rekening van de beschermde persoon. Het testament is en blijft een persoonlijk document.