Niet alledaags, dat proces over het failliet van Lernout & Hauspie (L&H). Door het aantal beklaagden en door de omvang van de sommen beleeft België het grootste financiële strafproces uit zijn geschiedenis. Bovendien loopt het proces onmiddellijk voor een hof van beroep. Eén van de betrokkenen was ooit plaatsvervangend rechter bij de rechtbank van koophandel van Ieper en kan daarom alleen beoordeeld worden door magistraten die hoger in rang zijn dan hijzelf. Dus géén eerste aanleg, maar meteen het hof van beroep in Gent. Beklaagden of burgerlijke partijen kunnen dus niet in beroep gaan tegen de uitspraak, tenzij bij het Europese Hof van Justitie.
...

Niet alledaags, dat proces over het failliet van Lernout & Hauspie (L&H). Door het aantal beklaagden en door de omvang van de sommen beleeft België het grootste financiële strafproces uit zijn geschiedenis. Bovendien loopt het proces onmiddellijk voor een hof van beroep. Eén van de betrokkenen was ooit plaatsvervangend rechter bij de rechtbank van koophandel van Ieper en kan daarom alleen beoordeeld worden door magistraten die hoger in rang zijn dan hijzelf. Dus géén eerste aanleg, maar meteen het hof van beroep in Gent. Beklaagden of burgerlijke partijen kunnen dus niet in beroep gaan tegen de uitspraak, tenzij bij het Europese Hof van Justitie. Duizenden Belgen hebben indertijd vele spaarcenten belegd in L&H-aandelen. De ramingen van het aantal enthousiaste, kleine beleggers lopen uiteen van 20 000 tot 90 000. In totaal 13 500 kleine aandeelhouders hebben klacht ingediend en zich burgerlijke partij gesteld via Deminor en Test-Aankoop. De burgerlijke partijen vorderen samen een schadevergoeding van 200 miljoen euro. Mochten ze daarvan ooit een cent zien, dan gaat 10% naar Deminor. En voor wie het nog mocht interesseren: tot op de laatste dag van het proces kunnen kleine beleggers nog een klacht met burgerlijke partijstelling indienen. Ze hoeven daarvoor niet eens een advocaat te nemen of hun lot in handen te geven van een organisatie als Deminor of Test-Aankoop. "Wie zich benadeelt voelt, kan tijdens het proces gewoon naar een zitting komen en zich daar tot één van de griffiers of tot één van de leden van het hof wenden", zegt Martin Minnaert, persrechter bij het hof van beroep in Gent. "Eens het proces begonnen is, hoeft u bovendien geen consignatiegeld meer te betalen. Wel zal men u vragen tegen wie van de beklaagden u klacht indient en waarom. U moet uw klacht dus goed voorbereiden."In de Verenigde Staten, waar ook veel kleine beleggers waren, hebben het bedrijfsrevisorenkantoor KPMG en de bank Dexia met de advocatenkantoren van de aandeelhouders buiten de rechtbank om een minnelijke schikking getroffen. Ze kregen 3% van de gevraagde schadevergoeding uitbetaald. In België is zulk een minnelijke regeling onmogelijk, aldus Hans Brockmans, juridisch journalist bij Trends. "Ten eerste omdat het hier gaat om een strafproces. Volgens het openbaar ministerie is er een misdrijf gepleegd. Een onderneming is niet geneigd met benadeelden een schikking te treffen als die schikking toch geen einde maakt aan het risico van een veroordeling. Ten tweede is de typisch Amerikaanse regeling no cure no pay (u betaalt de advocaat alleen als hij de zaak wint) bij ons verboden. Ook voor een puur burgerlijke zaak moeten Belgen dus een dure advocaat inschakelen."Heeft het dan wel zin om alsnog klacht in te dienen? Maken kleine aandeelhouders enige kans ooit iets van hun centen terug te zien? "Je via Test-Aankoop of Deminor of gewoon als individu tot de rechtbank wenden heeft zin, als je je rechten wilt vrijwaren. Je weet immers maar nooit hoe een koe een haas vangt", antwoordt Hans Brockmans. "Bovendien kost een burgerlijke partijstelling op een strafproces niets. Toch acht ik de kans zeer klein dat er een ernstige schadevergoeding komt."Mogen de kleine L&H-beleggers dan geen enkele hoop koesteren? Hans Brockmans: "Alleen als de beklaagden schuldig bevonden worden en door de rechters bovendien tot het betalen van een schadevergoeding worden veroordeeld, is er hoop. Maar wie zal er dan betalen? Jo Lernout en Paul Hauspie zullen de geëiste sommen nooit kunnen ophoesten, zelfs geen fractie ervan. Wordt KPMG veroordeeld, dan kan de bestuursaansprakelijkheidsverzekering van de veroordeelde bedrijfsrevisoren tussenkomen, maar ook die verzekering werkt met plafonds. Alleen als Dexia veroordeeld zou worden, kan het kassa, kassa worden, want deze bank heeft wel diepe zakken en bezit veel vastgoed. Maar of de kleine belegger in dat geval automatisch een schadevergoeding krijgt, daarover is een zware princiepsdiscussie aan de gang. Volgens de strikte stelling zal elke kleine belegger na een eventuele veroordeling concreet moeten aantonen dat hij indertijd nooit aandelen van L&H zou gekocht hebben als Dexia de vermeende fraude niet had gepleegd. Of dat hij die aandelen alleen gekocht heeft omdat hij optimistisch was na het lezen van het door KPMG goedgekeurde jaarverslag van Lernout & Hauspie. Toch hanteert onderzoeksrechter Henri Heimans een veel soepeler standpunt. Volgens hem mag je dit alles van de kleine beleggers niet eisen. Die waren te goeder trouw, vindt hij. Ze mochten terecht vertrouwen hebben in de analisten van de bank of in de bedrijfsrevisoren. De vraag is alleen of het hof de onderzoeksrechter daarin gelijk zal geven. Onze rechters hebben niet bepaald een rijke traditie in het toekennen van schadevergoedingen aan gedupeerde beleggers!" nLudo Hugaerts