Worden de werken in België minder goed gepland dan elders? Of wordt hier meer gewerkt? Plus Magazine vroeg het aan professor Jacques Charlier, wetenschappelijk directeur van het interuniversitair onderzoekscentrum voor de mobiliteit, CIEM.
...

Worden de werken in België minder goed gepland dan elders? Of wordt hier meer gewerkt? Plus Magazine vroeg het aan professor Jacques Charlier, wetenschappelijk directeur van het interuniversitair onderzoekscentrum voor de mobiliteit, CIEM. Prof. Charlier: Dat is maar een indruk. Er bestaat geen intrinsieke reden waarom de Belgische wegen in een betere of slechtere staat zouden zijn dan die van andere landen. Ik bedoel: afgezien van een paar gevallen van geknoei die overal kunnen gebeuren, of van te weinig initiële investeringen, zoals in het geval van de autosnelweg E411-E25. De indruk dat er in België meer bouwwerven zijn dan elders, komt doordat wij niet één maar drie ministeries van Openbare Werken hebben. In theorie bestaat er een federale coördinatie, we hebben zelfs een bevoegde minister (Renaat Landuyt), maar in werkelijkheid hebben wij drie besturen voor wegenwerken die hun eigen agenda volgen. Daarom is het best mogelijk dat de Vlamingen en de Walen elk afzonderlijk een stuk van een snelweg repareren, terwijl die werken in een nationale staat in één keer zouden gebeuren. Dat is waar maar ook dat heeft te maken met een typisch Belgisch coördinatieprobleem. Daarbij komt het feit dat de budgetten voor het wegenonderhoud beperkt zijn en dat, als men op een weg vijf gevaarlijke kruispunten door verkeersrotondes wil vervangen, dat over drie, vier of vijf jaar wordt gespreid. Daardoor krijgen we de indruk dat er voortdurend wordt gewerkt! Als gevolg van de kleine en geografisch versnipperde budgetten wordt er zelden grootschalig gewerkt. Het Belgische wegennet wordt heel intensief gebruikt. Het veroudert snel en is meestal niet in een schitterende staat. Dat komt natuurlijk door de intensiteit van het verkeer maar vooral door het grote aantal trucks die door ons land rijdt. Eén vrachtwagen richt evenveel schade aan het wegdek aan als duizenden auto's! Het resultaat: veel kuilen in onze wegen en de gewesten moeten ze voortdurend herstellen om de infrastructuur een poosje te doen meegaan. Ze proberen te veel herhaalde werkzaamheden te voorkomen en grijpen pas op het laatste ogenblik op grote schaal in, met de nadelen die we kennen: wegen worden afgesloten, er komen omleidingen enzovoort. Ons land heeft tot ongeveer 1985 veel in zijn transportinfrastructuur geïnvesteerd, maar nu is het veeleer omgekeerd: we investeren te weinig in het onderhoud van het net en de ontwikkeling van alternatieve transportinfrastructuur, zoals het water en het spoor, die de wegen zouden kunnen ontlasten. De beheerders van onze wegen zeggen zelf dat ze met hun budgetten de wegen alleen maar kunnen oplappen. Ons wegennet is bijna oververzadigd. Nog even en we kunnen niet meer voor- of achteruit. We hebben namelijk aan de ene kant een verouderde infrastructuur en aan de andere kant een verkeer dat jaar na jaar drukker wordt. Bovendien wordt de wegeninfrastructuur niet alleen ouder maar ook kleiner. Men is de nationale wegen al verscheidene jaren in termen van kwaliteit aan het degraderen, vooral aan de invalswegen van de steden. Er komen meer rotondes en de wegen worden smaller gemaakt û want dat is mooier én veiliger - zodat het verkeer minder vlot doorstroomt. Omdat er geen nieuwe autowegen worden aangelegd en de capaciteit van de nationale wegen wordt beperkt, krijgen we meer files. Er is immers steeds minder infrastructuur voor steeds meer voertuigen. Dat kan niet blijven duren! Op bepaalde punten rond Brussel is het verkeer in tien jaar met 50 % toegenomen: denkt u echt dat onze wegeninfrastructuur opgewassen is tegen een toename met de helft? Het antwoord is nee. Zonder bijkomende budgetten: niet veel. De klagers zouden eigenlijk bereid moeten zijn om meer belastingen te betalen om betere wegen te krijgen en het onderhoud sneller te doen verlopen. En dit natuurlijk zonder de waarborg dat alles dan op rolletjes loopt. Met een betere coördinatie van de werven zouden we de problemen waarschijnlijk kunnen verlichten. Maar de grote problemen zijn interregionaal, niet intraregionaal. Binnen de Vlaamse, Brusselse en Waalse besturen probeert men de werven te coördineren en te plannen, ook al zou dat nog beter kunnen, maar het loopt vooral spaak op de interregionale wegen, ook omdat het verkeer er drukker is. Ik weet niet wat we daartegen kunnen doen zonder de institutionele evolutie van België te veranderen! n Karima Amrous