Mijn dochter heeft een nieuwe relatie en morgen zie ik voor het eerst het dochtertje van mijn toekomstige schoonzoon. Ik heb een pop voor haar gekocht maar ik ben bang. Ik wil haar best graag zien hoor, maar... ik heb al een kleindochter aan wie ik zeer gehecht ben..."
...

Mijn dochter heeft een nieuwe relatie en morgen zie ik voor het eerst het dochtertje van mijn toekomstige schoonzoon. Ik heb een pop voor haar gekocht maar ik ben bang. Ik wil haar best graag zien hoor, maar... ik heb al een kleindochter aan wie ik zeer gehecht ben..." Elk jaar opnieuw worden duizenden grootouders met dit probleem geconfronteerd. Twee gegevens tonen duidelijk aan hoe onze maatschappij evolueert. Vooreerst zijn er de vele echtscheidingen: in de steden gaat één op de twee koppels uit elkaar, op het platteland één op de drie. Daarbij komt dat het gezin zijn waarde als veilig toevluchtsoord heeft terugvonden. Conclusie: partners die uit elkaar gaan, zijn geneigd om een nieuwe relatie aan te gaan en een nieuwsamengesteld gezin te stichten. Dit is een bron van zorgen en vragen voor de familieleden: de kinderen op de eerste plaats, maar ook de grootouders! Een nieuwe relatie kan immers betekenen dat er plots 'vreemde' kinderen bijkomen. Vaak worden de grootouders vergeten in de studies die dit fenomeen beschrijven, ook al beleven zij deze veranderingen zeer intens. Ineens hebben ze biologische én vreemde kleinkinderen en zij ondergaan een resem aan gevoelens: ze beschuldigen, ze twijfelen, ze hebben lief, maar vooral ondergaan ze een situatie die ze niet zelf hebben gekozen. Gelukkig halen de gevoelens meestal de bovenhand op de berekening. Voor sociologieprofessor Jacques Marquet bestaat het begrip nieuwsamengesteld gezin veel langer dan we vermoeden. "De benaming werd gelanceerd in de jaren 80, maar we kunnen gerust zeggen dat het al één of zelfs twee eeuwen bestaat. Het betrof toen vooral mannen: weduwnaars die hun vrouw hadden verloren in het kraambed. De schoonmoeders werden dan trouwens stiefmoeders genoemd! Tegenwoordig wordt deze term niet meer gebruikt en wordt een nieuw gezin gevormd terwijl de partner nog in leven is. Dat wordt doorgaans goed aanvaard, maar in sommige milieus ligt het toch nog wat moeilijk. De vragen die zich vandaag stellen zijn gelinkt aan de evolutie van het begrip ouderschap: Hoe blijf je een ouderkoppel wanneer je als partners geen koppel meer vormt? En op welke manier kan een nieuwe partner zich integreren? Het is geen toeval dat steeds meer experts hun eigen ideeën en visies hebben op de beleving en uitoefening van het ouderschap. De cijfers spreken voor zich: er zijn steeds meer nieuwsamengestelde gezinnen. Maar deze nieuwe gezinnen zijn daarom niet totaal anders dan het traditionele gezin. Ze volgen vaak hetzelfde schema. Belangrijk is dat bij een scheiding de vraag wordt gesteld wat de ex-partners nog samen willen doen, dit vooral in functie van de kinderen. Laten we niet vergeten dat tot in 1974 het hoederecht over de kinderen steeds en volledig naar de moeder ging. Het waren vooral de grootouders van moederskant die contact hielden met de kleinkinderen. Tegenwoordig is alles anders, ook de relaties binnen eenzelfde familie. Er wordt veel meer gepraat, veel meer overlegd. De plaats van de grootouders wordt beter aanvaard en zelf vinden zij beter hun plaats ten opzichte van hun kleinkinderen, biologische én andere." Psychologe Vicky Jane Karnas begeleidt vaak mensen met beschadigde familiebanden: "Veel mensen hebben het moeilijk om hun plaats te vinden in een nieuwsamengesteld gezin en grootouder worden is geen vrije keuze: het zijn de ouders die beslissen. Je wordt dus grootouder (of niet) door de keuze van je kinderen. Grootouders moeten hun plaats vinden tegenover hun kleinkinderen, en nog meer wanneer het stiefkleinkinderen betreft! Belangrijk is steeds je gevoelens te kunnen uitspreken en, zoals het in de psychologie wordt genoemd, de juiste afstand te definiëren. De vragen die grootouders stellen zijn grotendeels gelijkaardig, of er nu sprake is van een bloedband of niet. Het komt erop-aan zijn plaats te vinden zodat iedereen exact weet wat van hem verwacht wordt en welke rol hij of zij (niet) kan spelen. Belangrijk hierbij is de luisterbereidheid én het uitspreken van gevoelens, zonder echter op het terrein van de ouders te komen want zij zijn diegenen die de opvoedende rol op zich moeten nemen." "Ik kan het echt niet eens zijn met de manier waarop hij wordt opgevoed", "Ik vind mijn echte kleinkinderen nu eenmaal intelligenter, en liever... ", "Ik hou evenveel van mijn schoonkleindochter dan van mijn andere kleinkinderen, maar ik durf het niet toe te geven want hoe zullen ze reageren? " In al deze gevallen is het moeilijk om eerlijk te zijn en uw echte gevoelens te tonen. Zeker wanneer de kool en de geit moeten worden gespaard tegenover zowel de eigen kinderen als tegenover de nieuwe partners, kroost inbegrepen! "Sommige grootouders durven bepaalde zaken niet uit te spreken om hun kinderen of schoonkinderen niet te kwetsen maar dat is niet goed! Om niet in een eindeloos conflict verzeild te raken, moeten de zaken gezegd worden. Hoe groot de portie liefde is die je aan de verschillende partijen te geven hebt, is uiteraard niet bepaald. En er bestaat geen gedragscode die je moét volgen. Maar alleen als alle partijen eerlijk over hun gevoelens kunnen spreken, kan een nieuwe basis van verstandhouding ontstaan zodat ze niet hoeven te vervallen in frustraties en hypocrisie." De meest delicate situatie is deze waarbij in een familie waar reeds kleinkinderen zijn, een koppel uiteengaat en een van de partners een nieuw gezin sticht met een partner die ook reeds kinderen heeft. "Sommige grootouders staan dan meteen klaar om de nieuwe kleinkinderen te aanvaarden, maar staan weigerachtig wat het financiële aspect betreft, zeker als die kleinkinderen met velen zijn", stelt Vicky Jane Karnas vast. "Hoe meer kleinkinderen, hoe moeilijker het wordt! Hierover spreken is belangrijk want niet iedereen zal zich ergens schuldig over voelen. De ene zal zich gegeneerd voelen dat hij sterke gevoelens heeft voor één van zijn kleinkinderen, de andere zal vinden dat het normaal en goed is wat hij doet." Twee zaken zijn belangrijk. Enerzijds is er duidelijk een verband tussen de leeftijd van de kinderen en het gemak waarmee grootouders kunnen aanvaarden dat hun kinderen een nieuw leven beginnen (en dat de familie daardoor wordt herschikt). Er zal makkelijker een band kunnen gecreëerd worden met heel jonge kinderen, bij wat oudere zal het wellicht moeilijker zijn. Het kan zelfs gebeuren dat adolescenten - als gevolg van de scheiding - niet willen investeren in nieuwe familierelaties en dus ook niet in nieuwe grootouders. Anderzijds hebben we door de stijging van de levensverwachting vaak te maken met vier in plaats van drie generaties die hun plaats in de familie moeten vinden! Sommige grootouders krijgen immers te maken met stiefkleinkinderen die al volwassen zijn en zelf kinderen hebben. Deze relaties zijn meestal minder hecht en een stuk complexer maar indien er een affectief engagement is tussen de volwassene en het kind, kan dit in elk geval als een bijkomende levenservaring worden gezien. Er zijn kinderen die hun evenwicht terugvinden met verschillende grootouders, waardoor ze