In de voorbije tien jaar hebben we in de autowereld twee relatief nieuwe verschijnselen gezien. Ten eerste worden de opeenvolgende versies van de modellen voortdurend groter. Ten tweede zijn ze almaar beter uitgerust, terwijl de prijzen min of meer stabiel blijven. Naast deze twee hoofdtrends zijn er nog de modefenomenen. Een overzicht van een automarkt in volle bloei.
...

In de voorbije tien jaar hebben we in de autowereld twee relatief nieuwe verschijnselen gezien. Ten eerste worden de opeenvolgende versies van de modellen voortdurend groter. Ten tweede zijn ze almaar beter uitgerust, terwijl de prijzen min of meer stabiel blijven. Naast deze twee hoofdtrends zijn er nog de modefenomenen. Een overzicht van een automarkt in volle bloei. De auto's worden groter en zwaarder. Het gewicht van de veiligheid, zeggen de fabrikanten. Het opvallendste voorbeeld is de Volkswagen Golf V. Sinds het eerste model, dat in 1974 door Guigaro werd getekend, is deze Duitse bestseller gegroeid van 3,70 meter naar 3,98 m voor de Golf II, 4,02 m voor de Golf III, 4,15 m voor de Golf IV en nu al 4,20 m voor de nieuwste Golf V. Alles bij mekaar is het model dus zomaar even vijftig centimeter gegroeid. Indrukwekkend! De Duitse fabrikant illustreert overigens nog een andere ontwikkeling: zijn Polo, die gelanceerd werd als de kleine Golf, is nu groter en langer dan de oorspronkelijke 'grote broer'. Het verschijnsel is allesbehalve exclusief voor Volkswagen. We vinden het bij zowat alle merken en op alle niveaus, wanneer een nieuwe generatie de vorige vervangt. Een andere belangrijke trend: de autosector probeert de prijzen stabiel te houden en de nieuwe modellen toch enkele extra's mee te geven. Extra's die vroeger, als ze al hadden bestaan, alleen als optie verkrijgbaar waren geweest. We denken dan uiteraard aan de airbags (voor de bestuurder en de passagier), aangevuld met airbags opzij. Maar ook aan airco (manueel of automatisch, en nu zowat alomtegenwoordig). Vergeet ook ABS niet en de vele rijhulpjes zoals ESP. De fabrikanten doen hun best om de kosten te beperken, maar al dat moois doet de prijzen toch een beetje stijgen. Naast deze twee grote evoluties zijn er de onvermijdelijke modeverschijnselen. Terwijl je vroeger vooral klassieke berlines op de wegen zag - vier deuren, een afzonderlijke kofferruimte - verschijnt er nu een golf van auto's die je op verschillende manieren kunt gebruiken, aangevoerd door de compacte monovolumes. Renault was hier de voorloper met de Scenic, snel gevolgd door de Citroën Picasso. Dit is nu eenmaal het tijdperk van de ontspanning en de vrije tijd. Die vaststelling heeft de fabrikanten ertoe aangezet hun kleine bestelwagens om te toveren tot auto's voor dagelijks gebruik, met een flinke laadruimte en betaalbare prijzen die ze voor het grote publiek toegankelijk maken. Als we het over trends hebben, mogen we de ludieke auto's niet over het hoofd zien. Met andere woorden, auto's die mensen voor hun plezier kopen, zonder hun beslissing heel rationeel te overwegen. Deze modellen vertegenwoordigen maar een piepklein deel van de verkoop maar maken hun eigenaren wel heel gelukkig. We denken dan vooral aan de luxecoupés, die, gezien het aantal nieuwe modellen die dit en volgend jaar op de markt verschijnen, geen echte crisis lijken te kennen. Denken we maar aan verbluffende schoonheden als de Bentley Continental GT of de BMW 645Ci (zie p. 118-119)... Een echte innovatie is de coupé-cabriolet, zoals de Mercedes SLK en de Peugeot 206 en 207. Wist u dat Peugeot al in 1934 een auto op de markt bracht met een dak dat in de koffer wegklapte? In het begin van de jaren 90 dook het idee weer op, toen Mercedes zijn SLK lanceerde. De grote nieuwigheid is echter dat de coupé-cabriolet veel betaalbaarder is geworden dan vroeger. Een voorbeeld? Voor de prijs van één SLK koopt u twee 206 CC's. Renault doet nu ook mee, met de Megane CC. En ongetwijfeld zal het niet lang duren voor de Japanners, die altijd oog hebben voor geslaagde vernieuwingen van de Europese fabrikanten, deze opvallende trend zullen volgen. Een belangrijk gegeven in de autowereld is de neiging van de merken om de handen in elkaar te slaan. Het aantal groepen neemt af en dezelfde basisonderdelen duiken bij verschillende merken op, wat meestal een flinke besparing oplevert. De wisselwerking tussen bijvoorbeeld Ford, Volvo, Saab en Jaguar illustreert dat mooi. Of nog deze tussen Volkswagen, Skoda, Seat en Audi. Tegelijkertijd proberen de fabrikanten hun modellen zoveel mogelijk te diversifiëren, om de klanten een maximale keuze aan te bieden. Bijna alle modellen worden meer modulair terwijl de klassieke berlines een grotere, comfortabele binnenruimte krijgen waar het goed toeven is voor het hele gezin. Intussen blijft achter de schermen de technologie waanzinnig snel evolueren. Onze laatste vaststelling zal niemand verrassen: de diesel heeft de wind nu wel helemaal in de zeilen. Ongeveer zeven Belgen op de tien kiezen voor diesel in plaats van benzine. De prijs is lager terwijl de prestaties even goed en soms zelfs beter zijn. Maar alles heeft zijn schaduwzijde: de kans is groot dat de Belgische overheid, altijd op zoek naar nieuwe inkomsten, de taks op diesel op een mooie dag een eindje zal optrekken... nA Arnaud Dellicour