Bart en Erna hebben drie kinderen, Bob, Veerle en Stefan. Bart is tandarts en heeft een thuispraktijk, die Bob later graag wil overnemen. Ideaal zou zijn dat hij dan met zijn gezin ook het ouderlijk huis kan bewonen. Veerle en Stefan hebben daar geen bezwaar tegen. Ze zijn niet geïnteresseerd in de ouderlijke woning annex tandartsenpraktijk. Bart en Erna willen graag een overeenkomst met hun kinderen sluiten zodat Bob het huis plus praktijk erft en de twee andere kinderen een gelijkwaardige geldsom. Maar dat is buiten de Belgische wetgever gerekend: een overeenkomst maken over een nalatenschap die nog niet is opengevallen, mag niet.
...

Bart en Erna hebben drie kinderen, Bob, Veerle en Stefan. Bart is tandarts en heeft een thuispraktijk, die Bob later graag wil overnemen. Ideaal zou zijn dat hij dan met zijn gezin ook het ouderlijk huis kan bewonen. Veerle en Stefan hebben daar geen bezwaar tegen. Ze zijn niet geïnteresseerd in de ouderlijke woning annex tandartsenpraktijk. Bart en Erna willen graag een overeenkomst met hun kinderen sluiten zodat Bob het huis plus praktijk erft en de twee andere kinderen een gelijkwaardige geldsom. Maar dat is buiten de Belgische wetgever gerekend: een overeenkomst maken over een nalatenschap die nog niet is opengevallen, mag niet. Kunnen Bart en Erna het huis dan beter schenken? Dat kan, maar dan moet Bob zware schenkingsrechten betalen. Enkel voor roerende goederen geldt immers het vlakke, gunstige tarief van 3% tussen erfgenamen in rechte lijn. Voor onroerende goederen zoals een huis gelden veel hogere progressieve tarieven (3 tot 30%). Bovendien zal deze schenking moeten worden ingebracht als Bart en Erna overlijden. Het huis zal worden meegerekend als de nalatenschap wordt samengesteld en Bob zal zijn broer en zus moeten vergoeden als blijkt dat zij niet evenveel krijgen uit de erfenis. En zelfs al zouden Veerle en Stefan bij de schenking van het huis een gelijkwaardige geldsom krijgen, dan nog is de kans groot dat Bob een opleg zal moeten doen, want schenkingen worden gewaardeerd op het moment van overlijden. De waarde van het huis zal op dat moment ongetwijfeld hoger liggen dan toen het werd geschonken. Niet écht een goed idee dus, die schenking. Er zijn echter nog twee technieken die soelaas kunnen brengen: de ouderlijke boedelverdeling en de dubbele akte.Een ouderlijke boedelverdeling of ascendentenverdeling is een akte waarbij de ouders of grootouders hun goederen (of een deel ervan) in kavels onderbrengen en verdelen onder al hun kinderen. De techniek staat beschreven in artikel 1075 van het Burgerlijk Wetboek. De ouderlijke boedelverdeling heeft een sterk erfrech- telijk karakter. Het gaat immers om een verdeling van erfdelen. De kinderen ontvangen de nalatenschap (of een deel ervan) als zijnde al verdeeld. De ouders stellen hierbij in volle vrijheid de kavels samen. Die hoeven niet samengesteld te worden uit een gelijke hoeveelheid roerende en onroerende goederen, rechten of schuldvorderingen van gelijke aard en gelijke waarde. Alle goederen van de ouders mogen het voorwerp uitmaken van de verdeling. Ook zijn de ouders niet verplicht al hun goederen te verdelen. Ze kunnen dus tijdens hun leven verschillende verdelingen maken. Er wordt één notariële akte opgemaakt. De boedelverdeling moet gebeuren bij authentieke (notariële) akte, anders is ze nietig. Ondanks het woord 'verdeling' in ouderlijke boedelverdeling/ascendentenverdeling, wordt dergelijke operatie in het registratierecht niet belast tegen het verdelingsrecht van 1% (Brussel en Wallonië) of 2,5% (Vlaanderen). Door de ascendentenverdeling verkrijgen de afstammelingen de goederen uit hun kavel rechtstreeks van de opgaande bloedver- wanten, zonder dat er vooraf tussen de kinderen onderling een toestand van onverdeeldheid heeft bestaan. Er kan dus van een verdelingsrecht geen sprake zijn. Hoe wordt de ascendentenverdeling dan wel belast? Eenvoudig: tegen het schenkingsrecht. De heffingsgrondslag bestaat minimaal uit de verkoopwaarde van de geschonken goederen. Noteer. Een ouderlijke boedelverdeling kan ook bij testament plaatsvinden. Maar dan is het successierecht van toepassing. + 