verschillende modellen van identificatie krijgen aangereikt. Op die manier ontdekken zij dat er meerdere manieren zijn om het leven te leiden." "Ik heb een boontje voor de zoon van mijn schoonzoon. Ik ken hem sinds zijn geboorte en ik breng meer tijd door met hem dan met mijn eigen kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ik geef toe dat ik hem meer verwen en hem overlaad met geschenken en attenties. Ik heb zelfs een rekening voor hem geopend en in mijn testament enkele schikkingen toegevoegd. Staat het de anderen niet aan, dan is dat spijtig maar het is zo en niet anders!" André heeft steeds de moed gehad om voor zijn mening uit te komen en het is niet op zijn tweeëntachtigste dat hij dat zal veranderen! Maar hij raakt wel een heikel thema aan: de erfenis! Wanneer iemand de beslissing neemt om een of meer voordelen eerder aan zijn stiefkleinkinderen te geven dan aan de eigen kleinkinderen, kan zowel bij de kinderen als bij de kleinkinderen nijd en jaloezie ontstaan. "En toch heeft ook op dit vlak iedereen het recht om te handelen zoals hij zelf wil", zegt Vicky Jane Karnas. "We mogen nooit vergeten dat het hart soms onbegrijpelijke wegen volgt en dat eerlijkheid en openheid altijd te verkiezen zijn boven zwijgen. Een andere realiteit die we niet over het hoofd mogen zien, is de mogelijkheid dat het de grootouders zelf zijn die een nieuwsamengesteld gezin vormen. Dat gebeurt meer en meer, en vaak leeft dan de vrees dat de betrokkenen in dit geval altijd hun partner zullen bevoordelen. Dat ze vooral in hun nieuwe relatie zullen investeren, eerder dan in de relatie met de nieuwe kleinkinderen. Toch zal ook hier de nieuwe partner moeten geïntroduceerd worden in de familie, misschien moet hij of zij ook geliefd gemaakt worden. En dan zijn er nog de grootouders die zelf een nieuwe levensweg zijn ingeslagen en... die kinderen hebben die hetzelfde hebben gedaan! Ik wil de zaken niet al te complex voorstellen, maar het zijn situaties die echt bestaan!" Welke raad geven we aan grootouders, ouders of kinderen die moeite hebben om hun plaats te vinden in een nieuwsamengesteld gezin? Wat wanneer ze de woorden niet vinden om het leed te verwoorden dat hen bezighoudt? "Dialogeren, eerlijk zijn gevoelens uiten is absoluut noodzakelijk. Een therapeut kan helpen om negatieve gevoelens onder controle te krijgen, om te rouwen om iets wat voorbij is zoals het verlies van een ex-schoondochter die je niet meer ziet. Of van een kind waaraan je gehecht was en dat zijn leven elders verderzet. Maar daarna moet de dialoog volgen. De verplichting om van iemand te houden, bestaat niet maar de verplichting om respect te tonen voor elkaar, vormt de basis van elke gezonde relatie! Elke communicatie moet gebeuren vanuit respect voor de ander." Marianne is 71 en heeft een dochter die een nieuwe relatie begonnen is met een man met twee kinderen. Tot haar grote vreugde kreeg ze meteen ook een kleinkind uit die relatie. De kinderen van haar man heeft ze altijd vriendelijk ontvangen, maar ze beschouwt ze niet als haar eigen kleinkinderen. Ze heeft en toont duidelijk haar voorkeur: "Mijn kleinkind houdt veel van haar twee broers die regelmatig aanwezig zijn op familiebijeenkomsten. Maar ik heb altijd een zekere afstand tot hen bewaard want ik vind niet dat ik in die relatie moet investeren. Het zou misschien anders zijn indien ik hen had leren kennen toen ze jonger waren. Maar ook daar ben ik niet zeker van! Als ik het over hen heb, dan spreek ik over de kinderen van mijn schoonzoon, nooit over mijn kleinkinderen. Zelf heb ik daar geen problemen mee, de kleinkinderen en mijn andere familieleden evenmin." n Gilda Benjamin