In nauwelijks meer dan vier uur brengt de TGV ons van Parijs naar het station van Genève. Het is 21.35 uur. We hebben nog rustig de tijd om de omgeving te verkennen vooraleer de vermoeidheid toeslaat. Dat kan hier perfect te voet want Genève is een stad op mensenmaat maar als we liever de tram nemen, de bus of zelfs de boot houdt niemand ons tegen. Zo verkennen we op ons eigen tempo de gebouwen van de Verenigde Naties. We slenteren door het Parc des Bastions waar schaak wordt gespeeld met levensgrote pionnen. En we varen langs imposante oude hotels zoals het Beau Rivage waar keizerin Sissi haar laatste nacht doorbracht voor ze op de oever van het Lemanmeer werd neergestoken.
...

In nauwelijks meer dan vier uur brengt de TGV ons van Parijs naar het station van Genève. Het is 21.35 uur. We hebben nog rustig de tijd om de omgeving te verkennen vooraleer de vermoeidheid toeslaat. Dat kan hier perfect te voet want Genève is een stad op mensenmaat maar als we liever de tram nemen, de bus of zelfs de boot houdt niemand ons tegen. Zo verkennen we op ons eigen tempo de gebouwen van de Verenigde Naties. We slenteren door het Parc des Bastions waar schaak wordt gespeeld met levensgrote pionnen. En we varen langs imposante oude hotels zoals het Beau Rivage waar keizerin Sissi haar laatste nacht doorbracht voor ze op de oever van het Lemanmeer werd neergestoken. De volgende dag sporen we naar Mon-treux, waar de Golden Pass Panoramic wacht om ons via Gstaad naar Interlaken te brengen. We begrijpen meteen waarom de Britse koningin zo graag met deze luxetrein reist. Het gevaarte heeft iets van een jumbojet op rails, waar de piloot vanop de eerste verdieping alles in goede banen leidt. Wij nestelen ons in een zetel op de eerste rij. Pure verwennerij is het, want met al dat glas rondom missen we niets van het perfecte landschap op weg naar Gstaad. Zo mooi is het hier dat Roger Moore, Elisabeth Taylor en Tina Turner -om maar enkele wereldsterren te noemen- een fortuin besteedden om een optrekje te bemachtigen. Soms klimmen we steil omhoog, dan weer zien we het staartje van onze trein opduiken in een haarspeldbocht. Maar wat we niet te zien krijgen is haast even opmerkelijk als wat ons wel voor de voeten wordt geschoven. Geen rommelige achtertuintjes, geen wanorde, geen troep maar mooi gerenoveerde boerderijen met nette tuintjes, verzorgde bloembedden en keurige houtstapels. In Interlaken kunnen we uitstappen in Ost of in West, beide stations liggen op vijf minuutjes wandelen van het centrum. Dit stadje mag dan internationaal bekend zijn, het is niet meer dan een flink uit de kluiten gewassen dorp. In de winkelstraat vinden we de onvermijdelijke souvenirwinkeltjes met de al even onmisbare Zwitserse zakmessen. Maar Interlaken is vooral de poort naar Schilthorn, het indrukwekkende massief dat net geen 3000 meter boven de omgeving uitsteekt. Als daar dan ook nog, zoals bij het stationnetje op het hoogste punt van de Mont Rigi, een ontvangstcomité van blazers met alpenhoorns klaarstaat, dan beseffen we tenvolle dat we hier in het land van de Milkakoeien zijn! Dat is zo mogelijk nog nadrukkelijker het geval wanneer de Seilbahn ons naar de Schilthorn brengt. Kreunend kruipt het rijtuig omhoog, alsof het een steile trap beklimt. Ik vergeet de films waarin zo`n staalkabel vezel voor vezel breekt... en concentreer me op het adembenemende uitzicht op de Jungfrau en de Eiger met zijn beruchte Nordwand. Na de boomgrens laten we ook de wolkengrens achter ons, op 2973 meter, en zien hoe de wolken hun eigen leven leiden tussen de bergen. Alleen de hoogste pieken doorboren dit wollige tapijt dat enkel uit vocht en lucht bestaat. De Schilthorn wordt ook de James Bondberg genoemd omdat George Lazenby hier in de huid van 007 kroop voor At her majesty's secret service. In het draaiende restaurant dat we uit die film herkennen, wordt de goede raad gegeven niet naar de vloer te kijken om zeeziekte te vermijden! Op de terugweg naar de begane grond belanden we, met een omweg via Wengen-alp en Kleine Scheidegg, in de Lauterbrunnenvallei. Louter bronnen dus: niet minder dan 72 watervallen telt dit dal, dat zich daarmee de allure van een Zwitserse Grand Canyon aanmeet. We vergapen ons aan de hoogste bergwaterval van Europa. De Trümmelbachfälle vervoert het smeltwater van de gletsjers tegen een recordtempo van 22 000 liter per seconde. Voor de 1000 inwoners van het lieflijke dorpje Wengen is het dagelijkse kost, net als het toeristentreintje dat hun belangrijkste navelstreng met de buitenwereld vormt. Het dorp is namelijk autovrij. Interlaken slaapt nog wanneer wij ons met enige moeite aan boord hijsen van de Panoramatrein naar Luzern. De beloning maakt alles goed: een heerlijk ontbijt met een onvergetelijke zonsopgang op de achtergrond. Bij aankomst is er de volgende verrassing: het pronkstuk van de stad, de Kappellbrücke, die in het jaar 1300 gebouwd werd om beide oevers van de Reuss te verbinden. In augustus 1991 werd dit houten monument door een brand verwoest, in 1994 was de restauratie voltooid. Het Vierwaldstättermeer (enkel Amerikanen zeggen Lake Luzern) is onweerstaanbaar helder en de verleiding is groot om een hele dag door te brengen aan het Lido, het strand van Luzern. Maar originele doeken van Picasso krijg je niet elke dag te zien, dus richten we onze stappen naar het museum aan de Furrengasse dat zijn naam draagt. Naast kunstwerken van de meester zelf, genieten we hier van 200 originele foto`s van de Amerikaanse topfotograaf David Douglas Duncan die bevriend was met de kunstenaar. Na een portie Picasso, zijn we dringend aan wat buitenlucht toe. Bus 1 brengt ons vanaf de Schwanenplatz naar het monument dat een stervende leeuw voorstelt, als zinnebeeld van de 700 Zwitserse paleiswachten van Louix XVI die hier lafhartig werden vermoord tijdens de Franse Revolutie. Niet te missen is ook het Bourbakipanorama (Löwenplatz), een levensgroot cirkelvormig schilderij dat de eerste actie van het Rode Kruis voorstelt, tijdens de Frans-Pruisische oorlog van 1871. En dan is er ook nog de oogstrelende oude stad met haar middeleeuwse huizen aan de Weinmarkt, de Kornmarkt, de Mühlen- en de Hirschenplatz. Tot slot mogen we het Verkehrshaus niet vergeten (Lidostrasse 5), een pronkstuk waarvoor we de stoomboot nemen, tot de eerste halte. Twee minuten later wandelen we de wereld van treinen, bussen, vliegtuigen, ruimteschepen en auto`s binnen. Tussen al die verbluffende techniek lees ik één klein zinnetje dat ik nooit meer zal vergeten: "In Zwitserland rijdt 98 % van de treinen klokvast..." Het is nog waar ook. Nergens hebben we de Zwitsers kunnen betrappen op zelfs maar één minuut vertraging. Dit land loopt op wieltjes! n Santina De Meester, foto's: Johan De Meester