'Normale' schenkingen die op voorschot van erfenis zijn gebeurd moeten in principe later terug ingebracht worden in de erfenis bij overlijden van de schenker (en dus fictief meegerekend worden bij de erfmassa). Bij de ouderlijke boedelverdeling moet er niets worden ingebracht in de latere erfenis. Dus op dit punt is de verdeling definitief. -- Alle kinderen moeten verplicht bij de verdeling worden betrokken. Blijkt op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap dat er erfgenamen werden vergeten of weggelaten, dan is de ouderlijke boedelverdeling nietig. - Als één van de betrokkenen een benadeling van meer dan een vierde kan aantonen, kan hij/zij de ouderlijke boedelverdeling nietig laten verklaren. Het probleem is dat het recht om deze vordering in te stellen pas ontstaat bij het overlijden van de schenker en vanaf dat moment nog gedurende 10 jaar kan worden ingeroepen. De kans dat dergelijke eis tot nietigverklaring succesvol is, is vrij groot. De rechtspraak oordeelt immers dat de herschatting van de waarde van de goederen uit de verdeling moet gebeuren op grond van hun waarde op datum van het overlijden van de schenker, en niet op datum van de schenking zelf. Als Bart en Erna liever een definitieve en onaanvechtbare ouderlijke schikking treffen, kiezen zij beter niet voor de ouderlijke boedelverdeling uit het Burgerlijk Wetboek. De techniek van de dubbele akte of kindverdeling is een uitvinding van de notariële praktijk die nergens in een wettekst wordt geregeld. Hij is ontstaan als een reactie op het risico van de mogelijke aanvechting van de ouderlijke boedelverdeling op grond van benadeling voor meer dan een vierde. Juridisch ontrafelt deze verrichting zich als volgt: Stap 1. Schenking aan alle kinderen samen. Stap 2. De kinderen treden uit onverdeeldheid. Er worden dus twee akten opgesteld. Een notariële akte is niet altijd noodzakelijk. De techniek van de dubbele akte kan ook onderhands worden toegepast, althans voor roerende goederen (bijv. meubelstukken, een kunstverzameling, effecten aan toonder). In ons voorbeeld: Bart en Erna verdelen ook hier vooraf hun goederen onder hun kinderen. Ze blijven echter uit het vaarwater van de ouderlijke boedelverdeling door de eigenlijke verdeling van de geschonken goederen over te laten aan de drie kinderen zelf (vandaar een kindverdeling). Stap 1. In een eerste fase schenken Bart en Erna het huis en de goederen die ze in de verdeling wensen te betrekken aan hun drie kinderen, in één pakket. De goederen worden niet in kavels verdeeld, maar Bob, Veerle en Stefan ontvangen dus op dat ogenblik hetzelfde. Stap 2. Vervolgens treden de kinderen zelf onderling uit onverdeeldheid (wat al dan niet gepaard gaat met de betaling van de nodige oplegsommen). Fiscaal gezien ondergaat de dubbele akte een dubbele belasting (als het gaat over in België gelegen onroerende goederen). Stap 1. De schenking is onderworpen aan het schenkingsrecht. Stap 2. Het uit onverdeeldheid treden is onderworpen aan het verdelingsrecht. In Vlaanderen bedraagt dit 2,5%, elders in het land 1%. Let wel, dit verdelingsrecht wordt enkel op onroerende goederen betaald. +- Omdat de kinderen een gelijk verdeeld aandeel krijgen in de goederen, is niemand bevoordeeld of benadeeld. - De verdeling in het kader van de techniek van de dubbele akte kan weliswaar ook worden aangevochten op grond van benadeling voor meer dan een vierde (dat is zo voor elke verdeling), maar voor de schatting van de goederen baseert men zich op hun waarde op de dag van de verdeling zelf. De gevreesde herschatting bij overlijden speelt hier dus niet. Bovendien is dit beter beheersbaar. Het volstaat namelijk om er op het ogenblik van de verdeling zelf voor te zorgen dat het evenwicht onder de kinderen gerespecteerd wordt. De vordering tot vernietiging van de verdeling wegens benadeling verjaart na tien jaar en deze termijn begint te lopen vanaf de verdeling zelf en niet vanaf de ontdekking van de benadeling. -Fiscaal is de techniek van de dubbele akte een dure formule, althans voor onroerende goederen. Er moeten immers twee keer belastingen worden betaald. Eric Spruyt, notaris en docent KUL en HUB-Fiscale Hogeschool