Een hele tijd al woedt er een stevig debat over de babyboomers (geboren tussen 1945 en 1964) en de generatie Y (nu twintigers en beginnende dertigers). Dus dachten we bij Plus Magazine: misschien is het beter dat deze twee generaties met elkaar praten in plaats van boude uitspraken te doen over elkaar. We brachten ze samen rond één tafel.
...

Een hele tijd al woedt er een stevig debat over de babyboomers (geboren tussen 1945 en 1964) en de generatie Y (nu twintigers en beginnende dertigers). Dus dachten we bij Plus Magazine: misschien is het beter dat deze twee generaties met elkaar praten in plaats van boude uitspraken te doen over elkaar. We brachten ze samen rond één tafel. Drie babyboomers: Denise De Baerdemaeker, Lucienne Iduyt en Geert Klemans En drie jongvolwassenen van de generatie Y: Simon De Meulemeester, Stijn Fockedey en Eef Verbeke. Aan de tafel zat ook Gert Peersman, professor economie aan de Gentse universiteit. Hij is coauteur van het boek De perfecte storm (zie p. 34). Lucienne Iduyt (66): Ik ben als kleuterleidster begonnen toen ik 19 werd en ben gestopt toen ik 58 was. Ik heb altijd met veel plezier gewerkt, altijd in dezelfde functie en vrijwel altijd in dezelfde school. Denise De Baerdemaeker (58): Ik ben gestart toen ik 18 was. Ik ben in het bedrijf opgeklommen tot secretaresse en heb altijd bij dezelfde werkgever gewerkt. Toen ik 56 was, ben ik langdurig ziek geworden en een jaar later ontslagen. Nu ben ik werkloos. Geert Klemans (57): Ik heb als stadsbediende gewerkt en ben nadien zelfstandig architect geworden. Ik zou graag werken tot 62. Mijn vrouw is ouder en ik wil samen met haar nog van een paar mooie jaren genieten. Stijn Fockedey (29): Ik ben beginnen werken toen ik 24 werd. Maar ik denk eerlijk gezegd niet dat ik in dit vak (journalistiek) oud ga worden. Het schrikt me niet af om in de toekomst uiteenlopende jobs te doen. Ik heb nu al binnen ons bedrijf met plezier technische functies gehad. Ik wil best werken tot de dag vóór ik doodval! Eef Verbeke (26): Ik ben gestart op mijn 23ste en ben absoluut nog niet bezig met mijn pensioen. Wij zijn de generatie van de jobhoppers en ik vind dat prima. Het idee dat ik altijd hetzelfde werk zou moeten doen bij dezelfde werkgever, boezemt me angst in. Simon De Meulemeester (25): Ik was net 25 toen ik begon te werken. Wellicht zal ik tot mijn 70ste aan de slag moeten blijven in verschillende jobs. Dat schrikt me niet af, maar ik weet nu al dat ik in mijn leven periodes van minder werken ga inlassen. Denise: Vroegtijdig stoppen met werken is in zeer veel gevallen geen vrije keuze van de betrokkene. Gedurende vele jaren was het perfect oké voor bedrijven in moeilijkheden en voor de overheid om mensen vanaf 50 jaar met brugpensioen te sturen. Die hadden daar zelf geen schuld aan. En maak je geen enkele illusie: een bruggepensioneerde of een werkloze vijftigplusser vindt vandaag geen werk meer. Prof. Gert Peersman (39): Langer leven is een vals verwijt, want de volgende generatie zal nog langer leven. Niet blijven werken tot 65 jaar is wel een probleem. Toen het wettelijke pensioenstelsel werd ingevoerd, lag de gemiddelde levensverwachting op 58 jaar. Statistisch gesproken was een gepensioneerde op zijn 65ste dus al overleden. Vandaag is de reële leeftijd waarop Belgen stoppen met werken gemiddeld 59 jaar. De levensverwachting schommelt nu rond de 80 jaar en zal zeker verder stijgen tot 88 jaar. Dat betekent dat de Belgische staat nu al 21 jaar en binnenkort misschien bijna 30 jaar lang pensioen zal moeten uitbetalen aan een steeds groter wordende groep mensen. Dat is gewoon niet houdbaar. De schuld ligt niet bij de babyboomers alleen, ook het foute overheidsbeleid van de jongste 20 jaar en de houding van de werkgevers zijn hierin cruciaal. Denise: Eigenlijk moesten we ons