Het ruikt naar hout en stro in de halfduistere schuur. Op de ruwe banken willen de warm ingeduffelde mensen geen woord van de verteller missen. De man, een beroepsacteur, vertelt met verve de tragikomische avonturen van een arme jongen die op zoek gaat naar geld en eten. Hij komt in handen van een toverheks, weet te ontsnappen en wordt vervolgens gegijzeld door een roversbende. Maar het verhaal kent een happy end. Applaus!
...

Het ruikt naar hout en stro in de halfduistere schuur. Op de ruwe banken willen de warm ingeduffelde mensen geen woord van de verteller missen. De man, een beroepsacteur, vertelt met verve de tragikomische avonturen van een arme jongen die op zoek gaat naar geld en eten. Hij komt in handen van een toverheks, weet te ontsnappen en wordt vervolgens gegijzeld door een roversbende. Maar het verhaal kent een happy end. Applaus! Zo moet het 's winters op het platteland geweest zijn: mensen die samenkwamen om te luisteren naar griezelverhalen met spoken, heksen en struikrovers. De schuur en het verhaal zijn in elk geval écht oud en van bij ons, zegt Hilde Franssen van het Openluchtmuseum Bokrijk. "In de kerstvakantie proberen we de wintersfeer op te roepen zoals onze bed-overgrootouders die nog beleefd hebben. En wel zo authentiek mogelijk. Alle animatoren dragen kleding zoals rond 1850. Géén kerstmarkt dus, maar terug naar de roots van Bokrijk." Het laagje rijm maakt de molen, het haverveld en de oude huisjes op de dag van ons bezoek idyllisch. Vanaf half vijf begin het te schemeren en een uurtje later is het helemaal donker. De vele vuurkorven doen nu volop hun werk om een sprookjessfeer te scheppen. Het wandelparcours van Winter-avonden in Bokrijk loopt langs de onderdelen Kempen, Haspengouw en Oude Stad. Op het dorpsplein van de Kempen worden we verwelkomd door een volksmuziekgroep voor een authentieke spiegeltent waar we de vrolijke wijsjes van een mechanisch draaiorgel horen. Het publiek geniet van de warmte binnen en proeft van worstenbroodjes, soep, jenever en glühwein. Buiten loopt het parcours verder door een donkere laan. Van lichtvervuiling is hier nog geen sprake, dus zien we een fraaie sterrenhemel. In Haspengouw wacht een dorpje waar niets lijkt veranderd sinds 1850. Wanneer we toekomen, vechten acteurs op het dorpsplein een boksmatch uit zoals dat gebeurde op de kermissen van toen. In de boerderij is iemand aan het spinnen naast de Leuvense stoof. In het schooltje brandt een kolenkachel. Enkele 50-plussers herkennen het tafereel: zo was het werkelijk in de lagere school, allemaal moesten we de juf of de meester helpen om de kachel brandend te houden. Op de begraafplaats zoeken we ons een weg tussen de verweerde kruisen. De sfeer is best griezelig en daarom zijn we blij wanneer we weer muziek horen. Aan de ingang van het kerkje spelen een man en een vrouw in klederdracht doedelzak en draailier. Binnenin nodigen de kerkstoelen uit om rustig te luisteren naar koormuziek. Veel minder rustig gaat het eraantoe in het Paenhuys. Hier wordt bier gebrouwen in een gemetselde en met hout gestookte gistkuip. Tussen de rookwalmen legt de brouwer uit dat brouwen tot een eind in de twintigste eeuw een winterse bezigheid vormde in heel wat boerderijen in ons land. Aan een houten tafel drinken we een kruik van het brouwsel. Het smaakt veel minder zoet dan de meeste bieren vandaag. In de Oude Stad zijn de huizen reconstructies van middeleeuwse gevels, maar de sfeer is weggelopen uit de fifties. Op het plein staat een kleine kermis met een knappe carrousel, een oliebollenkraam en een waarzegster. Kinderen worden er geschminkt of maken een ritje met een pony. Cinema Rex toont nieuwsbeelden van 1959. Aan Expo Café kunnen we niet weerstaan. Zalig nostalgisch bier uit een oud glas drinken tussen meubilair en objecten uit 1958, foto's van Hollywoodsterren, een jukebox, retro-reclameborden en sansevieria's. We maken een ommetje door een pikdonkere dreef. Eerst zien we niets, maar gaandeweg laten de maan en sterren ons vreemde sculpturen ontdekken. Een boomstronk is een boek geworden en tussen de takken worden minihuisjes en een ballet van ladders zichtbaar. Als er nu een échte kabouter te voorschijn zou springen zouden we niet verwonderd zijn. We komen terug in de Kempen en daar is het flink druk geworden. De grote schuur loopt leeg na de poppenkast en raakt dan al snel weer vol voor de goochelaarsvoorstelling Magico Magico. Op het dorpsplein staat veel volk te kijken naar de kun-sten van een jonglerende kerstman en een vuurspuwer. In de huisjes zit een vrouw te spinnen en hebben koukleumen zich naast een haardvuur genesteld. De drank- en eetstalletjes, de wafelbakkerij en de streekgerechten laten we lijnbewust aan ons voorbijgaan, al oogt het retrosnoepgoed in het museumwinkeltje wel heel verleidelijk. In de wellicht mooiste schuur van allemaal waagt iedereen zich vrolijk aan het volkssportenparcours. Toptafel, hamertjesspel, sjoelbak,... Onze voorouders hadden geen Wii of flipperkast, maar wisten zich blijkbaar even goed te vermaken. Terug buiten blijven we luisteren naar een kerstkoortje - zeer toepasselijk, want wat verder staat de stal van de ezels, de eindejaarsdieren bij uit-stek. Uiteindelijk belanden we in een herenwoning. Deels verlicht door een haardvuur, spelen mensen aan tafeltjes oude gezelschapsspelletjes als Arlequin, zesendertigen en uilenbord. We wagen ons aan het Spel der Koloniale Loterij en vóór het spel uit is, zijn we ruim een uur verder. Het was leuker dan televisie kijken. Wie zei er dat de winteravonden vroeger lang en saai waren? Ludo Hugaerts - Foto's Bart Degrande