Cuberdons uit Eeklo

Volgens de meest verspreide legende werden de neuzekes of tsoepkes - een lekkernij op basis van Arabische gom met een aroma van framboos - in de 19de eeuw uitgevonden door een lid van de Vlaamse clerus. Cuberdon zou van kuper komen, wat kegel betekent. De ambachtelijke cuberdons - de grootste producent opereert vanuit Eeklo - zijn erkend als Vlaams streek- product. En ook al bevatten ze heel veel suiker, u blijft er gewoon van smullen!
...

Volgens de meest verspreide legende werden de neuzekes of tsoepkes - een lekkernij op basis van Arabische gom met een aroma van framboos - in de 19de eeuw uitgevonden door een lid van de Vlaamse clerus. Cuberdon zou van kuper komen, wat kegel betekent. De ambachtelijke cuberdons - de grootste producent opereert vanuit Eeklo - zijn erkend als Vlaams streek- product. En ook al bevatten ze heel veel suiker, u blijft er gewoon van smullen! Niet te missen: het belfort, het arboretum met meer dan 7.000 planten, de stoomtrein tussen Maldegem en Eeklo.De geschiedenis van deze taart zou teruggaan tot de middeleeuwen. In oude dialecten betekende mat zoveel als gestremde melk, een bereiding die men verkrijgt door volle melk en karnemelk te laten koken. Aan die matten voegt men eieren en suiker toe. En met dat mengsel vult men het bladerdeeg. Verrukkelijk! Niet te missen: Manneken Pis (jawel!) en het bijbehorende museum. Het plassende kereltje bij het stadhuis zou liefst 160 jaar ouder dan zijn Brusselse collega uit 1619... En een beetje wielerfan moet uiteraard naar de beruchte Muur.Knapperige, maar binnenin zachte truffels die eruitzien als houtskool. In het Waals verwijst gayette naar het brokje houtskool dat een mijnwerker kreeg om zich te verwarmen. Een banketbakker bereidde de gayettes du Pays noir in de jaren '80 voor het eerst op vraag van een klant uit Charleroi. Een fraaie imitatie! Niet te missen: de site Bois du Cazier in Marcinelle en het Museum voor de Fotografie in Mont-sur-Marchienne.Als we de legende mogen geloven, gaat het recept van deze wereldberoemde lekkernij terug tot de 18de eeuw, toen de prins-bisschop van Luik zijn kok verzocht hem iets lekkers en zoets te bereiden. Missie geslaagd! Niet te missen: het prins-bisschoppelijk paleis op de place Saint-Lambert, de tentoonstelling Golden Sixties (nog tot 30/9) in het schitterende station Luik-Guillemins, de kristalfabriek Val Saint Lambert in Seraing, het Huis van de Metallurgie en de Industrie in Luik.Deze koek duikt voor het eerst op in 1466, wanneer de stad wordt belegerd door Karel de Stoute en voedsel schaars is. De uitgehongerde bevolking mengt honing en bloem tot een deeg en perst dat in houten mallen. Zijn uw tanden u lief? Dompel de koek dan eerst in uw koffie of warm hem wat op. Of gebruik hem als sierstuk! Niet te missen: de citadel (en kabelbaan), het huis van Adolphe Sax, de Tuinen van Annevoie (erkend als patrimoine majeur de Wallonie).Een koek of een praline die verwijst naar de oorsprong van de stad: de sage wil dat de reus Druon Antigoon een hand afhakte van alle schippers die aan de bocht van de Schelde tol weigerden te betalen. De reus werd gedood door de Romeinse soldaat Brabo, die hem een hand afhakte en die in de Schelde wierp. Aan dat gebaar - hand werpen - dankt de stad haar naam. Niet te missen: het MAS (het museum dat de geschiedenis van de stad tot leven wekt), het Rubenshuis, het Plantin-Moretusmuseum en de Zoo.Hoewel de naam iets anders laat vermoeden, is dit gebak van melkbrood, bruine suiker, kaneel en kristalsuiker typisch Brussels. In de 16de eeuw deelden de paters brood uit aan de armen op de huidige Wolvengracht. Dit werd in het dialect Wolf-Grecht-brood genoemd. Naarmate Brussel verfranste, werd de naam verbasterd tot pain à la grecque, en daarna terug in het Nederlands vertaald tot Grieks brood. Niet te missen: Brussel telt massa's bezienswaardigheden maar echte lekkerbekken kunnen niet om het Chocolademuseum heen. Allen naar de Guldenhoofdstraat 9-11 nabij de prachtige Grote Markt.Deze verrukkelijke, zachte karamel plakt niet aan de tanden en is gevuld met geroosterde hazelnoten, chocolade of boter. Ze werd in de jaren '50 uitgevonden en is vernoemd naar Jean Biétrumé, een populaire straatkunstenaar die leefde in de 18de eeuw, ten tijde van de Hollandse bezetting. Al is het niet 100% zeker dat deze Naamse grappenmaker ook echt heeft bestaan. Niet te missen: de citadel (ooit een van de grootste forten van Europa), het Museum Félicien Rops en het Museum van de Genie in Jambes.Meer op www.plusmagazine.be/uitstapjes