weinig zorgen maken over werkzekerheid. In het begin van de jaren '70 volstond vaak één sollicitatiebrief om aangeworven te worden. Geert: We zijn opgegroeid met de idee dat alles alleen maar vooruit kon gaan. De babyboomers hebben er echter ook voor gezorgd dat iedereen het nu beter heeft. Als ik aan mijn kleinkinderen vertel dat ik als kind maar één keer per week in bad kon gaan en in een kamer zonder verwarming sliep, kunnen ze dat niet begrijpen. Lucienne: Ik ben verbaasd dat de jonge mensen vandaag zo hard nadenken over hun toekomst. Dat was bij ons helemaal niet het geval. We gingen ervoor en zagen wel wat morgen zou brengen. Simon: Misschien hadden jullie toch beter wat meer nagedacht! Bijvoorbeeld over de gevolgen van jullie levenswijze voor het milieu. Of over relaties. Als ik zie hoeveel mensen in de kennissenkring van mijn ouders gescheiden zijn... Eef: Ouderschapsverlof, borstvoedingsverlof, tijdskrediet, loopbaanonderbreking... Ludo Hugaerts (64, Plus Magazine): Veel langer studeren, fiscale aftrek van kinderopvang, decumul, lage rentes... Dat hadden wij allemaal niet. Ik heb een woning gebouwd in 1980-81. We hebben moeten lenen tegen 9,25%! Geert: Jullie zijn een verwende generatie! Wij moesten een vol jaar werken eer we recht hadden op betaalde vakantie, jullie hebben nu de zogenaamde jeugdvakantie. Ik heb voor het eerst een vliegreis gemaakt toen ik 46 was... Simon: Wij stellen ons dan weer ethische vragen bij dat vliegen. Milieubewustzijn en zorg om het klimaat zijn nu ingebakken in onze levenswijze. Mijn vriendin en ik waren zinnens dit jaar naar Cuba op reis te gaan. Maar we vinden dat we dit niet kunnen maken omdat we vorig jaar al een vliegreis hebben ondernomen. Prof. Gert Peersman: In principe gaat iedere generatie er door de technologische vooruitgang financieel op vooruit. De babyboomers hebben echter de grootste vooruitgang gekend, vooral omdat ze 'geleend' hebben van de volgende generatie. Annemie Goddefroy (47, Plus Magazine): Toen we ons huis bouwden, hebben we van onze ouders en schoonouders een financieel steuntje gekregen. Samen een vijfde van het budget dat we nodig hadden. Wij proberen nu hetzelfde bedrag te sparen om onze drie kinderen te helpen als ze een eigen woning willen verwerven. Maar daarmee gaan ze nooit zo veel kunnen doen als wij destijds. Lucienne: Ik ben alleenstaande, ik heb niet de mogelijkheid om mijn kinderen financieel te steunen. Denise: We hebben indertijd ons huis gebouwd zonder één frank hulp van onze ouders. Het was sparen, de riem aantrekken en twee keer per week eieren eten... Stijn: Een eigen woning verwerven zou ons net gelukt zijn zonder de steun van onze ouders. Toch wilden ze ons helpen waardoor we nu een spaarpotje voor de toekomst hebben. Simon: Maar is het absoluut nodig dat we een eigen huis bouwen en daar de rest van ons leven blijven wonen? Ecologisch bekeken is het beter dat je geregeld van woonplek verandert volgens je situatie. Ik voel me nu prima in ons stadsappartement. Eén auto voor ons beiden volstaat, maar misschien moeten we, als we kinderen krijgen, toch verhuizen naar een woning met een tuin. Eef: Ik huur héél bewust. Dat past best bij mijn flexibele levenssituatie en ik kan een goede levenskwaliteit blijven betalen. Als ik iets koop, wordt het een appartement in de stad of een klein huisje, maar zeker geen villa in een verkaveling. Simon: Er is een grote onrechtvaardigheid in de samenleving aan het groeien: de kloof tussen jonge mensen die gesteund worden door hun ouders of een erfenis krijgen en diegenen die het alleen moeten rooien. Het zijn die laatsten die dreigen in de armoede te belanden en die de kost van de vergrijzing het meest gaan voelen. Mijn moeder is gescheiden. Ik heb haar gezegd dat ze niet moet sparen voor mij en mijn broer. Ik lig eerlijk