Sinds 2017 mochten de telecomoperatoren al geen roamingkosten (kosten voor bellen, sms'en of surfen op een buitenlands netwerk, red.) meer aanrekenen binnen de EU. Maar internationale telefoongesprekken vielen niet onder die wetgeving, waardoor die apart moesten worden aangepakt. Vanaf woensdag geldt er een plafond op die tarieven.

Naar schatting 9 procent van de Europese telecomgebruikers zou er zijn voordeel mee doen. In België werd soms tot 1 euro per belminuut aangerekend voor internationale oproepen.

Er zijn wel nog uitzonderingen mogelijk, zegt de Belgische telecomwaakhond BIPT. Zo kunnen telecomoperatoren bundels aanbieden, inclusief intra-Europese oproepen en sms-berichten, die eventueel duurder zijn dan de tariefplafonds. "Maar de belminuten, sms'en of data die de bundel overschrijden en die worden getarifeerd volgens het verbruik, zullen daarentegen wel onderworpen zijn aan het tariefplafond", aldus het BIPT.

Het is evenzeer mogelijk dat operatoren een alternatief tarief aanbieden waarin oproepen naar verschillende landen in de wereld vervat zitten. In zo'n geval kan de prijs voor de intra-EU communicatie hoger zijn dan de opgelegde prijsplafonds, bijvoorbeeld 0,25 euro per minuut voor zowel Europese als niet-Europese oproepen. "De klant moet de mogelijkheid hebben om voor een alternatief tarief te kiezen maar dient hiervoor wel uitdrukkelijk zijn toestemming te geven. De operator is verplicht om de klant te informeren over de eventuele voordelen die hij kan verliezen, zoals de prijsplafonds", aldus het BIPT.

De nieuwe tarieven gelden wel enkel voor residentiële klanten, voor zowel vaste als mobiele oproepen. Ze gelden eerst in de 28 EU-landen en binnenkort ook in Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.