Advocaat zijn is een moeilijke stiel' (zeggen ze zelf). In de rechtbank staan ze met vlijmscherpe argumenten tegenover elkaar en trachten ze het gelijk van hun cliënt en het ongelijk van de andere partij aan te tonen. Om deze dagelijkse strijd leefbaar te maken, werd een ongeschreven gedragslijn vastgelegd die 'confraterniteit' (broederlijkheid) wordt genoemd. Deze ingewikkelde etiquette wordt mondeling van generatie op generatie advocaten doorgegeven. De toepassing ervan wordt door de stafhouder bewaakt.
...

Advocaat zijn is een moeilijke stiel' (zeggen ze zelf). In de rechtbank staan ze met vlijmscherpe argumenten tegenover elkaar en trachten ze het gelijk van hun cliënt en het ongelijk van de andere partij aan te tonen. Om deze dagelijkse strijd leefbaar te maken, werd een ongeschreven gedragslijn vastgelegd die 'confraterniteit' (broederlijkheid) wordt genoemd. Deze ingewikkelde etiquette wordt mondeling van generatie op generatie advocaten doorgegeven. De toepassing ervan wordt door de stafhouder bewaakt. Zo voorziet de confraterniteit o.m. dat alle advocaten gelijk zijn. Zij dragen dezelfde toga zonder onderscheidingstekens. Eénmaal per jaar verkiezen ze hun stafhouder en de leden van de Raad van de Orde van advocaten voor hun arrondissement. Zij kunnen zetelen als tuchtcollege en dus een gelijke sanctioneren wanneer de deontologische regels overtreden worden. De stafhouder is onder de advocaten de primus inter pares, de eerste tussen de gelijken. De stafhouder zal vooral de tucht en de confraterniteit in zijn balie bewaken. Meestal zal een vaderlijke vermaning volstaan om een dispuut te beëindigen. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zal hij de Raad van de Orde als tuchtcollege dienen te vatten. Advocaten schrijven elkaar aan met Waarde confrater, waarbij Waarde de aanspreking is van een gelijke tot een gelijke en confrater de band van broederlijkheid benadrukt. De stafhouder wordt echter aangesproken met Geachte confrater en de brief aan de stafhouder wordt beëindigd met Confraternele hoogachting i.p.v. Confraternele groeten zoals gebruikt tussen de advocaten onderling. De volgorde waarin advocaten voor de rechtbank pleiten wordt veelal geregeld door de anciënniteitsregel. Zo gaan oudere advocaten vóór jongere, met uitzondering van de stafhouder die eerst pleit. De advocaten worden ingeschreven op de tableau (een lijst in volgorde van anciënniteit) van de advocaten verbonden aan de balie (letterlijk de bank) van één van de gerechtelijke arrondissementen van het land. Daarnaast zijn er de advocaten bij het hof van cassatie die een eigen balie en stafhouder hebben. Deze benoemde advocaten zijn de enigen die in burgerlijke zaken voor het hof van cassatie mogen pleiten. Advocaten in Gent, Antwerpen, Brussel, Luik en Bergen mogen zich advocaat bij het hof van beroep noemen. Deze ietwat in onbruik geraakte titel betekent enkel dat zij verbonden zijn aan een balie waar een hof van beroep gevestigd is. Dit geeft hen evenwel geen exclusiviteit: elke advocaat kan voor elk hof van beroep pleiten. Een tiental jaren geleden dook plots de term zakenadvocaat op in de pers. Deze term heeft geen juridische inhoud. Hij wordt gebruikt om advocaten aan te duiden die zich eerder met adviezen en commerciële geschillen bezighouden, dan met intermenselijke betwistingen of strafzaken. Nog geheimzinniger is de juridisch onbestaande term topadvocaat. Geen enkele advocaat draagt deze titel. Hij wordt sommige advocaten toegemeten, meestal op grond van de publieke belangstelling die hun persooon opwekt. Een advocaat-generaal is een magistraat van het openbaar ministerie bij een hof van beroep, arbeidshof of hof van cassatie die, onder toezicht en leiding van de procureur-generaal, het ambt van het openbaar ministerie vervult. Als conclusie kun je stellen dat alle advocaten gelijk zijn, maar sommigen toch een beetje gelijker dan de anderen. Tenslotte nog dit: een advocaat van de duivel is niet de raadsman van Satan, maar integendeel een zeer katholiek jurist die bij een kerkelijk proces als aanklager optreedt. Na de zaligverklaring maar voor de heiligverklaring is het de taak van de advocaat van de duivel, de echtheid in vraag te stellen van tenminste 3 wonderen die aan de heilig te verklaren persoon worden toegeschreven. nA Elfri De Neve, advocaat