gezegd meer wakker van de vraag of ik later opvang of een school voor mijn kinderen ga vinden. En wie zegt dat we in de toekomst oplossingen gaan vinden om de pensioenen te blijven betalen? Eef: Mijn ouders zijn voor mij aan het sparen, maar ik voel me daar bijna schuldig over. Ik zou liever hebben dat ze van hun spaarcenten profiteren. Stijn: Mijn vrouw moet nog een zware studielening afbetalen. Binnenkort worden we voor het eerst ouders en we hebben nu al afgesproken dat we voor onze kinderen onmiddellijk een spaarrekening starten om later hun studies te betalen. Wegens die extra last geef ik toe dat ik echt wel hoop op een erfenis later. Prof. Peersman: Simon is te optimistisch. We zullen zeker nog economische groei krijgen, maar niet genoeg voor een spaarpot van 1.200 miljard euro om de pensioenen te blijven betalen. Er zijn meer drastische oplossingen nodig. Wij pleiten onder meer voor een verschuiving van belastingen op arbeid naar andere vormen. Van belastingen uit vermogens, aandelen of milieuvervuiling moeten we helaas niet gigantisch veel miljoenen verwachten. Een verhoging van de btw met één of twee procent daarentegen kan voor de schatkist zeer aanzienlijke inkomsten opleveren. Denise: Mijn ouders en schoonouders leven nog en wonen nog thuis. Ik ben gemiddeld twee en een halve dag per week in de weer om ze naar een medisch onderzoek te brengen of extra thuishulp te bieden. Ik doe ook aan ziekenbezoek en help mindervalide buren met papierwerk en boodschappen. Lucienne: Ik vang geregeld mijn vier kleinkinderen op en als vrijwilliger verzorg ik vrijzinnig-humanistische plechtigheden zoals crematies en bruiloften. Prof. Peersman: Het is waar dat we die sociale rol niet kunnen verrekenen in onze economische modellen. Langer werken is echter absoluut nodig om onze huidige welvaart te behouden. Misschien kunnen we die maatschappelijke inzet efficiënter maken door mantelzorg of kinderopvang beter te organiseren en mensen daarvoor te betalen. Zo kunnen nieuwe beroepsmogelijkheden ontstaan voor vijftigplussers die het wat kalmer aan willen doen en toch willen blijven werken. Lucienne: Ik ben er niet tegen dat je op oudere leeftijd wat minder zou verdienen. Jonge mensen hebben veel meer behoeften dan wij. Denise. Eens je 50 wordt, mag het salaris ook voor mij afgevlakt worden. We hebben dan weliswaar veel ervaring, maar onze rendabiliteit wordt lager. Geert: Als je je als oudere werknemer volop blijft inzetten in een bedrijf dat massa's geld verdient, zou ik zo'n maatregel niet rechtvaardig vinden. Simon: Loon naar werk is een goed principe, maar wat is 'werk'? Een metselaar met 35 jaar dienst werkt misschien trager maar zijn ervaring is onschatbaar. Prof. Gert Peersman: Ideaal gaan productiviteit en verloning samen. In de meeste sectoren bereiken we onze productiviteitspiek rond 40-45 jaar. Als we de anciënniteit afschaffen zouden we op jongere leeftijd meer verdienen tot aan onze piek. En daarna zou ons salaris niet meer verhogen (behalve de index). Lucienne: We mogen niet als twee kampen tegenover elkaar staan. Ik zou niet kunnen leven in een samenleving zonder solidariteit. Prof. Gert Peersman: Als we de huidige situatie laten aanslepen, krijgen we pas een clash. Daarom is dit debat geen valse discussie, maar een waarschuwing voor iedereen. Nu kunnen we nog ingrijpen en een zachtere landing maken. Pas als we niets doen, wordt het ik tegen jij. Ludo Hugaerts - Foto's Frank BahnmüllerVijftigplussers stoppen te vroeg met werken en halen meer uit de sociale zekerheid dan ze er ooit hebben in gestopt... Jongvolwassenen zijn absoluut niet zeker van hun job maar zullen wel de danig onderschatte kost van de vergrijzing moeten betalen... Babyboomers hebben alles uit het niets opgebouwd. Hun kinderen krijgen alles op een schoteltje aangeboden...